FIOD is kind aan huis in het betaald voetbal

PSV-trainer Guus Hiddink en voormalig PSV-directeur Fons Spooren worden verdacht van belastingfraude. Beiden kregen bezoek van de FIOD, evenals hun accountantskantoor. Een nieuwe affaire in het profvoetbal die past op een lange lijst.

De FIOD-ECD is sinds de begin jaren tachtig de luis in de pels van het betaald voetbal. De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst doet sindsdien met enige regelmaat invallen bij clubs, bestuurders en nu zelfs Guus Hiddink. De coach van het jaar van 2002 en de huidige technisch directeur van PSV alsmede oud-PSV-directeur Fons Spooren kregen vorige week dinsdag bezoek van de FIOD voor een huiszoeking. Tevens deed de dienst vorige week een inval bij het gerenommeerde accountantskantoor van het tweetal. Directeur Van den Boomen werd aangehouden, maar vrijdag weer op vrije voeten gesteld. De historie leert dat de FIOD en justitie zich verbeten vastbijten in elke fraudezaak in het betaald voetbal.

Hiddink is verbolgen over de aanpak van de FIOD. Het gebeurde in het verleden vaker dat de betrokkenen verongelijkt reageerden. Of repten over een verschil van mening met de fiscus. Vaak leidden invallen van de FIOD echter wél tot veroordelingen.

Sinds 1981 zijn er negen grote zaken van belastingfraude in het betaald voetbal geweest. De kwestie die nu speelt rondom Hiddink, lijkt vooralsnog een privé-aangelegenheid. Het betreft hier waarschijnlijk een overtreding ten aanzien van het woonplaatsbeginsel en verschilt in dat opzicht wezenlijk met de affaires uit het verleden. Maar er is wel één overeenkomst: lichtzinnigheid in de omgang met de fiscus.

Rondom de Sinterklaasviering van 1981 viel de FIOD binnen bij FC Utrecht en ontdekte zwarte betalingen aan spelers als Van Hanegem en Van Breukelen. Tevens was er fraude gepleegd met toegangskaarten. Oud-voorzitter Werkhoven en directeur Hesselbert werden opgepakt. Daarna kwamen Roda JC (1985), Ajax (1988, 2001), FC Groningen (1989), RKC (1991), MVV (1993), Feyenoord (1998) en Vitesse aan de beurt.

Een aantal zaken had een grote impact op de betrokkenen. Zoals in 1988 toen bij Ajax belastingontduiking en valsheid in geschrifte werd geconstateerd bij de transfers van Arnesen, Gasselich, Jensen, Lerby en Stapleton. De spelers noch de club hadden belasting afgedragen over tekengeld. Door de jaren heen een veel voorkomend verschijnsel. Verschillende (oud-)bestuurders van Ajax werden voor verhoor in hechtenis genomen. Zoals voorzitter Ton Harmsen en directeur Arie van Eijden. Harmsen raakte in de cel hevig geëmotioneerd en kwam de klap, mede door een zwakke gezondheid, nooit meer te boven en overleed in 1998. Hij werd veroordeeld tot een boete van 150.000 gulden en een voorwaardelijke celstraf. Van Eijden kreeg een boete van 60.000 gulden. Hij werd gedwongen zijn huis in Diemen te verkopen. De huidige algemeen directeur van Ajax, die volgende maand afscheid neemt, noemt de zaak nog steeds ,,een zeer zwarte bladzijde'' uit zijn leven. Hij vindt tot op de dag van vandaag dat hij ten onrechte is gestraft. In zijn optiek kan er bij een club als Ajax bijna nooit sprake zijn van frauduleuze handelingen, omdat er meerdere personen hun handtekening zetten als er geld wordt overgemaakt. De Amsterdamse club moest overigens twee miljoen gulden boete betalen.

Ook de affaire bij FC Groningen zorgde in 1989 voor veel ophef. In het Oosterpark was volgens de FIOD eveneens gesjoemeld met transfergelden. In totaal werd over 2,3 miljoen gulden tekengeld geen belasting afgedragen. Voorzitter én sectiebestuurder betaald voetbal Renze de Vries werd veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden. Hij stond echter wegens een gecompliceerde armbreuk na vier dagen al weer op straat. Een verslaggever van het maandblad Elf zocht hem twee jaar geleden op in zijn appartement boven een winkelcentrum in Roden. Over zijn verblijf in de half open penitentiaire strafinrichting in Heerhugowaard, zei De Vries: ,,Men vond het daar onredelijk dat juist mensen zoals ik, die zich zo voor het voetbal hadden ingezet, daarvoor zo zwaar gestrafd werden. Als ik weer zou moeten zitten, och man, ik zou compleet gek worden. De heroïnetroep werd 's nachts over de omheining van het complex gegooid.''

De Vries had FC Groningen van de kelder in de eerste divisie naar Europees voetbal gedirigeerd, maar financieel weer aan de rand van de afgrond gebracht. Een gevoel van onrecht en woede had ook voorzitter Jorien van den Herik toen de FIOD en justitie in 1998 bij Feyenoord een inval deed. Het onderzoek maakte deel uit van de zogenoemde `actie Skippy' en werd uitgevoerd door een team van dertig man van de afdeling Grote Ondernemingen in Utrecht dat als een kangoeroe van club naar club hupt om fiscale misstanden aan te pakken. Bij Feyenoord ging het om niet afgedragen belastinggeld bij de transfers van Vidmar, Allotey en Gyan. Hierbij zou voor zeker 2 miljoen dollar aan de fiscus zijn onttrokken. Drie jaar later betrof het de broers Shota en Achil Arveladze (Ajax en NAC) en Michael Laudrup (Ajax). Hiervoor werd voormalig penningmeester Arie van Os achter de tralies gezet. De rechtbank in Rotterdam sprak Feyenoord en Van den Herik vrij van fraude. Maar het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep. Het hof doet op 8 november uitspraak.

Die uitspraak kan ook gevolgen hebben voor Ajax. De Amsterdamse voetbalclub kreeg een forse fiscale naheffing van 5,2 miljoen euro, maar wacht nog op eventuele strafrechtelijke gevolgen. De onzekerheid hierover zou een beletsel zijn geweest bij een mogelijke terugkeer van Shota Arveladze die nu voor AZ uitkomt.