Patroon ontdekt in genetische warboel van de prostaattumor

In tumoren heerst genetische chaos. Genen worden door elkaar gehusseld en belanden op chromosomen waar ze niet thuishoren. Daar verstoren ze de werking van de normaal aanwezige genen door ermee te fuseren, met ongebreidelde celdeling als nettoresultaat. Vooral in solide tumoren, kankers die aan een bepaald orgaan zijn gebonden, lijkt de chaos compleet. Toch hebben Amerikaanse onderzoekers in één zo'n tumor, prostaatkanker, een patroon in de warboel ontdekt. Tussen honderden afwijkingen vonden zij twee genfusies die zo specifiek zijn voor prostaatkanker dat zij van een `moleculaire handtekening' durven spreken (Science, 28 okt.).

In niet-solide tumoren, zoals kankers van bloedcellen, was al eerder aangetoond dat er specifieke verplaatsingen en fusies van genen kunnen optreden. Daardoor verandert de activiteit van bepaalde genen en ontstaat tumorgroei. De nieuwe combinaties zijn hier nog betrekkelijk gemakkelijk te vinden, doordat het er niet zoveel zijn en bovendien steeds dezelfde. In de solide tumoren is de hoeveelheid gefuseerde genen echter zo groot dat nauwelijks is te achterhalen welke fusies de kanker veroorzaken en welke er een gevolg van zijn. Om daar achter te komen, hebben de onderzoekers de activiteit van meer dan 100 genen bepaald in meer dan 10.000 monsters van prostaattumoren. Dit door de computer uitgevoerde monnikenwerk leidde tot een top tien van 'uitbijters': genen waarvan de activiteit in de meeste monsters extreem was verhoogd.

In die top tien vielen twee nauw verwante genen op omdat ze ook een rol spelen bij een bepaalde vorm van botkanker. De twee, ERG en ETV1, coderen voor transcriptiefactoren, eiwitten die de activiteit van andere genen kunnen beïnvloeden. Opvallend was dat in 80 procent van de onderzochte monsters steeds één van deze genen was gefuseerd met het gen TMPRSS2 en dat dit in gezond prostaatweefsel of weefsel van goedaardig vergrote prostaten nooit het geval was. TMPSS2 komt alleen in de prostaat tot expressie en zijn activiteit staat onder invloed van mannelijke hormonen (androgenen). Onderzoek aan cellijnen waarin ERG en TMPRSS2 gefuseerd voorkomen wees uit dat deze net als veel prostaatkankers extra gevoelig voor androgenen zijn. Dit effect is echter tijdelijk en de onderzoekers denken dat de verklaring daarvoor gezocht moet worden in het gefuseerde ERG/TMPRSS2 gen. Dat een dergelijk complex niet in alle onderzochte prostaattumoren voorkomt, ondergraaft de claim van de `moleculaire handtekening' niet. ERG en ETV1 maken deel uit van een familie van transcriptiefactoren en het is heel wel mogelijk dat ook andere familieleden met TMPRSS2 kunnen fuseren.

De door de onderzoekers gekozen benadering lijkt ook bruikbaar voor het opsporen van de moleculaire handtekeningen van andere solide tumoren. Daarnaast kan de zoektocht beginnen naar stoffen die de werking van het afwijkende genproduct kunnen tegengaan.