Alternatief voor Ipod

Marktleider op het gebied van draagbare digitale audiospelers blijft Apple. Het bedrijf heeft met zijn Ipod een marktaandeel veroverd van 75 procent. Toch zijn er alternatieven.

Apple laat de consument maar niet met rust. Vorige week werd weer een heel nieuwe Ipod gelanceerd, één die ook videoclips en televisieseries kan vertonen (verkrijgbaar vanaf 329 euro). Enkele weken terug verving Apple al zijn meest succesvolle Ipod – de Ipod Mini – door de superdunne Ipod Nano (vanaf 209 euro), die ondanks incidenten met krasgevoelige schermen enorm blijkt aan te slaan.

Vooral de vijfde generatie Ipod met video (verkrijgbaar met 30 en 60 gigabyte) baarde opzien, aangezien Apple-topman Steve Jobs telkens heeft laten doorschemeren dat hij niet zoveel vertrouwen had in draagbare videospelers, voornamelijk door het geringe videoaanbod online.

Dat de Ipod nu toch videomogelijkheden biedt, en bij Apples muziekwinkel Itunes videoclips en afleveringen van tv-programma's kunnen worden gekocht, komt door de concurrentie. Er komen steeds meer videospelers op de markt.

Apple heeft zijn succes op de markt voor draagbare audiospelers voor een belangrijk deel te danken aan de ietwat aarzelende houding van de fabrikanten van consumentenelektronica. Die lieten de markt aanvankelijk over aan kleinere spelers met weinig marketingmiddelen. En dat kwam weer omdat de fabrikanten de platenindustrie niet voor het hoofd wilden stoten. Het uitwisselen van digitale audiobestanden (mp3) speelde zich enkele jaren geleden terug immers nog volledig in de illegaliteit af.

Nu consumenten legaal digitale muziek kunnen kopen, neemt het aanbod aan spelers sterk toe.

Op dit moment bestaat de markt grofweg uit twee soorten spelers: die met vaste geheugens (Flash) of met een minidiskdrive. In die eerste categorie was Apple met alleen de Ipod Shuffle (99 euro) – dit apparaatje speelt nummers in een willekeurige volgorde af – tot voor kort niet erg sterk vertegenwoordigd.

De concurrentie doet het in dat opzicht beter. Eerder dit jaar heeft Sony de flashspeler NW E-500 (1 gigabyte, vanaf 149 euro) uitgebracht. Die oogt weliswaar als een aansteker, maar is qua gebruikersvriendelijkheid veruit te prefereren boven de Shuffle van Apple, ondanks de hogere prijs. Anders dan de Shuffle bevat de speler wel een (fraai) display, en met een uitschuifbaar knopje kan snel door de lijst met nummers worden gelopen. Groot voordeel is verder dat de batterijen veel langer meegaan dan bij de Shuffle – 50 uur in plaats van 12 – en dat sommige modellen zijn uitgerust met FM Radio.

Hield Sony bij eerdere audiospelers nog vast aan het ATRAC Plus compressieformaat dat ooit voor de Minidisk werd ontwikkeld – een geluidsdrager die in Europa nooit echt van de grond is gekomen – nu wordt dan ook mp3 ondersteund. Sony probeert ook in het duurdere segment Apple te slim af te zijn. De walkmans NW-A3000 (20 GB) en de NW-A1000 (6 GB) – verkrijgbaar vanaf 223 euro – zijn gemaakt van doorzichtig materiaal, waarin een mooi scherm is verwerkt. De spelers hebben maar drie knoppen en zijn daardoor simpel te bedienen.

Een andere speler die al enige tijd erg gewild is, en ook meer kan dan Apples Ipod (behalve dan video afspelen) is de Iriver H10. In deze speler van Zuid-Koreaanse makelij (vanaf 200 euro) zit ook een FM-ontvanger ingebouwd, en een stemrecorder. Voor de Ipod moet voor opnemen een aparte microfoon worden aangeschaft, en de geluidskwaliteit is ook nog eens matig. Dat is een gemis, zeker nu steeds meer mensen een podcast willen opnemen. Alleen het wissen van opgenomen bestanden is bij Iriver niet op de speler zelf mogelijk. Iriver heeft overigens onlangs de U10 aangekondigd, een draagbare speler waarop video en ook games kunnen worden afgespeeld. Apple heeft met de nieuwe Ipod overigens wel een ijzersterke troef in handen – de kwaliteit van het videoscherm is uitstekend – en concurrenten zullen heel erg hun best moeten doen om het bedrijf naar de kroon te steken.