Uitstel

`De mate waarin jongeren gevoelig zijn voor uitstel van beloning wordt dan ook voor een belangrijk deel door hun opvoeding bepaald. Dit verklaart wellicht waarom allochtone meisjes het op school in het algemeen veel beter doen dan hun broers. Zij groeien op met de wetenschap: mijn tijd komt later', zo schrijft Leo Prick (`Uitstel', W&O 1 oktober) Je zou verwachten dat de Nederlandse onderwijswereld in zijn maag zat met dit probleem, en het graag zou willen verhelpen. Blijkbaar is de werkelijkheid anders.

Ik geloof graag dat meisjes meer geduld hebben en meer vooruit kijken dan jongens. (Bijvoorbeeld: wil ik later kinderen hebben?) Maar het zou voor de jongens wel helpen als ze opgroeien in een maatschappij waarin dingen die voor hen waarde hebben (vaderschap bijvoorbeeld) serieus genomen worden.

Een maatschappij waarin bijvoorbeeld het belachelijk hoge echtscheidingscijfer niet als een feministische verworvenheid gezien wordt, maar als een probleem.

Een maatschappij waarin de keuze en de zorg voor kinderen als een gedeelde verantwoordelijkheid gezien wordt en het vaderschap in aanzien staat.

Een maatschappij die niet alleen speciale aandacht voor meisjes heeft (aangepast wiskunde-onderwijs, zelfverdediging), maar ook voor jongens, als dat effect blijkt te sorteren.

Een corps van onderwijzers dat niet in toenemende mate wordt bestaat uit rancuneuze feministische leraressen met platitudes van het soort `het zijn altijd de jongens die het doen'.

Ik noem maar wat.

Maar dat lijkt in dit land wel vloeken in de kerk.