Als het maar niet stoffig is

Tal van initiatieven zijn er voor een nationaal museum voor de geschiedenis. Maar geen enkel komt van de grond. ,,Het mag zeker niet op een museum lijken.''

Poetin herkozen

`Aan het Volk van Nederland' heet de oproep die Ralph de Vries, vice-fractievoorzitter van D66 in de Provinciale Staten van Utrecht, aanstaande vrijdag om 10.00 uur 's ochtends aan het hek van Paleis Soestdijk in Baarn gaat bevestigen. ,,Ik wil het hek niet beschadigen, dus misschien gebruik ik plastic bandjes in plaats van spijkers.''

In het pamflet eist De Vries dat Paleis Soestdijk een publieke functie moet krijgen als `Huis van de Vaderlandse Geschiedenis'. Op 7 november vraagt de D66-fractie aan Provinciale Staten om dit idee over te nemen en het te bepleiten bij minister Dekker (VROM), die nadenkt over een nieuwe bestemming voor het leegstaande paleis.

Statenlid De Vries is niet de enige met plannen voor een museum of centrum voor de vaderlandse geschiedenis. Wie nu kennis wil nemen van het Nederlandse verleden, moet langs een tiental musea door het hele land reizen, van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam tot het Openluchtmuseum in Arnhem. Sinds een paar jaar klinkt de roep om één nationale instelling. Politicus Jan Marijnissen en historicus Thomas von der Dunk schreven er boekjes over. Tot nog toe blijft het bij roepen.

De plannen lopen sterk uiteen. De enige overeenkomst is dat ze allemaal uiterst moeizaam van de grond komen. En dat ze inspelen op het vermeende gebrek aan historisch besef in Nederland en op de groeiende behoefte om de Nederlandse identiteit zichbaar te maken. Dat kan door middel van een veelbesproken canon op school, maar ook door een plaats waar het Nederlandse verleden te zien is.

Te zien? Een museum waar je als bezoeker alleen maar naar dingen kunt kijken is achterhaald. In het Centrum voor Geschiedenis en Democratie (CGD), het meest kansrijke en uitgewerkte plan (zie inzet), is het verleden te voelen, te ervaren, te ondergaan. Beleef het mee op het Chronodek, in een teletijdmachine, in een virtual reality-ruimte of in de Kluis van het Verboden Verleden. Hoezo museum? Een experience centre!

Museum is voor veel plannenmakers een vies woord. Ook voor minister Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, D66), samen met minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) de gangmaker van het CGD. Bij de opening van de tweede Week van de Geschiedenis, afgelopen zaterdag, sprak Pechtold zijn steun uit voor het nieuwe initiatief. ,,Wat moet zo'n centrum nu gaan voorstellen? In ieder geval geen museum! Geen statische exposities waar je het bureau van Drees kunt bewonderen. Of de geschriften van Thorbecke.'' Ofwel: geschiedenis is al stoffig genoeg van zichzelf, geschiedenis moet hip zijn.

Daarom heette de voorloper van het CGD de Boulevard van het Actuele Verleden. Dat plan, met zes ton subsidie van het ministerie van OCW in ontwikkeling sinds 2002, was zeer verwant aan het nieuwe initiatief. Verbindende schakel is de stichting Anno, opgericht om de belangstelling voor geschiedenis bij een breed publiek aan te wakkeren. De Week van de Geschiedenis is een initiatief van Anno, dat in de periode 2004-2006 zes miljoen euro subsidie ontvangt van minister Van der Hoeven.

Chris Groeneveld, zakelijk directeur van Anno, weet nog niet wat de oprichtings- en exploitatiekosten van het CGD zullen worden. ,,Maar het zal in de tientallen miljoenen lopen.'' Pechtold noch Van der Hoeven beschikken daarover, ze zullen moeten aankloppen bij collega Zalm van Financiën. Niettemin denkt Groeneveld dat een instituut voor de nationale historie haalbaar is. ,,We zijn er dichterbij dan ooit. Twee ministers hebben hier zelf om gevraagd.''

Dat deden ze vooral om twee plannen samen te voegen. Gelijktijdig met de Boulevard voor het Actuele Verleden, waar onder meer het Rijksmuseum en het Nationaal Archief bij waren betrokken, werkten het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP, bekend van de Stemwijzer) en Rijksmuseum aan het Huis voor de Democratie op het Binnenhof. De nadruk zou komen te liggen op politieke geschiedenis. Pechtolds voorganger De Graaf en Van der Hoeven vonden twee vergelijkbare instellingen wat veel van het goede, en koppelden het IPP aan Anno. Exit Boulevard en Huis, entree Centrum.

Toch niet, want het Rijksmuseum gaat alleen verder met de plannen voor het Binnenhof. Naast de geïntegreerde presentatie van kunst en geschiedenis in het nieuwe Rijksmuseum wil men een dependance in Den Haag. Kees Zandvliet, hoofd van de afdeling geschiedenis van het Rijksmuseum: ,,Wij denken aan de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer, een prachtige lokatie om de nationale geschiedenis vanaf 1780 te laten zien, met objecten die op het Binnenhof een rol hebben gespeeld. Er moeten ook educatieve activiteiten komen, tv-programma`s, ontmoetingen met politici.''

Dat het IPP is afgehaakt, vindt Zandvliet jammer maar geen ramp. ,,Belangrijk voor ons is dat het Rijksmuseum herkenbaar is als merk. Het profiel voor het publiek moet duidelijk zijn.'' Voor overlap met het CGD is Zandvliet niet bang. ,,Dat plan richt zich op het publiek dat nu nog niet in geschiedenis is geïnteresseerd, zeg maar de huisvrouw met mulo en twee kinderen. Dat is niet echt onze stiel. Wij houden nu afstand van de activiteiten van Anno, we zijn een slapende partner.''

Ook andere plannen vorderen moeizaam. In Groningen proberen Kees van Twist, directeur van het Groninger Museum, en het gemeentebestuur de bevolking te winnen voor het ambiteuze Huis van Informatie en Geschiedenis Groningen, dat gevolgen heeft voor de Grote Markt. Zeven museumdirecteuren zijn bezig met een virtueel Nationaal Historisch Museum. Een website moet hun collecties op elkaar laten aansluiten en programma's aanbieden voor het geschiedenisonderwijs. Initiatiefnemer Jan Vaessen, directeur van het Openluchtmusuem, is er eerlijk over: ,,Het laatste half jaar zijn we niet veel verder gekomen. We hebben het allemaal te druk gehad met projecten in onze eigen musea.''

maart 1985:

Gorbatsjov partijleider

februari 1986:

27ste partijcongres: introductie van glasnost en perestrojka

november 1989:

val van de Berlijnse Muur

februari 1990:

communistische partij ziet af van machtsmonopolie

juni 1991:

Jeltsin president van Russische Federatie

19-21 augustus 1991:

coup tegen Gorbatsjov mislukt, dankzij Jeltsin

25 december 1991:

Gorbatsjov treedt af

31 december 1991:

Sovjet-Unie opgeheven

september-oktober 1993:

conflict tussen Jeltsin en parlement loopt uit op gewapende confrontatie en bestorming van Witte Huis (zetel parlement)

december 1993:

nieuwe grondwet, president krijgt veel macht

december 1994:

begin van eerste Tsjetsjeense oorlog

juli 1996:

Jeltsin herkozen als president

augustus 1996:

Tsjetsjeense oorlog eindigt met wapenstilstand

augustus 1998:

financiële crisis, markt en economie storten in

augustus 1999:

tweede Tsjetsjeense oorlog begint

augustus 1999:

Vladimir Poetin premier

december 1999:

Jeltsin geeft presidentschap op, benoemt Poetin tot opvolger

maart 2000:

Poetin tot president gekozen

maart 2004: