De toekomst van Bush

Het bewind van de Amerikaanse president George W. Bush, die nu precies vijf geleden voor het eerst gekozen werd, is te karakteriseren met strijd. Strijd tegen de terreur, tegen de Talibaan in Afghanistan, tegen het Irak van Saddam Hussein. En strijd tegen Democraten, liberalen en andere niet-conservatieven in Amerika. Een jaar na zijn herverkiezing, met nog drie jaar te gaan, is dit het grote beeld: de terroristen zijn niet verslagen, de situatie in Irak is chaotisch en in eigen land heeft Bush te maken met toenemende oppositie en politieke afrekeningen. Na zoveel jaar strijd is de president aangeslagen – maar nog niet afgeschreven.

Bush' weinig trefzekere optreden na de orkaan Katrina en zijn neiging om omstreden mensen voor hoge posten voor te dragen, worden hem nagedragen. Zijn kandidaat voor het Hooggerechtshof, de vedergewicht Harriet Miers, trok zich vorige week terug toen de kritiek op haar capaciteiten toenam. Dit feit viel samen met het vertrek van Lewis Libby, adviseur van zowel Bush als vice-president Cheney. Libby moet voor de rechter komen wegens het naar buiten brengen van staatsgeheimen. Hij zou deze hebben laten `lekken' als onderdeel van een wraakactie van het Witte Huis tegen een ambassadeur die het argument betwistte van de oorlog tegen Irak: de aanwezigheid van massavernietigingswapens. In Libby's kielzog is ook Bush' belangrijkste strateeg in de problemen gekomen, de politieke veteraan Karl Rove, die een sleutelrol speelde in de Republikeinse verkiezingscampagnes en in vrijwel alles wat de president tot nu toe ondernam.

Hoewel nog niets is bewezen, ziet deze zaak er bijzonder ernstig uit. Het begon ermee toen ambassadeur en Afrika-kenner Joseph Wilson in 2002 voor de Amerikaanse regering onderzocht of het waar was dat Saddam Hussein uranium in het Afrikaanse Niger had proberen te kopen. Wilson ontdekte dat dat niet het geval was en maakte dit later publiekelijk bekend. Dat reed de strategie van het Witte Huis in de wielen, dat Saddams vermeende atoomwapens nu juist nodig had als rechtvaardiging van een invasie. Als vergelding zou Libby de naam van Wilsons echtgenote naar buiten hebben moeten brengen, Valerie Plame, een undercoveragent van de CIA die voor haar leven vreest sinds haar naam op straat ligt. Als draaiboek van een thriller is het geslaagd. Als mogelijke weergave van de werkelijkheid is het schokkend.

Veel in deze affaire, zo niet alles, is terug te voeren op de weigering van de hoogstgeplaatsten onder Bush om politieke verantwoording af te leggen op momenten dat dat moet. Zoals iedere oorlog heeft ook de oorlog in Irak ernstige misstanden opgeleverd. Voor de vergrijpen in de Abu Ghraib-gevangenis boeten de daders, maar niet hun bazen. Minister Rumsfeld van Defensie was hiervoor verantwoordelijk, had moeten opstappen maar bleef zitten. Dat is de heersende instelling onder deze president: het voetvolk wordt geofferd, de officieren blijven buiten schot. Bush zal snel met een ingreep moeten komen die hem weer krediet en gezag verschaft; een schoonmaak die afrekent met een ondeugdelijke politieke cultuur. Drie jaar is lang als het een periode wordt van louter onderzoek en afrekening.