Energieke `Sweet Charity' mist plot

De animeermeiden zijn paaldanseressen geworden. Ze hangen niet meer aan een bar, want ook de Fandango-club is met zijn tijd meegegaan. Nu kronkelen ze krols om de zilveren palen, maar nog steeds lonken ze naar de klanten en zingen wat ze anno 1966 – in de oerversie op Broadway – ook al zongen: ,,Hey, big spender!''

In de nieuwe Nederlandse productie van Sweet Charity die gisteravond in première ging, wordt een volleerd staaltje paaldanserij vertoond. Zo volleerd dat de bijbehorende balorigheid ditmaal ontbreekt. Alsof ze er waarachtig zin in hebben, deze danseressen.

Sweet Charity werd twee keer eerder in Nederland uitgebracht: eerst met Jasperina de Jong (1969) en later met Simone Kleinsma (1989) als het hoertje dat een grote liefde zoekt om weg te komen uit die slonzige club.

Nu speelt Lone van Roosendaal haar eerste musical-hoofdrol, in een kort rood jurkje – niet in het zwart, zoals haar voorgangsters – en op hoge trippelhakjes. Van Roosendaal is een uiterst beweeglijke Charity. Ze baant zich wervelend een weg door haar energieke danspassen, weet als comedy-actrice waar de lach zit en ze kan zingen op stormkracht – hooguit wat schel, waardoor ze niet altijd even verstaanbaar is. Ze trekt voortdurend de aandacht, en regisseur Craig Revel Horwood versterkt dat effect door Charity zoveel mogelijk in het midden te zetten, terwijl om haar heen de ene locatie verandert in de andere.

,,Ik wil weg uit deze rotzooi'', zegt Charity. Met de eerste man lukt dat niet meteen, maar met de tweede lijkt het beter te gaan. Veel meer valt over het plotje van Sweet Charity – losjes gebaseerd op Fellini's Le Notti di Cabiria – niet te zeggen. En dat blijkt bij dit weerzien nogal weinig te zijn. Mij kon dit simpele verhaaltje nauwelijks meer boeien, ondanks de gerenommeerde namen van scriptschrijver Neil Simon en tekstdichteres Dorothy Fields.

Hun omhaal van woorden is net zo gedateerd als de hippie-achtige sektescène na de pauze, die niet meer is dan een excuus voor een middelmatig shownummertje. Het zevenkoppige orkest van Jeroen Sleijfer werpt zich weliswaar met verve op de pepmuziek van Cy Coleman, maar kan het gemis aan schetterend Broadway-koper toch niet verhullen.

De nieuwe vertaling van Coot van Doesburgh doet doorgaans wel recht aan het origineel, maar raakt af en toe bekneld tussen de felle ritmes – zodat er lelijke samentrekkingen als ,,wie zou het g'loven'' en ,,zij's de klarinet'' moeten worden gezongen.

Lone van Roosendaal heeft twee mannen tegenover zich: Stephen Stephanou speelt een latin lover met een hinderlijk vet fantasie-accent, en Tony Neef is de verlegen accountant die Charity's hart steelt. Het is een bescheiden rol, die van Neef, maar met zijn schutterige charme maakt hij van de accountant een prettig rustpunt in de show.

In het ensemble vallen verder vooral Sophia Wezer en Esther van Boxtel op, als twee door de wol geverfde collegae van Charity. Aan hen ligt het niet dat Sweet Charity toch niet meer de flonkering van vroeger heeft. Sommige musicals hebben niet het eeuwige leven.

Voorstelling: Sweet Charity, door Mark Vijn Theaterproducties. Regie: Craig Revel Horwood. Gezien: 30/10 in de Schouwburg, Gouda. Tournee t/m 16/4. Inl. 0229-206470, www.mvtp.nl