Op Valerie en mij is karaktermoord gepleegd

Hoge medewerkers van de Amerikaanse regering hebben de macht van het Witte Huis gebruikt om het leven van mij en mijn vrouw maanden tot een hel te maken. Zij deden dat om de leugens te verhullen die waren gebruikt om de invasie in Irak te rechtvaardigen, meent Joseph C. Wilson IV.

Na de twee jaar durende, door hoge functionarissen in het Witte Huis op touw gezette smaadcampagne tegen mijn vrouw en mij is het verleidelijk te denken dat de aanklacht die vrijdag is ingediend tegen I. Lewis `Scooter' Libby, de stafchef van de vice-president, ons van blaam heeft gezuiverd.

Samen hebben Valerie en ik de Verenigde Staten bijna 43 jaar gediend. Aan de vooravond van de Golfoorlog was ik waarnemend ambassadeur in Irak voor president George H.W. Bush, en ik heb voor hem en president Clinton als ambassadeur gediend in twee Afrikaanse landen. Valerie heeft als geheim agente voor de CIA verscheidene taken vervuld in het buitenland en in gebieden die verband hielden met terrorisme en massavernietigingswapens.

Maar 14 juli 2003 werd een onherroepelijk keerpunt in ons leven. Op die dag identificeerde columnist Robert Novak Valerie als lid van een geheime dienst, waarmee hij een geheim verried dat buiten mijzelf, haar ouders en haar broer niemand kende.

Valerie heeft me later gezegd dat het aankwam als een klap in haar gezicht. Daar ging twintig jaar dienst op de schroothoop. Zij begon onmiddellijk een checklist op te stellen van wat zij allemaal moest doen om de schade te beperken voor mensen die zij kende en projecten waar zij aan werkte. Zij vroeg zich af wat haar vrienden ervan zouden vinden, als zij hoorden dat wat zij over haar meenden te weten, een leugen was.

Het was wraak, goedkope politieke wraak van de regering voor een artikel dat ik had geschreven, waarin ik een bewering van president Bush in zijn State of the Union-toespraak uit 2003 had tegengesproken. Een wraakneming die niet alleen diende om mij te straffen maar ook om anderen af te schrikken.

Waarom ik dat artikel geschreven had? Omdat ik dacht dat de burgers in de democratie verantwoordelijk zijn voor wat de regering uit hun naam doet en zegt. Ik wist dat die bewering in de speech van Bush – dat Irak had geprobeerd aanzienlijke hoeveelheden uranium te kopen in Afrika – onwaar was. Dat ze onwaar was, wist ik van de onderzoeksreis naar Afrika die ik zelf – op verzoek van de CIA – had gemaakt, en uit twee andere, soortgelijke inlichtingenrapporten. Ik wist ook dat het Witte Huis dat wist.

Zij zouden daarover alleen open kaart spelen als ik mijn kennis openbaar maakte. De dag nadat ik in een opiniestuk in de New York Times mijn conclusies had bekendgemaakt, gaf het Witte Huis eindelijk toe dat de inmiddels beruchte zestien woorden ,,niet van zodanige aard waren dat ze hadden behoren te worden opgenomen in de State of the Union''.

En daarmee had het uit moeten zijn. Maar in plaats daarvan waren the president's men – onder wie naar verluidt Libby en ten minste één ander (die officieel alleen bekendstaat als `functionaris A') – vastbesloten om Valerie en mij te schande te maken en in diskrediet te brengen.

Zij maakten gebruik van gretige handlangers in het Congres en de conservatieve media, te beginnen met Novak. Misschien wel de monsterachtigste aanval was de verfoeilijke suggestie van Peter King, de Conservatieve afgevaardigde voor New York, dat Valerie ,,haar verdiende loon gekregen had''.

Valerie stond helemaal buiten deze zaak. Er is wel gesuggereerd dat het besluit om mij naar Niger te sturen van haar afkomstig zou zijn geweest, maar slechts een week na het artikel van Novak heeft de CIA tegen Newsday verklaard dat ,,zij haar echtgenoot niet heeft aangeraden de taak in Niger op zich te nemen'' – een verklaring die de CIA nadien tegen alle journalisten heeft herhaald.

De grand jury [die Libby in staat van beschuldiging heeft gesteld, red.] heeft nu geconcludeerd dat ten minste één van de mannen van de president misdrijven heeft gepleegd. Het doet ons goed dat ons rechtsstelsel werkt, en wij hebben waardering voor het werk van onze medeburgers die twee jaar van hun leven hebben gewijd aan hun verplichtingen voor de grand jury.

De aanvallen op Valerie en mij waren erg onaangenaam, slopend en boosaardig; het was karaktermoord. Hoge medewerkers van de regering gebruikten de macht van het Witte Huis om ons leven 27 maanden tot een hel te maken.

Belangrijker nog is dat zij dit deden als onderdeel van een onmiskenbare poging om de leugens en de desinformatie te verhullen die waren gebruikt om de invasie in Irak te rechtvaardigen. Dát is het uiteindelijke misdrijf.

De oorlog in Irak heeft aan doden en gewonden onder de Amerikaanse militairen meer dan 17.000 slachtoffers geëist, en een veelvoud daarvan aan Iraakse slachtoffers, en bijna 200 miljard dollar gekost.

De oorlog heeft onze internationale reputatie te grabbel gegooid en onze strijdkrachten geknakt. Hij heeft de Verenigde Staten verzwakt, de haat jegens ons vergroot, en de kans op toekomstige terroristische aanslagen tegen onze belangen vergroot.

Het was, zoals generaal William Odom heeft gesteld, de grofste strategische blunder uit de geschiedenis van ons land.

Wij verwachten geen mea culpa van de president voor wat zijn hoogste medewerkers ons hebben aangedaan. Wel is hij het land een verklaring en excuses schuldig.

Joseph C. Wilson IV was waarnemend ambassadeur in Bagdad toen Irak in 1990 Koeweit binnenviel. Hij is de auteur van `The politics of truth' en heeft 23 jaar bij de diplomatieke dienst gewerkt.

© LA Times/ Washington Post