`Bloedbad' is een actuele verrassing

De revolutionair Jean Paul Marat in Bloedbad heeft letterlijk bloed aan zijn handen. In elk geval lijkt de kleur van de verf waar hij zijn vingers in doopt sterk op die lichaamsvloeistof. Marat schrijft ermee – en de woorden vormen niet alleen oppeppende slogans, maar ook lange lijsten met namen. Van de ter dood veroordeelden, en dat zijn er dagelijks meer.

Bloedbad biedt wat de titel belooft: politiek geweld is het naargeestige thema. Waarbij regisseur Tarkan Köroglu ook het bad in een beeld omzet. Marat zit in een bak met water. Daar probeert hij van zijn jeuk af te komen – en van de smerigheid. De man die het volk wil bevrijden heeft zich, al geeft hij dat niet toe, door zijn terreurdaden voor altijd bezoedeld.

En zo krijgt een toneelstuk uit de jaren zestig weer een actuele lading. Köroglu baseerde zijn voorstelling op het drama Marat/Sade van de Duitser Peter Weiss, dat tijdens de studentenrevolte en de acties van de Baader-Meinhofgroep enorm aansloeg, maar later oubollig werd gevonden. Nu Nederland op z'n kop staat door de acties van de Hofstadgroep, begrijpen we ineens weer waar de turbulente tijden die Weiss aansnijdt op slaan. Zoals ook het argument waarmee de revolutionairen in Bloedbad hun wreedheid rechtvaardigen, ons bekend voorkomt. ,,Wij moorden niet'', zeggen zij daar, ,,wij doden uit noodzaak.''

Er is natuurlijk wel een verschil tussen de Franse en de islamitische revolutie. De klassenstrijd heeft de westerling waarschijnlijk meer te zeggen dan de strijd tegen de ,,ongelovige honden''. Maar volgens Köroglu hebben we in beide gevallen met idealisten te maken die in hun streven naar een betere wereld over lijken gaan.

Tegenover de idealist Marat zet hij net als bij Weiss de individualist De Sade. De markies is luxepatiënt in een gesticht, waar hij zich een soort narrenvrijheid kan veroorloven. Hij regisseert er een door hemzelf geschreven stuk, met door medepatiënten vertolkte rollen. Twee tijden lopen door elkaar heen: de toneelavond in het jaar 1808, de tijd waarin De Sade leefde, en de dertiende juli 1793, de dag waarop Marat werd vermoord. En in alletwee die tijden is men verminderd toerekeningsvatbaar – een dubieus compliment aan de acteurs van de geschiedenis.

De Sade (Willem Schouten) gaat in zijn drama een verbaal duel met zijn personage Marat (Casper Gimbrére) aan. Hij wil niets meer van de revolutie weten en leeft alleen nog maar voor zijn eigen kunst. Vergeleken met de krampachtig aan zijn maatschappelijke engagement vasthoudende Marat is hij vrij, maar zijn fantasieën zijn net zo pervers als de daden van de ander en daarom even fataal.

Köroglu stelt de positie van de kunstenaar ter discussie zonder een uitweg te weten. Toch ontfutselt hij humor aan zijn vertwijfeling. De slaapzieke patiënte die Marats moordenares Charlotte Corday (Roos Hoogland) moet spelen relativeert de zwaarte door tot drie keer toe op het verkeerde moment met haar dolkje op te komen.

Intussen verandert het voordoek op ingenieuze wijze in transparante tralies of in de Franse vlag. Omdat het stuk zogenaamd in de badzaal van de inrichting wordt opgevoerd, heeft ieder een handdoek bij zich, waarmee men onder choreografie van Trudie Lute een ritmisch ballet opvoert. En het koor, het volk (zes theaterdocent-studenten): dat mort op puntige teksten van rapper Def P.

Ik had nooit eerder van Tarkan Köroglu en zijn gezelschap Theater EA gehoord. Des te verrassender om dan toneel te zien dat serieus is en geestig, geraffineerd en integer tegelijk.

Voorstelling: Bloedbad, naar Peter Weiss, door Theater EA. Regie: Tarkan Köroglu. Gezien: 29/10 Theater Kikker, Utrecht. Tournee t/m 26/11. Inl: 06-18885003 en www.theaterea.nl.