`Hulpverleners geen kinderredders meer'

Henk van den Ende werkte dertig jaar in de jeugdzorg, de laatste twee jaar als directeur Bureau Jeugdzorg Zeeland. Teleurgesteld, maar niet bitter.

Henk van den Ende (64) werkt dertig jaar in de jeugdzorg, de laatste twee jaar was hij directeur van Bureau Jeugdzorg Zeeland. Sinds begin dit jaar zijn de Bureaus Jeugdzorg de toegangspoort voor jeugdhulp. Hij vindt niet dat kinderen en ouders die extra zorg nodig hebben er veel mee zijn opgeschoten.

Van den Ende gaat met pensioen. Afgelopen vrijdag was zijn laatste werkdag in zijn kantoor in een buitenwijk van Middelburg, vandaag neemt hij afscheid. Zijn bureau is het kleinste van vijftien Bureaus Jeugdzorg in Nederland. Een opvolger is er nog niet.

Van den Ende is niet bitter, zegt hij, wel teleurgesteld over zijn mogelijkheden écht iets te veranderen. ,,Ik ben gaan werken in deze sector omdat ik verwachtingen had. Ik wilde dat kinderen sneller en beter geholpen zouden worden. Die verwachtingen heb ik fors moeten bijstellen, anders krijg ik last van maagzuur.''

Sinds dit jaar is er een nieuwe wet, die de jeugdzorg toegankelijker moest maken door de Bureaus als toegangspoort te laten fungeren. Is die opzet gelukt?

,,Ouders en kinderen met problemen zouden direct doorverwezen worden naar de juiste hulp, want al die instellingen horen nu bij Bureau Jeugdzorg. Helaas zijn verschillende instellingen buiten die toegangspoort gebleven. De jeugdgeestelijke gezondheidszorg bijvoorbeeld. We kunnen wel kinderen met psychische problemen doorverwijzen, maar we hebben die experts van de Jeugd-GGZ niet in huis. Die moeten we weer bij een andere instelling inkopen.''

Hoe kan dat?

,,Het heeft met lobby te maken. De jeugdgeestelijke gezondheidszorg wil liever bij de somatische gezondheidszorg horen dan bij de jeugdzorg. Die heeft meer status, blijkbaar.''

In elk geval hebben de hulpverleners van Bureau Jeugdzorg nu goed overzicht van de hulp aan een kind.

,,Mijn mensen zijn hulpverlener geworden omdat ze kinderen en ouders willen helpen. Maar ze zijn geen kinderredders meer, ze zijn regisseur geworden, case managers.''

Maar als ze de hulp goed regisseren, kunnen ze toch ook kinderen redden?

,,Dat valt tegen. Ouders die bij Bureau Jeugdzorg terechtkomen, zien het écht niet meer zitten met die criminele puberzoon, of met hun vierjarig ADHD'ertje dat het gezin volledig ontregelt. Ze verwachten een hulpverlener die naar hen luistert en die hen begrijpt. Die krijgen ze niet. Ze komen binnen en krijgen een afspraak enkele weken later bij de screeningscommissie. Die maakt dan een rapport, dat duurt weer weken, en daar komt een indicatie uit: de hulp die ze nodig hebben. Pas dan kunnen ze door de case manager worden doorverwezen...''

Naar de wachtlijst.

,,Precies. De wet heeft geen rekening gehouden met de wachtlijsten. Gezinsvoogden van Bureau Jeugdzorg moeten, zolang het kind op de wachtlijst staat, elke drie maanden een nieuwe indicatie geven. Dat doe je dan twee, drie of zes keer. Daarnaast moet er een alternatief komen, want het kind heeft dringend hulp nodig. En er komt meestal ook nog wel een crisis tussendoor. Al bij al heb je de bizarre situatie dat kinderen wel een case manager hebben, maar geen hulp. Dat kun je dan beter omdraaien, vind ik.''

Hoe dan?

,,De gezinsvoogden en jeugdhulpverleners zouden gewoon hulp moeten verlenen en pas doorverwijzen naar gespecialiseerde instellingen als ze er zelf niet meer uitkomen. Net zoals huisartsen dat doen. Die helpen het gros van de patiënten zelf, en sturen alleen door als ze een specialist nodig hebben. Ouders willen iemand die aandacht heeft voor hun problemen, die hen steunt en nog wat goede adviezen geeft. Nu zijn de case managers een extra schakel die veel bureaucratie met zich meebrengt.''

Is het niet nuttig als één persoon de hulp regisseert en het overzicht heeft? In het verleden is gebleken dat instellingen langs elkaar heen werken.

,,Ja, maar dan zou die regisseur de macht moeten hebben om met de instellingen afspraken te maken en ze daaraan te houden. Dat is niet het geval, instellingen zijn autonoom. Het is onduidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. Dat zie je bij incidenten. Iedereen kijkt naar de ander.''

Heeft de mogelijke strafrechtelijke vervolging van de gezinsvoogd van Savanna, het driejarig meisje dat dood in de kofferbak van de auto van haar moeder werd gevonden, nog gevolgen voor uw mensen?

,,Ja, heel veel. Als die gezinsvoogd wordt veroordeeld, is dat een enorme klap. Het effect is nu al duidelijk merkbaar; mensen willen meer overleg en durven minder zelfstandige beslissingen te nemen.''

Zijn dergelijke drama's te voorkomen?

,,Nooit helemaal. Maar je moet je uiterste best doen. Ook al zijn er wachtlijsten, je kunt wel prioriteiten stellen. Bij een melding van kindermishandeling van een kind onder de vier jaar, moet je er altijd op af. Meteen. Niet accepteren dat gezinsvoogden zeggen: Sorry, ik heb 24 zaken, dat is mijn case load, ik zit vol.''

Zijn de gezinsvoogden voldoende opgeleid om gevaarlijke situaties te onderkennen?

,,Er wordt veel te weinig geïnvesteerd in professionaliteit. Er is binnen de jeugdzorg-CAO nauwelijks aandacht voor structurele bijscholing. Ik zou meer mensen willen die zelfstandig handelen, van het protocol durven afwijken als dat nodig is. Die oog hebben voor wat de klant wil, maar niet de problemen overneemt.

Is dat wat u ziet, dat problemen worden overgenomen?

,,Een cultuur van `wij weten wat goed voor u is' is onmiskenbaar. Er zijn ouders die echt hun kinderen niet kunnen opvoeden, maar er zijn er ook die alleen een zetje nodig hebben. Dan moet je jezelf daarna overbodig durven maken. Dat is ook professionaliteit.''