Werkgeheugen van kat legt het af tegen dat van hond

Katten- en hondenaanhangers hebben weer nieuw voer voor conflict. Canadese psychologen van de universiteiten van Edmundston en Québec hebben het werkgeheugen van katten voor uit zicht verdwenen objecten kritisch bekeken en het lijkt aanmerkelijk slechter dan dat van honden (Animal Cognition, online). De proef analyseerde het talent voor `object-permanentie' het vermogen te snappen en te onthouden dat een object dat achter iets anders uit het zicht verdwijnt niet echt verdwenen is. De gang van zaken was vrij standaard voor dit soort tests bij dieren of jonge kinderen. De onderzoekers plaatsten de katten (Felis catus) tegenover vier identieke en aan de achterkant open dozen. Een aantrekkelijk voorwerp in dit geval een rood speeltje met een losse lap als `staart' werd ostentatief achter een van de dozen verstopt. Daarna was het een kwestie van tijd voordat de kat werd losgelaten, met intervallen van nul, tien, dertig, of zestig seconden. Vierentwintig katten werden gelijk verdeeld over vier groepen, die ook nog eens verschillende typen visuele aanwijzingen te zien kregen achter de dozen waarin zaken verstopt werden.

Tussen de nul en dertig seconden nam de accuratesse van de katten snel af. Dat was te verwachten, maar de achteruitgang was wel erg steil. Het goede nieuws was dat de kennis weliswaar snel, maar niet helemaal wegviel. De score bij een volle minuut was toch nog iets beter dan je bij volledig gokwerk mag verwachten.

De analyse van gemaakte fouten maakte veel duidelijk. De katten trokken zich weinig aan van de visuele symbolen die als geheugensteun op de dozen waren aangebracht. De dieren gingen vooral uit van de ruimtelijke opstelling. De katten begonnen simpelweg met achter de dichtstbijzijnde doos te kijken. Veel andere dieren kunnen wel efficiënt omgaan met op deze manier uit zicht verdwenen objecten, en maken ook gebruik van symbolische visuele geheugensteuntjes rond verder identieke dozen.

De proefopzet werd vrijwel gekopieerd van eerder onderzoek bij honden, dus er is een vrij directe vergelijking mogelijk van het werkgeheugen verstopte objecten. Het grootste verschil blijkt erin te zitten dat katten al binnen tien seconden snel slechter presteren; terwijl bij honden de grootste achteruitgang er is tussen tien en dertig seconden en dat is dan nog een graduele achteruitgang. En na een volle minuut blijven de honden nog ruim boven de kansberekeningscore voor `op goed geluk', de katten nog maar nèt.