Webcongres: Scholen moeten geen terroristen opsporen

De deelnemers aan het webcongres, het online discussieplatform op www.nrc.nl/webcongres, zijn het in groten getale oneens met de stelling dat scholen moeten meehelpen terrorisme te signaleren.

Als de kleding of het gedrag van jongeren wijst op radicalisering, moet dat worden opgepikt en vastgelegd, zei minister Remkes van Binnenlandse Zaken vorige week zaterdag in deze krant. Het ontdekken van terroristen is namelijk ook een taak van gemeenten, vindt het kabinet. Zij moeten ervoor zorgen dat scholen, jongerenwerkers en woningcorporaties die het gedrag van jongeren wantrouwen, dit doorgeven aan politie en AIVD. Maar lokale organisaties weten meestal niets van de rol die hun is toegedacht. Ze betwijfelen of wat het kabinet bedacht heeft, in de praktijk werkt. Volgens minister Remkes moet hun manier van denken veranderen: ,,Buurtwerkers en onderwijzers moeten geen vooruitgeschoven posten van de AIVD zijn, maar ze moeten wel hun ogen en oren openhouden. Als ze dat nog niet doen, hebben we nog heel wat missie- en zendingswerk te verrichten.''

Zo'n tweederde van het Webcongres is het oneens met de stelling dat scholen moeten meehelpen terrorisme te signaleren. Het overgrote deel van de leden van het Webcongres reageert ronduit afwijzend. Woorden als `heksenjacht' en `politiestaat' vallen herhaaldelijk. ,,Wanneer het om moslimextremisme gaat, ligt hier een speciale taak voor de moslimgemeenschap'', aldus Adriana Verpalen uit Amsterdam. ,,Dit voorstel kan alleen gedaan worden door iemand die zich door angst laat regeren, en angst is een slechte raadgever.''

,,We hoeven ook niet bang te zijn'', vindt Wilko Dijkhuis uit Deventer. ,,Onze liberale rechtstaat kan het terrorisme makkelijk verslaan, er is geen reële bedreiging, onze waarden en manier van leven zijn niet in gevaar. Tenminste, als we het hoofd koel houden. Als we net als Donner in paniek raken en domme maatregelen gaan nemen, dán zijn we in gevaar, dán hebben de terroristen gewonnen.''

Een school moet zeker een rol spelen in het voorkomen van terrorisme, vindt Sara Muller uit Amsterdam: ,,Door kinderen en jongeren te scholen en te vormen. Dat vereist een vertrouwensbasis, die niet te verenigen is met enige vorm van spionage.'' ,,Het is een volslagen belachelijk idee dat ik aan een meldpunt terrorisme zou moeten gaan doorgeven dat ik bepaalde kinderen verdenk van radicalisering'', stelt docent levensbeschouwing Ger van der Heijden uit Best.

Er worden ook kanttekeningen geplaatst bij de uitvoerbaarheid van het plan. ,,Hoe zien potentiële terroristen eruit, hoe gedragen zij zich? Zijn het jongeren die opgetogen raken door de moord op Theo van Gogh of zijn het juist de meer teruggetrokken jongeren in een klas? Het zou ook grote consequenties hebben voor de sfeer op scholen. Ik kan me niet voorstellen dat een dergelijke taak bijdraagt aan een sfeer van vertrouwen en verdraagzaamheid, waarin jongeren zichzelf kunnen zijn en zich kunnen ontplooien'', meent Violette van Heek uit Abcoude.

Leraren horen les te geven en leerlingen te begeleiden, vindt Casper Kirkels uit Nijmegen. ,,Als scholen zich op hun werkelijke taak concentreren, leveren zij indirect al een essentiële bijdrage in het voorkomen van het ontstaan van potentiële terroristen. Als leerlingen het gevoel hebben dat ze aandacht krijgen en een toekomst hebben, is de kans dat ze tot het terrorisme worden aangetrokken veel kleiner.''

Alexander Lotgering uit Helmond vreest dat ,dit weer een stap zou zijn naar zo'n typisch Amerikaans-hysterische reactie op bedreigingen die de zaak alleen maar verergert.'' ,,Laat de school de plek blijven waar de jeugd zich lekker kan inbeelden radicaal en revolutionair te zijn. Dat is altijd zo geweest. Als je dat echt serieus gaat nemen, maak je er helden van.''

Al hebben we geen behoefte aan een `verklikmaatschappij', stelt Roel Hogervorst uit Gouda, ,,de dreiging van terrorisme is serieus genoeg dat scholen hier toch aan mee zouden moeten werken. De aanslagen in Londen toonden aan dat, oppervlakkig gezien, normale jongeren omgeturnd kunnen worden om aanslagen te plegen.''

Jasper Nijdam uit Columbus (Ohio) vulde `geen mening' in en zegt: ,,De ministers hebben gelijk dat de hele samenleving moet meewerken aan de strijd tegen terrorisme. Net zoals we de frauderende buurman via een kliklijn kunnen aangeven, kan dat ook met je buurman die ineens radicaliseert.''