Eindelijk weer ambitie

Met hun ervaring willen de bondscoaches Pim Rietbroek en Harry Weerman het Nederlands handbalteam nieuw leven inblazen. ,,Maar als internationals hier blijven, wordt het nooit wat.''

De vloek die al jaren op het Nederlands mannenhandbalteam rust, moet verdreven worden door Pim Rietbroek (63) en Harry Weerman (58), twee iconen van het nationale handbal. Formeel zijn ze aangesteld als bondscoach, maar de oud-internationals zien zichzelf vooral als begeleiders van een proces. Met pragmatisme en vaderlijkheid willen ze de handbalploeg uit de poel van treurnis trekken. Ze kenden een alleszins bemoedigend begin, de afgelopen drie dagen bij het vierlandentoernooi in Leeuwarden.

Op grond van de resultaten leek het verleden nog lang niet uitgewist: Nederland werd in een onderonsje met Tsjechië, Roemenië en Egypte vierde en laatste. Maar op het veld was er naast goede wil vooral nieuw elan onder de spelers merkbaar. Rietbroek, hiërarchisch de bondscoach met Weerman als zijn assistent, evalueerde het toernooi met een mengeling van zowel tevredenheid als realisme. Welwillendheid bleek ook een façade voor tekortkomingen, vooral bij de tweede keus. De zeven basisspelers voldoen aan de internationale standaard, maar de rest (nog) niet.

Dat brak Nederland in alle drie de wedstrijden op; frisse vervangers van vermoeide spelers konden het niveau niet vasthouden, waardoor de nederlagen tegen Roemenië (31-33) en Tsjechië (21-23) en het gelijkspel tegen Egypte (25-25) steeds in de slotfase hun beslag kregen.

Van moedeloosheid was evenwel geen sprake bij de als bondscoach debuterende Rietbroek. De Limburger kent de armetierigheid van de handbalploeg en weet waaraan hij zich heeft gecommitteerd. Hij beseft terdege dat de job enige inschikkelijkheid vereist. ,,Dat heb ik wel geleerd als clubcoach. Spelers met een baan of studie zijn niet fulltime beschikbaar; die missen wel eens een training of een wedstrijd. Dat accepteer ik, omdat je in Nederland nu eenmaal niet kunt leven van een bestaan als handballer.''

Waar Rietbroeks voorganger Henk Groener met extra centrale trainingen op zondag en maandag het niveau van de handbalploeg wilde opkrikken en zijn selectiebeleid daar mede op afstemde, huldigt de nieuwe bondscoach het adagium waarmee Marco van Basten zo succesvol is bij de nationale voetbalploeg: duidelijkheid paren aan ontspannenheid. ,,Ik begrijp dat spelers niet belast willen worden met extra trainingen voor de nationale ploeg; ze zijn al druk genoeg bij hun club. We hebben er onnodig spelers door verloren. Ik ben er ingestapt, omdat ik mogelijkheden met deze ploeg zie. De spelers zijn jong en beloftevol. Maar het heeft natuurlijk wel zijn tijd nodig.''

De gevoeligheid ligt opgesloten in de vraag: hoe worden internationals beter? De kenners weten het antwoord en wijzen eensgezind in één richting: Duitsland. Bij een club in de Bundesliga, de sterkste handbalcompetitie ter wereld, worden spelers zo veel beter, dat de nationale ploeg daar ontegenzeglijk van profiteert. Maar een exodus uit Nederland impliceert een verzwakking van de nationale competitie en een toenemende frustratie bij de clubs, die weinig meer ophebben met de nationale ploeg.

Voor het Nederlands Handbal Verbond (NHV) was dat reden een charmeoffensief te beginnen. Ben Spaai, de recentelijk benoemde directeur Sport, bracht afgelopen zomer een bezoek aan alle eredivisieclubs. ,,Mijn beeld was: het Nederlands team is van niemand. Die apathische houding van de clubs wil ik veranderen. Maar er zit nog veel oud zeer, vooral door uitspraken van Groener, die te pas en te onpas riep dat spelers alleen in het buitenland beter worden. De clubs ervoeren dat als een miskenning van de verbeteringen die zij in de loop der jaren hebben doorgevoerd.''

De clubs vonden bij Spaai een luisterend oor, met als meest tastbare resultaat dat niet een rechtlijnige bondscoach werd aangesteld, maar is gekozen voor een aimabele aanpak van een beminnelijk mens. Bovendien werd afgesproken dat de nationale ploeg (minus de spelers die uitkomen in de Bundesliga) op gezette tijden in de middaguren trainingsstages bij clubs gaat afwerken met ter afronding 's avonds ook nog een oefenwedstrijd. Bij E en O in Emmen werd onlangs proefgedraaid. En met succes, want er kwamen maar liefst dertienhonderd toeschouwers op de vriendschappelijke wedstrijd af.

Hoe sympathiek de reparatiewerkzaamheden van het handbalverbond ook zijn, de harde werkelijkheid blijft dat spelers uit de Nederlandse competitie de nationale ploeg niet kunnen reanimeren. Mark Schmetz, aanvoerder en met 28 jaar de ancien van het Nederlands team, laat er geen misverstand over bestaan. ,,Als spelers in Nederland blijven, wordt het nooit wat.''

In tegenstelling tot de clubs prijst Schmetz het werk van Groener. De speler vindt dat de vorige bondscoach de basis heeft gelegd voor de huidige, talentvolle en perspectiefrijke ploeg. Groener komt zijns inziens de eer toe weer structuur in het Nederlands team te hebben aangebracht.

Schmetz: ,,Want daarvoor was het een zootje en zijn er twee jaar verloren gegaan. Nu er een goed programma is, hebben de internationals ook weer ambitie. Iedereen wil graag spelen voor het Nederlands team. Nee, en heus niet voor het geld. Als de reiskosten maar vergoed worden, een bed en maaltijden zijn geregeld, zijn wij best tevreden. Laat de bond het geld dat dan nog over is maar besteden aan het programma van de nationale ploeg.''