Rennen op de roltrap

De oude man beklom het podium. Met zijn rommelige haar, borstelige wenkbrauwen, gekreukte overhemd en jeans, viel hij nogal uit de toon bij de keurig gekapte heren in donkere pakken naast hem. Hij tuurde een tijdje met glanzende ogen de zaal in. Toen begon hij met een rauw accent te vertellen hoe hij onder moeilijke omstandigheden was opgegroeid, ver weg in Australië. Zijn vader was een alcoholist met losse handen, zijn moeder een emotioneel gesloten vrouw, die toen hij een jongetje van zeven was zijn vader het huis uitschopte. Hij had er daarna alles aan gedaan om zo snel mogelijk naar de andere kant van de wereld te komen.

Deze moeilijke jeugd had hij gemeen met zijn vriend die hier herdacht werd. Ook die was geboren in een eenvoudig gezin, niet down under, maar in een kleine gesloten Joodse gemeenschap in Louisiana - een shtetl in de bayou. Op school was hij alleen maar in sport geïnteresseerd geweest. Toen hij als tenniskampioen op de lokale staatsuniversiteit terecht was gekomen en daar eindelijk intellectueel ontwaakte, kon hij niets anders bedenken dan rabbijn te willen worden. Hun levenslange vriendschap was gevormd tijdens een road trip door het Wilde Westen.

Het was een ontroerende herdenkingsrede die Lord May of Oxford, lid van het Britse Hogerhuis, president van de Royal Society, drager van de exclusieve Order of Merit, voormalig wetenschappelijk adviseur van de Engelse regering en vader van de mathematische biologie, hield voor zijn vriend John Bahcall. De locatie was het prestigieuze Institute for Advanced Study in Princeton, het oude instituut van Einstein, waar Bahcall zijn hele carrière heeft gewerkt. Bahcall, die deze zomer onverwachts op 70-jarige leeftijd overleed, is een van de grote sterrenkundigen van onze tijd. Bijna veertig jaar lang heeft hij tegen alles en iedereen in volgehouden dat we helemaal niet begrijpen hoe de zon schijnt. Een raadsel dat pas een paar jaar geleden werd opgelost door nieuwe metingen van neutrino's, bizarre spookdeeltjes die dwars door alle materie heen vliegen en in enorme hoeveelheden in de zon geproduceerd worden. Maar de intellectuele nalatenschap van Bahcall is groter: zo was hij ook een stuwende kracht achter de Hubble-ruimtetelescoop en heeft hij meer dan tweehonderd jonge sterrenkundigen opgeleid. Precies vandaag wordt er, wederom in Princeton, een wetenschappelijke conferentie te zijner nagedachtenis gehouden.

Het was ook ongebruikelijk, maar verfrissend, dat de gedistingeerde spreker, die als geen ander het establishment vertegenwoordigt, zo onomwonden durfde te spreken over zijn eenvoudige achtergrond en de emancipatoire werking van de wetenschap. Nu heeft Bob May er altijd veel plezier in om het protocol te doorbreken. Anders dan vele andere Australiërs in Oxford en Cambridge, die zich vaak Engelser dan Engels voordoen, cultiveert hij een Crocodile Dundee-imago. Zo vertelt hij graag en met smaak dat hij voor zijn titel van Baron van Oxford een sollicitatiegesprek moest voeren. `Wilt u even een kruisje zetten bij baron, graaf of hertog?' Zijn benoeming was namelijk onderdeel van de modernisering en professionalisering van het Hogerhuis door de regering Blair. Daarom maakte hij er daar in Princeton ook een beetje een Scientists Anonymous-bijeenkomst van, met de nodige dichterlijke vrijheid. Want, hoewel zijn Wanderjahre in Amerika zeker het een en ander bij hem hebben losgemaakt, is hij daarna toch keurig tien jaar hoogleraar in Sidney geweest.

Maar zijn punt was duidelijk. Zonder de wetenschap zou een eenvoudige jongen als hij daar niet gestaan hebben. Zonder de wetenschap zou Bahcall niet met zoveel eer herdacht worden. Zonder de wetenschap zou ik daar niet dit stukje in de krant over mogen schrijven.

Wetenschappelijk talent slaat toe zonder aanzien des persoons, zonder rekening te houden met sociale, religieuze of financiële achtergronden. Vaak weten de ouders niet wat hun overkomt als hun kind ineens alles van de sterren en planeten wil weten of zomaar getallen van drie cijfers gaat vermenigvuldigen. Het is goed mogelijk dat een hedendaagse Einstein geboren wordt in le trou du trou du trou, ver van bibliotheken en universiteiten.

Sterker nog, het kan de beste families overkomen. Denk maar aan Huygens, Russell of Wittgenstein. De vraag is of het misschien heden ten dage niet extra moeilijk is om wetenschapper te worden, als je in een adellijke familie of een oud patricisch geslacht wordt geboren. Je wordt toch een beetje het zwarte schaap van de familie. Was Bob May nog wel een beroemd bioloog geworden, als hij als baron geboren was in plaats van door een ambtelijke commissie daartoe benoemd?

Onderwijs en wetenschap zijn krachtige sociale graafmachines die de maatschappelijke lagen omploegen en vruchtbare nieuwe grond vol talent aanvoeren. Zo is er een goed gedocumenteerd verband tussen de instelling van de Hogere Burgerschool aan het einde van de negentiende eeuw en onze zogenaamde tweede Gouden Eeuw, de bloeiperiode in de vaderlandse wetenschap die grote namen als Lorentz, Van 't Hof, Kamerlingh Onnes, Van der Waals, Zeeman en Brouwer heeft voortgebracht. Een nieuwe laag, vaak van relatief eenvoudige komaf.

Deze sociale motor zal de komende tijd op volle toeren gaan draaien. Overal in de wereld staan jonge mensen klaar om ontdekt te worden. Het emancipatieproces, dat in het Westen zo succesvol is geweest, zal zich op wereldwijde schaal herhalen. Want in China en India betekent de frase `uit talloos veel miljoenen' dat je nog altijd met een paar duizend bent. Het is een verontrustende gedachte dat die enorme laag potentiële wetenschappers tot nu toe nog niet ontgonnen is.

Gezien deze mechanismen is het verwonderlijk dat juist socialistische bewindslieden de afgelopen decennia zoveel moeite gedaan hebben om de middelmaat in het onderwijs te bevorderen. Gelijke kansen betekenen nog niet gelijke uitkomsten. De door deze politiek ingezette regressie naar het gemiddelde – steeds meer van het zelfde – helpt niet met het herkennen en rekruteren van talent. Door het ambitieniveau laag te houden ontneem je getalenteerde leerlingen uit eenvoudige milieus de kans om te excelleren en behoud je de sociale stratificatie.

Onderwijs is als een maatschappelijke roltrap, of nog beter een loopband, zoals je die in de terminals van Schiphol aantreft. Mijn ervaring leert dat mensen twee mogelijke reacties hebben, als ze zich op zo'n loopband bevinden. Ofwel men denkt: `Hè, hè, ik hoef lekker even niet meer te lopen' en blijft rustig stil staan, zelfs als de automatische band langzamer gaat dan de wandelaars die er naast lopen. Ofwel men realiseert zich dat je hiermee twee keer zo hard vooruit kan komen en zet een ferme tred in.

Hoe krijg je jongeren zo ver dat ze deze laatste houding aannemen. Waarom bleef John Bahcall een leven lang zijn dromen najagen? Ambitie? Eerzucht? Maatschappelijk belang? Technologische toepassingen?

Deze vraag werd welluidend en deskundig beantwoord door de laatste spreker bij de herdenkingsbijeenkomst: John Bahcall zelf. Er werd namelijk een fragment getoond van een interview met hem, dat niet lang voor zijn overlijden was opgenomen. Hoe was het mogelijk geweest dat hij 37 jaar lang ononderbroken aan zijn probleem bleef werken? Was het niet ongelooflijk frustrerend geweest om zo lang te moeten wachten op een antwoord?

Bahcalls antwoord was perfect, een scenarioschrijver had het niet kunnen verbeteren. Vanzelfsprekend, zou ik haast zeggen, want hij heeft er een leven lang op geoefend en het kwam rechtsreeks uit zijn hart: `Ik moet eerlijk zijn. De enige reden waarom ik het zo lang heb volgehouden, is simpelweg omdat ik het me enorm veel voldoening en plezier gaf om hierover te mogen nadenken.'