Zwervende Koreaan op bezoek

Maartje Duin ontmoet een Aziatisch- Amerikaanse man met een imagoprobleem, op zoek naar een plekje om zich thuis te voelen

Ik kreeg Daniel, een Koreaanse Amerikaan, te eten. Hij had gereageerd op mijn oproep voor een groep onafhankelijke geesten. Over die groep en haar ondergang schreef ik vorige keer; van Daniel had ik niets meer vernomen. Hij zou wel verdwenen zijn, dacht ik, zoals mensen hier verdwijnen kunnen. Een paar weken later dook hij weer op in mijn mailbox.

In april was hij naar Los Angeles verhuisd. Hij had hier al eens eerder gewoond, een paar maanden, zoals hij ook een tijd in San Francisco woonde, in Phoenix, in Amsterdam en in Seoul. Zwerven zat hem in het bloed. Leven in Amerika viel hem altijd zwaar. Los Angeles viel hem nog zwaarder. Vrienden maken vond hij het moeilijkst. In Koreatown, een van de meest uitgestrekte etnische buurten, voelde hij zich niet thuis. Hij sprak geen Koreaans, kon het alleen een beetje lezen. Maar door blanken werd hij ook niet geaccepteerd.

,,Aziatisch-Amerikaanse mannen hebben een imagoprobleem'', legde hij uit. ,,Wij worden gezien als bedreigend, als listige mannetjes die de economie over willen nemen. De groepen die statistisch de kleinste kans hebben om te trouwen in dit land zijn de zwarte vrouw en de Aziatische man. Aziatische vrouwen worden gezien als exotisch, begeerlijk. Hoe vaak me niet gevraagd wordt: `Heb je geen zusje?' Naar mij kijken de vrouwen nauwelijks om.''

Daniel was 31. Over zijn studie psychologie had hij twaalf jaar gedaan. In de tussentijd werkte hij als ober, als barman, bij een advocatenkantoor en de schoonheidssalon van zijn moeder. Naar Los Angeles kwam hij om acteur te worden. Met zijn levenservaring had hij wel een kans, dacht hij. Maar de moed zonk hem in de schoenen toen hij andere Aziaten sprak. ,,Er zijn bijna geen rollen. Je kunt worden getypecast als de gemene mensensmokkelaar, maar daar moet je Chinees of Koreaans voor spreken. Kun jij me één Aziatisch-Amerikaanse filmster noemen? Jackie Chan en Jet Li zijn allebei Chinezen. De bekendste Aziatische Amerikaan is Bruce Lee, en die is al dertig jaar dood.''

Heel erg zou hij het niet vinden om zijn Hollywood-ambities op te geven. ,,Ik wil gewoon gelukkig worden. Amerikanen stellen financieel succes gelijk aan geluk. Maar ik heb gereisd, ik weet dat er andere definities van geluk bestaan.''

Op één plek dacht hij: hier snappen ze het. Dat was Nederland. Hij kwam er twee zomers geleden. ,,Geweldig vond ik het. Je had niet dat voortdurende gestress, dat werken, werken, werken. In het begin moest ik eraan wennen dat de winkels zo vroeg sloten. Maar toen dacht ik: hee, dat is leuk. Je hebt de avond gewoon voor jezelf. Of je kunt met vrienden afspreken. En dan heb je die gekke donderdagavond, waarop iedereen massaal gaat winkelen. Amerikanen noemden dat kuddegedrag. Maar ook achter die donderdagavond zit een gedachte. Winkelen wordt iets sociaals, het is niet alleen maar gericht op consumptie.''

In Amsterdam bracht hij zes maanden door, met onderbrekingen. Hij verbleef in een hostel op het Damrak, huurde een kamer bij een vriend in Nieuw Sloten. Wat hij precies deed in die tijd, bleef onduidelijk. Werken kon hij niet. ,,Gelukkig heb ik gulle ouders. Ze vinden het belangrijk dat ik een plekje vind waar ik me thuis voel.'' Zijn sociale leven speelde zich af in coffeeshops. ,,Ik heb daar vríénden gemaakt. Mensen die oprecht geïnteresseerd in me waren. Niet die angstige reactie die ik krijg als ik hier iemand de weg vraag. Soms zou ik de mensen wel door elkaar willen schudden en roepen: hee, ik ben net zoals jij! Het was zo rustig dat dat daar niet hoefde. Ik was elke dag gelukkig. Als ik nu naar Nederland kon verhuizen, zou ik het doen. Of naar een ander Europees land. Maar hoe? Jullie hebben de immigratie zo moeilijk gemaakt. Het enige wat ik kan bedenken, is me aansluiten bij het Franse Vreemdelingenlegioen. Dan kun je na een paar jaar Frans staatsburger worden. Maar het Vreemdelingenlegioen... Weet jij niet iets anders?''