Versnelde daling weidevogels

De weidevogelstand is sinds 2000 drie keer zo sterk afgenomen als in de tien jaar daarvoor. Vooral in het westen van Nederland gaat het slecht met de vogels. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag publiceert.

De weidevogelstand neemt sinds 2000 af met 4,5 procent per jaar. In de jaren negentig was de daling nog slechts 1,2 procent per jaar. Als de teruggang in het huidige tempo doorzet, betekent dat een halvering van de weidevogelstand in vijftien jaar.

Alle negen weidevogelsoorten die worden onderzocht binnen het nationale weidevogelmeetnet, worden de afgelopen jaren schaarser. Het slechtst gaat het met de veldleeuwerik, de slobeend en de gele kwikstaart. Van deze soorten verdwijnt sinds 2000 steeds acht procent per jaar. Ook soorten die in de jaren negentig nog iets toenamen, de tureluur en de kuifeend, nemen nu af in aantal.

Vooral in het westen van Nederland is de daling versneld. In de jaren negentig namen daar de aantallen nog toe, vooral in gebieden als het Groene Hart, en de regio ten noorden van Amsterdam.

Het is niet bekend wat de oorzaak is van de snellere teruggang. In het algemeen worden het verdwijnen van weilanden en de intensivering van de landbouw genoemd als oorzaak voor de slechte situatie. De afgelopen jaren zijn wel maatregelen genomen om de teruggang te stoppen, zoals het markeren van nesten van weidevogels en het aanpassen van het maaibeheer. Nu blijkt dat die de negatieve trend niet beïnvloeden. Ook in de rest van de Europese Unie gaat het slecht met de weidevogels, bleek vorig jaar uit een rapport van de vereniging BirdLife. De afname van de weidevogelstand leidde er vorig jaar ook al toe dat er meer weidevogels zijn opgenomen in de Rode Lijst voor bedreigde vogels.