Een printje maken en hulp zoeken

Stichting de Kinderconsument promoot veilig internetten door afspraken tussen ouders, basisschoolkinderen en leerkrachten. ,,Dat de opvoeders falen is duidelijk.''

Wat doe je als iemand tijdens het chatten rare dingen tegen je zegt? ,,Dan delete ik hem snel, misschien is het wel een kipnapper of zo'', was het antwoord van een van de kinderen van de katholieke basisschool Laurentius in Breda.

Afgelopen week bezocht Bamber Delver, directeur van de Kinderconsument, de school om met leerkrachten, leerlingen en ouders afspraken te maken over wat wel en niet kan op het web. Een klasgenoot verwoordde de reden van de bijeenkomst: ,,Er kan op internet iets met je gebeuren dat je helemaal niet wilt!''

Achtennegentig procent van de Nederlandse kinderen surft regelmatig. Ze zoeken informatie voor werkstukken, ze versturen e-mail, maar hoofdbezigheid is het spelen van games en chatten. Dat laatste doen ze in grote getale via MSN Messenger – het chatprogramma van Microsoft. Driekwart van de Nederlandse kinderen `msn't' regelmatig. Daarin ontmoeten ze hun klasgenoten en volslagen onbekenden. Gesprekspartners moet je `toelaten' in je contactenlijst van maximaal 150 namen.

De valkuilen die er voor volwassenen zijn op internet, zijn er voor kinderen ook. Veel sites vragen om persoonlijke gegevens. En als een kind in een zoekmachine `poesjes' intikt krijgt hij geen sites over kittens te zien. Zoals een jongen uit groep zeven zegt: ,,Soms denk je dat je doorklikt naar een leuke site, en dan blijkt het een rare site te zijn, met blote mensen erop.''

Ook is chatten soms een bron van pesterijen, vooral bij middelbare scholieren. Veel ruzies die al chattend beginnen, worden uitgevochten op het schoolplein. Er wordt in cyberspace gescholden, gedreigd, geroddeld. Maar ook jongere kinderen komen ongewenste dingen tegen. Oudere kinderen kunnen zich jonger voordoen en onder valse voorwendselen iemands `msn' binnendringen om een afspraakje te maken of lastig te vallen.

Om die problemen voor te zijn is op de Laurentiusschool in Breda, als eerste basisschool in Nederland, een internetprotocol afgesproken met leerlingen, leerkrachten en ouders, over wat wel en niet mag op de schoolcomputers. De regels, die ook handig zijn voor thuis, werden door de kinderen ondertekend en bij het avondeten aan de ouders getoond.

De regels luiden globaal: geef nooit je persoonlijke gegevens, laat geen onbekenden toe in je contactenlijst, maak geen afspraakjes tenzij je weet wie het is, log uit of blokkeer de persoon die naar tegen je doet. Binnen MSN Messenger betekent blokkeren – met een druk op de knop – dat je ongewenste gesprekspartner of pester niet kan zien dat jij online bent. En de belangrijkste aanwijzing: maak een printje van de conversatie of `rare site' en vraag om hulp bij opvoeder of docent.

Uit onderzoek van De Kinderconsument bleek dat ruim vijfentachtig procent van de kinderen die blokkeerknop niet weet te vinden, en dus het wapen niet in handen heeft om pestkoppen uit hun msn-venster te halen. In de workshop van Bamber Delver kregen de leerlingen bruikbare tips om een indringer of pester te ontmaskeren en hem vervolgens te blokkeren.

Er zijn meer initiatieven om kinderen voor te lichten over veilig surfen. Maar dat is steeds voor de kinderen alleen. De Kinderconsument streeft ernaar ook de ouders van de kinderen uit groep 6, 7 en 8 – die zelf rond de veertig jaar zijn – erbij te betrekken. Want het zijn, volgens Delver, de ouders die falen. ,,Ze weten totaal niet wat hun kinderen op het internet uitspoken. Soms omdat ze zelf hun weg nog niet kunnen vinden op het web, soms omdat het kind urenlang in zijn eigen kamer achter de computer zit, zonder toezicht.''

Delver vindt het belangrijk dat de ouders er in elk geval zijn om hun kroost te steunen. ,,Sommige ouders zeggen: `ik snap daar niets van, val me er niet over lastig.' Dan voelt zo'n kind zich alleen. Zeker als het gepest wordt.'' De bedoeling is dat ouders de taal van internet leren spreken, en kinderen hun ouders er bij durven betrekken. Dat opvoeders msn accepteren als het virtuele sociale leven van hun kind: een verlenging van het schoolplein.

En inderdaad, onder de ouders blijken de meningen over het gebruik van internet verdeeld. Lois van den Goorbergh, moeder van de tienjarige Tom: ,,Ik wil dat mijn kind handiger wordt met de computer. Ik heb hem zelfs bewust een spel gegeven voor zijn verjaardag. Zelf ga ik ook maar msn'en, om te kijken hoe het is.'' Anderen hebben bezwaren. De moeder van Manou van de Corput uit groep acht: ,,Voor mij hoeft mijn dochter niet de hele tijd achter zo'n ding te zitten. Nee, ik heb niets met computers. Zulke onpersoonlijke gevaartes.''

De relatief kleine groep ouders die dezelfde dag op de ouderavond verscheen was verbaasd over wat hun kinderen allemaal uitspoken op internet. Vooral de ouders van de jongere leerlingen waren aanwezig om zich te informeren over de aankomende vraag van hun kind naar msn. Volgens Delver waren er veel ouders die die avond tijdens het eten voor het eerst met hun kinderen over internet hadden gepraat. Delver: ,,En dan is mijn opzet geslaagd.''