`Overdag zijn wij de baas, 's nachts zij'

In de noordelijke oliestad Kirkuk is evenals in de rest van Irak de politie het belangrijkste doelwit van de rebellen. `Ik weet niet of ik de volgende twintig dagen haal.'

Het is snel donker geworden in de Noord-Iraakse oliestad Kirkuk. Krekels zingen, de lucht is warm en de Amerikaanse basis verderop wordt met mortieren beschoten. Politiekolonel Katab Omar Aref (50) vertrekt geen spier als sirenes afgaan en de Amerikaanse soldaten worden opgeroepen in de schuilkelders te gaan zitten. Hij staat op uit zijn tuinstoel, strijkt zijn gele overhemd recht en steekt zijn pistool in zijn broekband. ,,Tijd om naar het bureau te gaan'', bromt hij vanonder zijn snor.

Voor Arefs huis staan drie pickups in politiekleuren. Agenten in camouflagepak, met kogelwerende vesten om en met stofbrillen op springen in de laadbakken als de kolonel in de voorste wagen instapt. Aref neemt zelf plaats achter het stuur. Hij draagt geen kogelwerend vest. ,,Als ze een bom plaatsen, helpt zo'n vest niets'', redeneert hij. ,,En niemand durft op me te schieten, want dan maak ik de wijk met de grond gelijk.''

Het gaat hard tegen hard in Kirkuk. Politie en opstandelingen vechten om de macht. ,,Overdag zijn wij de baas, maar 's avonds hebben zij het in bepaalde delen van de stad voor het zeggen'', vertelt Aref terwijl hij door de donkere straten rijdt. ,,Er staat een prijs op mijn hoofd. Eén keer hebben ze een bom onder mijn auto laten ontploffen, twee agenten kwamen daarbij om.''

Niet alleen in de oliestad is het praktisch oorlog tussen politie en rebellen: in het heel Irak is de politie doelwit nummer 1 geworden van het verzet. De Amerikaanse troepen dragen geleidelijk steeds meer macht over aan lokale veiligheidsdiensten. Met een slechte, korte opleiding en minimale bewapening zijn de agenten een makkelijk doelwit voor aanslagen. Dit jaar zijn naar schatting 2.000 agenten omgekomen bij bomexplosies, zelfmoordaanslagen en massa-executies.

In Kirkuk is het verzet een sluipmoordenaar. Er zijn minder bommen dan in Bagdad, maar vrijwel dagelijks wordt er wel een agent geliquideerd of een poging daar toe gedaan. In het politiebureau in de Koerdische wijk Rahimawa, eerder die dag, komt er net weer een melding binnen van een moordaanslag.

,,Wat zeg je?! Officier Rizgar is neergeschoten? Oh, de agent die naast hem zat. Ik stuur een patrouille'', roept majoor Hussein Mohammad Faraj (36) in zijn walkietalkie. De aanslagen zijn dagelijkse routine geworden, zegt Faraj. ,,Ik zit pas twintig dagen op dit bureau, maar ik weet niet of ik de volgende twintig haal.'' Deze week zijn vijf agenten doodgeschoten in Kirkuk, terwijl ze op patrouille of op weg naar huis waren. Het zijn gerichte aanslagen. ,,Soms weten ze precies waar we wonen, of wanneer we naar onze geheime vriendinnen gaan'', zegt Faraj. In de hoek van zijn werkkamer staat een bed. ,,Vaak is het veiliger om hier te blijven slapen.''

In het bureau in de wijk Rahimawa werken vooral Koerden, maar dat betekent niet dat zij de enige agenten zijn in de multi-etnische stad. Na de val van het regime van Saddam Hussein besloot het Amerikaanse bestuur dat Kirkuk voorlopig moest worden bestuurd door alle volkeren die er wonen. Dus bestaat de 2.500 man tellende politiedienst uit Koerden, Arabieren, Turkmenen en christenen. Die samenwerking gaat niet altijd even soepel.

,,De dienst is geïnfiltreerd door de terroristen'', zegt majoor Faraj. Zoals in heel Irak is het niet van alle agenten in Kirkuk duidelijk waar hun loyaliteit ligt. ,,Als wij Koerden op de walkietalkie over code 90 praten, dan betekent dat we alleen via de mobiele telefoon met elkaar moeten praten. Anders luisteren de anderen mee'', zegt Faraj. Blijkbaar is code 90 geregeld van kracht want zijn telefoon rinkelt onophoudelijk. Hij zegt het liever niet, maar het zijn de Arabische agenten die hij vooral niet vertrouwt. ,,Ik wil best met ze samenwerken, maar niet met de Arabieren die hier door Saddam heen zijn gestuurd.''

In de strijd om Kirkuk claimen de grote bevolkingsgroepen de meerderheid in de stad (Koerden zowel als de Arabieren) of de oudste rechten (Turkmenen) te hebben. Er is de laatste decennia veel gerommeld met de bevolkingsopbouw van de stad. De Ba'ath-partij voerde een Arabiseringspolitiek. Tienduizenden Arabieren uit het zuiden werd naar Kirkuk gehaald en tienduizenden Koerden uit de stad verdreven.

,,Ik was een strijder in de bergen tegen de Ba'ath-partij'', zegt majoor Faraj trots. ,,We vochten voor Kirkuk, nu laten we het niet meer gaan.'' Omdat de Koerden samenwerken met de Amerikanen hebben ze bereikt dat alle nieuw gekomen Arabieren voor eind 2007 moeten vertrekken. Het verzet in Kirkuk wordt dan ook georganiseerd door de Arabieren. Koerden zijn hun belangrijkste doelwit.

Politiekolonel Aref wil daar niets van weten. Behendig stuurt hij zijn patrouillewagen richting het politiebureau waar hij leiding geeft aan de 500 agenten van de Emergency Special Unit. Vroeger was het bureau gevestigd in een Koerdische, veiligere wijk, maar Aref, zelf een Koerd, heeft het verplaatst naar de Al-Ba'athwijk. ,,Hier zitten de problemen, hier wonen ex-Ba'ath-leden die alles hebben verloren na de ineenstorting van het regime.''

Zonder blikken of blozen passeert hij geparkeerde tankwagens en grinthopen, bekende plekken voor bomaanslagen. In zijn dienst werken 150 Arabieren en hij vertrouwt ze allemaal. ,,Er zijn al drie van mijn Arabische agenten geliquideerd, dat betekent dat ze niet in het verzet zaten'', zegt Aref, wiens dochter in Nederland woont. ,,Ik hoor klachten van andere Koerden, maar veel mensen overdrijven. De Arabieren zijn agenten, net als wij.'

In het bureau maakt kapitein Akkan Abehymady (29) zich klaar voor een zware nacht. De volgende dag wordt Saddam Hussein berecht en het verzet heeft aanslagen aangekondigd. ,,Het zijn geen vrijheidstrijders, het zijn terroristen'', zegt de sunnitische agent over de opstandelingen. ,,Ze creëren angst en plegen moorden.''

Abehymady was al agent vóór de Amerikaanse inval en meldde zich drie maanden na de omverwerping van het regime weer aan om voor orde te zorgen. Van spanningen tussen de agenten wil hij niets weten. ,,We zijn allen zonen van Kirkuk. Iedereen, Koerden en Arabieren, wil orde in de stad.'' In zijn wijk weet iedereen dat hij voor de politie werkt en toch rijdt hij alleen naar huis. ,,Ik wil geen angst tonen'', zegt Abehymady. ,,Dit land moet worden herbouwd. Als wij het niet doen, wie doet het dan?''