Lam rem je lomper

Autorijden en drank, dat mag niet. Bij wijze van test mochten een paar jongemannen onder invloed van rum en cola een gesloten circuit op.

Van dronken rijden kent niemand de gevaren, zegt oud-verkeersagent Chris Vlaar. Tot het een keer misgaat. ,,Dan verandert je leven voorgoed, én dat van de nabestaanden van het slachtoffer.''Vlaar, tegenwoordig verkeersveiligheidsinstructeur bij het bedrijf Prodrive in Lelystad, kent de cijfers niet uit z'n hoofd, maar heeft ,,vaak genoeg'' overlijdensberichten moeten overbrengen om te weten dat de combinatie alcohol en verkeer dodelijk is. Navraag bij verkeersveiligheidsorganisatie 3VO leert dat jaarlijks rond de tweehonderd mensen overlijden door ,,automobilisten met alcohol op'', dat is een kwart van alle verkeersslachtoffers.

Om die boodschap nog harder aan te laten komen bedacht Ritsaert Menick, directeur van leasemaatschappij Bright Lease, een rijden-onder-invloedtest. ,,Iedereen roept altijd dat ze wel weten dat dronken rijden slecht is, maar het echt zelf ervaren blijft confronterend.''

En dus nodigde hij vorige week een groep van twaalf vrienden uit om op het gesloten en dus ,,superveilige'' testcircuit van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) in Lelystad in verplichte kennelijke staat een rijvaardigheidstest te doen. Dit onder strikte begeleiding van twee instructeurs van Prodrive. Menick: ,,Die reageerden eerst terughoudend op mijn verzoek, omdat er op de RDW-baan een absoluut alcoholverbod geldt.'' Bovendien moesten ze even nadenken welke auto's ze voor het experiment beschikbaar stelden. Dat werden twee Renault Méganes, van elk zo'n 1.300 kilo. Met dubbele bediening, zoals in lesauto`s, zodat de instructeurs met de voeten konden ingrijpen.

In de provisorische bar op een taludje tussen de asfaltstroken was geen dubbele bediening, maar er werd in rap tempo gedronken. Binnen een half uur hadden de twaalf proefpersonen – type leasebakrijder uit Amsterdam – vier flessen rum achter de kiezen, al dan niet aangevuld met cola.

De bacootjes misten hun uitwerking niet. Maar om de effecten van dronken rijden goed te ervaren werkte de testgroep eerst in nuchtere toestand drie oefeningen af. Bij de `Ovo', de ongevalvermijdingsoefening, moest de chauffeur met een gangetje van achtereenvolgens 40, 45 en 50 kilometer per uur een noodstop maken.

Op een afstand van zo'n vijftien meter ging plotseling een rij rode lichtjes in het asfalt branden. ,,Dat is een overstekend kind'', aldus de instructeur, die eerder had gedemonstreerd dat de remweg van een Mégane bij 50 kilometer per uur zeker negen meter bedraagt (en bij 100 kilometer bijna veertig meter). ,,Probeer vóór de lichtjes tot stilstand te komen.'' Als dat niet lukte, moest je uitwijken naar links of rechts, aangegeven door blauwe lichten in het asfalt.

De tweede test, de `Rug' (Remmen-en-uitwijken-op-glad-wegdek), was identiek maar dan op een glad gespoten ondergrond, gelijk een laag aangestampte sneeuw. Pas als alle vier de wielen op het gladde stuk waren beland, mocht je remmen. De te omzeilen pylonen op twintig meter simuleerden een zware vrachtwagencombinatie die plotseling tot stilstand is gekomen. Daarna moest de testrijder zonder enige instructie een kleine slalom rijden tussen tien pylonen.

Vóór de bacardi-cola's waren de oefeningen al lastig genoeg. De rijders waren voorzichtig, hadden moeite de juiste kruissnelheid te halen en trapten vaak te aarzelend de rem in. Hoe vaak staat een doorsnee automobilist nu echt vol op de rem? Maar er sneuvelden niet veel pylonen. Na de drankpauze, waarbij de gemiddelde proefpersoon volgens instructeur Vlaar ,,zeker'' 1 promille alcohol in het bloed opnam (het dubbele van de toegestane hoeveelheid) was de stemming uitgelaten, maar de rijvaardigheid bedroevend.

Overmoedigheid en een laag reactievermogen was het gevolg bij alle bestuurders. Vlaar: ,,Ik heb niemand beter zien rijden. Iedereen reed te hard, stuurde te veel en reageerde te laat.'' Het enige wat goed ging was het remmen. ,,Men trapte eindelijk goed op de pedalen, op het lompe af.'' Het viel Vlaar op, maar hij had niet anders verwacht, dat de beschonken rijders nog maar oog voor één ding hadden. ,,Niemand keek meer op de kilometerteller, alleen nog maar naar de lichtjes of pylonen.'' Van die laatsten bleven er maar weinig overeind.

Volgens Vlaar heeft de test op de deelnemers zijn uitwerking niet gemist, maar de instructeur wil de slok-op-proef niet in zijn vaste programma opnemen. ,,Het gevaar blijft dat sommige mensen na zo'n drankje beter blijken te rijden.''

Eén deelnemer riep in zijn enthousiasme dat het beter ging dan voor de borrel. Klopt, zei riep instructeur. Er was op het gladde wegdek maar één pylon omgekukeld. ,,Daarnet waren dat er twee. Maar je bent wel hartstikke dood.''