Sleutelwoorden

Het lijkt of iedere spellingherziening wordt opgehangen aan een bepaald sleutelwoord. De spelling die in 1954 van kracht werd, staat wel bekend als de bessensapspelling. In 1995 werd pannenkoek binnen de kortste keren het sleutelwoord. Toen trokken, direct na de presentatie van het nieuwe Groene Boekje in Den Haag, cameraploegen naar het pannenkoekenhuis op het Malieveld om de eigenaar te vragen wat hij er nou van vond dat pannenkoek er een n bij had gekregen. Ging hij dat ook op de gevel aanpassen?

Het zal niemand zijn ontgaan dat er zojuist een nieuw Groen Boekje is verschenen, en dus is er behoefte aan een vers sleutelwoord. Het zal nog spannend worden wie er gaat winnen: paardenbloem of ideeëloos. De algemene spelling is ditmaal niet herzien, maar de regel die de schrijfwijze van paardenbloem bepaalt wel, vandaar dat sommigen nu al spreken van de paardenbloemspelling. Tegenstanders van gesleutel aan de spelling worden nu witheet om het woord ideeëloos.

Dit absurd ogende woord heeft daarmee in één klap een veel hogere frequentie gekregen dan ooit tevoren. Het is niet zo dat het de afgelopen jaren nooit is gebruikt. Om de een of andere reden was het tot voor kort favoriet onder sportjournalisten. ,,Het ideeënloze middenveld'', ,,het ideeënloze FC Twente'', ,,Feyenoord sleepte zich ideeënloos over de grasmat voort'', ,,Ajax drentelde ideeënloos over de eigen grasmat'' – ziedaar een kleine greep uit sportartikelen uit verschillende kranten. Kennelijk is het opmerkelijk als voetballers ideeëloos zijn.

Hoe het ook zij: ideeëloos is nu in één keer in de voorhoede van het spellingdebat terechtgekomen en het zou zich weleens kunnen ontwikkelen tot het sjibbolet van de haters en critici van spellingwijzigingen.

Die haters en critici hebben momenteel handenvol werk. Soms heb ik wel een beetje met de samenstellers van het Groene Boekje te doen. Zonder twijfel hebben zij hun uiterste best gedaan om het allemaal zo goed mogelijk te maken, maar het boekje is nog niet uit, of zij worden – doorgaans vanwege details – aan de schandpaal genageld.

Maar goed, sommige dingen zijn dan ook wel goed stom. Bijvoorbeeld de kwestie clientèle. Schrijf je nu clientèle of cliëntèle? In de eerste oplage van het Groene Boekje uit 1995 stond cliëntèle (met trema). Dit werd eerst op een erratalijstje en vervolgens in latere oplagen gecorrigeerd. Maar kijk nu in de eerste oplage van het nieuwe Groene Boekje en er staat cliëntèle (met trema), terwijl op de website van de Taalunie, in het digitale Groene Boekje én in de Grote Van Dale clientèle (zonder trema) staat. Wat dit geval extra stom maakt, is dat clientèle een klassieke instinker is, erg geliefd bij dicteemakers.

Wat ik zelf veel erger vind is dat in het digitale Groene Boekje de mogelijkheid is weggehaald om met jokertekens te zoeken. Als je tot nu toe wilde weten hoeveel woorden er in de officiële woordenlijst eindigen op -loos, tikte je sterretje-loos. In de lijst van 1995 kreeg je vervolgens 241 resultaten te zien, toen nog mét ideeënloos als enige afleiding met een tussen-n. Deze zoekmogelijkheid was niet alleen erg handig voor uiteenlopend taalkundig onderzoek, maar je kon op deze manier ook afleiden hoe je woorden moest spellen die niet in de lijst stonden. Dat nu de mogelijkheid is weggenomen om met dit hulpmiddel zélf over spelling na te denken, vind ik de meest ideeëloze ingreep in deze spellingronde.

Zojuist is in het boekenfonds van NRC Handelsblad bij uitgeverij Prometheus een bewerkte selectie uit WoordHoek verschenen onder de titel Allemaal woorden (228 blz., € 15,00).