Kashmir kern van strijd India en Pakistan

Bij de aanslagen in Delhi wordt opnieuw gekeken naar Kashmir. Islamitische extremisten hebben geen baat bij toenadering.

Op 13 december 2001 vielen strijders van islamitische terreurgroepen uit Kashmir het gebouw van het Indiase parlement in New Delhi aan. Daarbij vielen veertien doden, onder wie de vijf schutters. De daarop volgende maanden liepen de spanningen tussen India en buurland Pakistan hoog op. Beide landen, atoommogendheden, trokken hun troepen samen langs de grens en langs de bestandslijn in de omstreden regio Kashmir. Oorlog leek op uitbreken te staan.

Bij de aanslagen van afgelopen zaterdag in de Indiase hoofdstad, met 61 doden, gaat de verdenking opnieuw uit naar islamitische terreurgroepen uit Kashmir, zoals opnieuw Lashkar-e-Taiba (Het Leger van de Zuiveren) of een afsplising daarvan. Maar deze keer is geen sprake van mobilisatie of van nerveuze spanning tussen India en Pakistan. Kennelijk hebben Delhi en Islamabad de afgelopen twee jaar daadwerkelijk voortgang geboekt in hun pogingen de betrekkingen te normaliseren.

IJkpunt is in de afgelopen 58 jaar, sinds de bloedige deling van het Indiase subcontinent na het Britse vertrek, steeds Kashmir geweest. De toenmalige hindoeheerser van het prinsendom koos in 1947 voor aansluiting bij India, hoewel de bevolking overwegend islamitisch was. Na twee oorlogen om het gebied is een bestandslijn van kracht, waarbij ruwweg tweederde van Kashmir aan India toevalt en eenderde onder Pakistaanse controle is.

In de jaren tachtig kwamen strijders uit Kashmir zelf gewapenderhand in opstand tegen de onderdrukking van het Indiase leger en paramilitaire veiligheidstroepen. Maar dankzij interventie van de Pakistaanse geheime dienst werd de `heilige strijd' om Kashmir al snel geannexeerd door Pakistaanse strijdgroepen. Het doel was niet zelfbeschikking voor Kashmir, maar inlijving bij Pakistan. Kashmir werd na Afghanistan het nieuwe front in de jihad. Veel veteranen uit de Afghanistan-oorlog gingen na de verdrijving van de Sovjetbezetters uit Afghanistan naar Kashmir en trokken vanaf de Pakistaanse kant de bestandslijn over. Die aanhoudende infiltratie was eind 2001, begin 2002 aanleiding voor India om militair optreden tegen Pakistan te overwegen.

Nu heeft de militaire optie plaatsgemaakt voor ongekende toenadering tussen India en Pakistan, met als spectaculair resultaat de aankondiging in Islamabad van afgelopen zaterdag dat binnen enkele dagen de grensposten in Kashmir opengaan voor hulpverleners en slachtoffers van de recente aardbeving. Dat gaat, net als de al eerder tot stand gebrachte busverbindingen, een heel eind in de richting van formele erkenning van de deling van Kashmir. Het is niet vreemd dat vermoedelijk islamitische terroristen enkele uren na die aankondiging toesloegen in Delhi, want het zijn juist de extremistische jihad-groepen die het meest hebben te verliezen van deze normalisering van de Indiaas-Pakistaanse betrekkingen.

Lange tijd heeft Pakistans sterke man Musharraf hen gesteund en gebruikt in de strijd tegen India. Musharraf veroordeelde de aanslagen zaterdag als terroristisch, evenals de regeringen van onder andere de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. De extremisten voelen zich door Musharraf verraden en zullen alles op alles zetten om de toenadering te torpederen.