Rusland voelt zich door EU afgewezen

Rusland moet een pauze nemen in zijn betrekkingen met de Europese Unie en zich nu meer op afzonderlijke lidstaten richten, vindt Sergei Karaganov.

Tijdens het bezoek van de Russische president Poetin aan Nederland zullen de zich snel ontwikkelende bilaterale banden op het gebied van handel en economie niet de hoofdmoot van de besprekingen vormen. Het overleg zal vooral gaan over alle grote internationale vraagstukken en in het bijzonder over de betrekkingen tussen Rusland en de Europese Unie.

Rusland en de EU bevinden zich wat hun relatie betreft op een kruispunt. Aan de ene kant zeggen beide partijen elkaar halverwege te willen ontmoeten. Plechtige verklaringen – zoals die over de vorming van ,,vier gemeenschappelijke ruimtes'' (op het gebied van economie, binnenlandse veiligheid en justitie, buitenlandse politiek en veiligheid, cultuur en onderwijs) – getuigen hiervan.

Aan de andere kant wordt Rusland geconfronteerd met keiharde onderhandelingen over ondergeschikte onderwerpen van de kant van de Brusselse departementen en de Europese Commissie. Neem de slepende kwestie van compensatie voor het gebruik door Europese luchtvaartmaatschappijen van het luchtruim boven Siberië.

Het is niet moeilijk de indruk te krijgen dat de Europese Unie Rusland ziet als een vijandige rivaal die moet worden verzwakt. Van zijn kant ziet Rusland de EU als zijn natuurlijke partner. Vandaar dat Moskou bezorgd is over het feit dat Europa een achterstand aan het oplopen is tegenover andere centra van de wereldeconomie. De EU is nog sterk als het om buitenlandse economische politiek gaat, maar op het punt van de geopolitiek is Brussel irrelevant aan het worden. Dat is nadelig voor Rusland.

Hoewel het zich graag wil aansluiten bij de `quasi-staat' in de vorm van een economische, monetaire en sociale alliantie die de Europese Unie over vijftien jaar mogelijk is, moet Rusland voorlopig een pauze inlassen in zijn dialoog met de EU. Dat betekent echter niet dat er geen activiteiten meer zullen zijn, en het betekent zeker geen weigering om samen te werken.

Maar Moskou signaleert wel dat er geen zekerheid is dat de Europese Unie Rusland nieuwe plannen voor langdurige samenwerking wil aanbieden. Hopelijk zal dat de komende jaren toch gebeuren en mogelijk zal het op de lange termijn komen tot een strategische en misschien een politieke alliantie tussen Rusland en de EU.

Intussen geeft Rusland de voorkeur aan het opbouwen van bilaterale betrekkingen met een aantal EU-landen, zoals Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk, Griekenland, Finland en, natuurlijk, Nederland. Met deze landen bestaat een wederzijds begrip over de meeste vraagstukken. Zelfs de wisseling van de wacht in Berlijn zal in dit opzicht geen verandering brengen, omdat de Russisch-Duitse economische en politieke belangen te nauw verweven zijn.

Het grote punt is dat de Oost-Europese lidstaten van de EU zich tegen Rusland keren. Zeker, er zijn veel problemen in de gemeenschappelijke geschiedenis van Rusland en deze landen geweest. Maar men kan niet eeuwig een gijzelaar van de geschiedenis blijven. Rusland wil dat in ieder geval niet en wenst met deze landen een normale dialoog te ontwikkelen. Als echter grenswijzigingen en andere principiële kwesties aan de orde komen, zal Moskou niet buigen. Ik verwacht dat de meerderheid van de EU-landen, en in het bijzonder Nederland, daarvoor begrip zal kunnen opbrengen.

Sergei Karaganov is waarnemend directeur van het Instituut voor Europa van de Russische Academie van Wetenschappen te Moskou.