Parbleu

Het toeval is nooit te beroerd om de stukjesschrijver af en toe een handje te helpen.

Zaterdagavond naar de (uitverkochte) Rode Hoed in Amsterdam voor de Turkse schrijver Orhan Pamuk, geïnterviewd door Michaël Zeeman. Pamuk kwam in botsing met de regering van zijn land door zijn opmerking over de Turkse massamoord op Armeniërs en Koerden; in december begint er een rechtszaak tegen hem. Het optreden duurde anderhalf uur, waarin Pamuk weinig animo toonde zijn `kwestie' aan de orde te stellen. Het gesprek ging vooral over zijn laatste, autobiografische boek, Istanbul.

Pas in het laatste kwartier maakte Pamuk desgevraagd enkele opmerkingen over zijn affaire. ,,Ik ben niet bezorgd over de rechtszaak'', zei hij, ,,want ik sta in mijn recht. Het is niet belangrijk, maar het is internationaal belangrijk gemaakt. Dat brengt me in een onbehaaglijke positie. Ik wil dat Turkije in de Europese Unie komt, maar mijn opmerking wordt nu gebruikt om haar eruit te houden. Ik wil daarom niet dat mijn zaak gedramatiseerd wordt.''

Zag hij zich nog eens voorgoed uit Turkije vertrekken? ,,Ik hoop het niet en ik verwacht het ook niet. Het zou alleen kunnen gebeuren als Turkije niet in de EU komt en als het land in handen van ultranationalisten of het leger valt.''

Het werd nog even spannend toen twee Turkse mannen suggestieve vragen begonnen te stellen: ,,Wie is uw advocaat?'' en ,,Heeft u bewijzen voor de zogenaamde massamoord?'' (Pamuk ontkende overigens ook op deze avond dat hij het woord `genocide' had gebruikt.) Pamuk, daarvóór de vriendelijkheid zelve, weerde deze vragen kort en korzelig af.

De volgende dag naar Emil Nolde (1867-1956), een befaamde Duitse expressionistische schilder, rond wiens werk De Zonnehof in Amersfoort een tentoonstelling heeft georganiseerd. Die tentoonstelling zou ook in het Stedelijk Museum of enig ander groot museum niet hebben misstaan. Vijftig portretten, het merendeel mooi en intiem.

In de begeleidende tekst las ik dat Nolde aanvankelijk nogal wat nazi-sympathieën had. De genegenheid was wederzijds, want zijn schilderijen hingen tot in de privé-vertrekken van propagandaminister Goebbels. Maar in 1937 komt hij in botsing met de regering van zijn land. Hitler vindt zijn kunst opeens entartet, Nolde krijgt een schilderverbod en zijn schilderijen worden uit de Duitse musea verwijderd.

Deze feiten zat ik later te verwerken op een terrasje van een café in de Lieve Vrouwestraat in Amersfoort, toen me opeens de naam van dat café opviel: Vyssotski. Parbleu! Ik bekeek de menukaart en, inderdaad, het café bleek vernoemd naar Vladimir Vyssotski, de bekende Russische zanger, een soort Bob Dylan, die door zijn teksten ook nogal eens in botsing kwam met de regering van zijn land. Pas na zijn vroegtijdige dood in 1980 door een hartaanval kreeg hij de officiële erkenning die hem toekwam.

Ik had geen honger, anders zou ik onmiddellijk een speciale tosti Vyssotski (ham, kaas, tomaat, rode ui, sambal – 3,50 euro) besteld hebben. Zulke kunstenaars moeten geëerd worden. Broodje shoarma Pamuk? Eine Nudel Nolde?