Patroon Einstein- en Darwinpost is dat van e-mails

De manier waarop Charles Darwin (1809-1882) en Albert Einstein (1879-1955) met hun post omgingen, vertoont hetzelfde wiskundige patroon als ons e-mailverkeer. E-mails worden over het algemeen sneller beantwoord, maar de wachttijd voor een brief of e-mail volgt dezelfde soort formule (Nature, 27 okt).

De correspondentie van Darwin en Einstein, twee iconen van de wetenschap, was zeer omvangrijk. Vooral nadat hun ster ook bij een groot publiek gerezen was, kregen ze zakken met post. Darwin verzond tenminste 7591 brieven en ontving er 6530, Einstein respectievelijk 14.500 en 16.200. Per dag waren er grote verschillen. Zo deed Darwin in 1874 op Nieuwjaarsdag 12 brieven de deur uit, terwijl Einstein op 14 maart 1879, zijn zeventigste verjaardag, 120 schriftelijke felicitaties mocht ontvangen.

Wat deden Darwin en Einstein met hun post? Om te beginnen mocht een doorsnee briefschrijver blij zijn überhaupt antwoord te krijgen: Darwin beantwoordde 32 procent van zijn brieven, Einstein 24 procent. Hoe snel zo'n antwoord op de bus ging, verschilt van geval tot geval. Voor boezemvrienden en directe collega's kropen de geleerden vanzelfsprekend in de regel sneller in de pen dan voor volslagen onbekenden. Niettemin zijn de fluctuaties groot. `Terwijl ik mij door een berg post aan het heenwerken ben, vind ik je interessante brief van vorig jaar september', schreef Einstein op 14 oktober 1921 aan zijn collega Ralf de Laer Kronig.

Hoe snel retourbrieven de deur uit gingen, is uitgezocht door João Gama Oliveira en Albert-László Barabási van de University of Notre Dame in Indiana. Na het nodige telwerk bepaalden ze zowel bij Darwin als Einstein de kans dat een brief binnen een dag werd beantwoord, binnen twee dagen, enzovoort. De grafiek die dat oplevert blijkt wiskundig te beschrijven volgens een relatief eenvoudige formule. Als P(t) de kans is dat een briefschrijver binnen t dagen antwoord krijgt, dan geldt bij goede benadering: P(t) = t, waarbij a de exponent heet. Zo'n verband heet in de wiskunde een machtswet (power law). Bij Darwin kwam de exponent uit op 1,45, bij Einstein op 1,47. Als in een grafiek P(t) en t beide logaritmisch worden uitgezet, ontstaat in geval een machtswet van toepassing is een rechte lijn met helling (steilheid) de exponent a. Zowel bij Darwin als Einstein bleek de machtswet gedurende een grote tijdspanne geldig: van 1 tot 10.000 dagen.

Eerder had Barabási al uitgezocht dat bij de e-mailcorrespondentie van moderne wetenschappers, beroemd of niet, ook een machtswet geldt. Wel is de exponent kleiner: 1,00 – wat betekent dat e-mails door de bank genomen sneller worden afgehandeld dan slakkenpost. Het gelijksoortige wiskundige verband brengt de fysici tot de conclusie dat er een algemeen menselijk gedragspatroon in het spel is waaraan individuen, beroemd of niet, door de eeuwen heen niet blijken te kunnen ontsnappen.