Olie vloeit en geld moet rollen

Het geld rolt binnen bij de energieconcerns. De enorme winsten zijn echter geen garantie voor een substantieel hogere beurskoers.

Honderd miljard dollar, ofwel 82,3 miljard euro. Dat onwaarschijnlijk hoge bedrag zullen de beursgenoteerde olie- en gasbedrijven op aarde dit jaar wellicht samen verdienen.

In het jaar van de olie profiteren grootmachten als ExxonMobil, BP en Shell als nooit tevoren van de hoge olieprijs. De drie reuzen onder de beursgenoteerde energieconcerns publiceerden deze week recordwinsten voor het derde kwartaal, met dank vooral aan de steeds meer energieconsumerende Chinezen en Indiërs en aan de orkanen Katrina, Rita en Wilma, die de olierijke Golf van Mexico teisterden.

Hoge winsten zijn echter geen garantie voor hoge beurskoersen, zo bleek de afgelopen maanden. Natuurlijk, de energiefondsen stegen wel degelijk. Ze volgden echter vooral de olieprijs. Toen de olieprijs deze maand weer terugviel volgden de koersen van de maatschappijen, ondanks het feit dat de kwartaalwinsten enorm zouden stijgen. De energiebedrijven verdienen goed, hun aandeelhouders wat minder.

En het geld kwam het afgelopen kwartaal met bakken naar binnen. Veel concerns zagen dan wel productie wegvallen in de Golf van Mexico door de diverse orkanen die door dit gebied raasden, maar de negatieve effecten hiervan werden meer dan teniet gedaan door de stijging van de olieprijs, overigens ook ten dele weer een gevolg van de orkanen.

Het grootste beursgenoteerde energiebedrijf ter wereld, het Amerikaanse ExxonMobil, boekte een recordwinst van 10 miljard dollar in het derde kwartaal, het Britse BP boekt een winststijging van 16 procent tot 4,4 miljard dollar en Shell zag het resultaat uitkomen op 7,4 miljard dollar, de hoogste kwartaalwinst ooit voor het Nederlands-Britse concern.

Ook in de subtop werd geprofiteerd. Zo zag ConocoPhillips de winst met een miljard stijgen naar 4,8 miljard dollar en ging het resultaat bij Chevron met 12 procent omhoog tot 3,6 miljard dollar. Eind volgende week zal het Franse Total met cijfers komen, maar ook daar wordt een flinke winststijging verwacht.

Dat de bergen aan contanten geen ronkende beurskoersen garanderen komt onder meer doordat het hebben van veel cash veelal als teken van zwakte wordt uitgelegd in de financiële wereld. Het geld brengt minder rendement op wanneer het op de bank staat en bovendien weet het bedrijf kennelijk niet wat ermee te doen, zo speculeren analisten al snel. Ook zijn sommigen huiverig voor wat het concern uiteindelijk gaat doen met het geld.

Dat is bijvoorbeeld het geval bij Shell. Het concern koopt dit jaar – net als Exxon en BP overigens – voor miljarden aan eigen aandelen in, een actie waar aandeelhouders van profiteren. Maar Shell heeft miljarden extra aan contanten binnengehaald en de vraag is wat het daarmee wil doen. Sommige analisten vrezen dat het bedrijf een dure branchegenoot wil kopen om zo de productie van olie en gas op te schroeven. Volgens analisten Angus McPhail en Jason Kenney van bank en verzekeraar ING heeft Shell, in tegenstelling tot BP, naam gemaakt met té dure overnames in de upstream, het deel van de olie-industrie waar de boortorens staan en de ruwe olie daadwerkelijk uit de grond wordt gehaald. ,,Tot het moment dat Shell kan bewijzen dat het een echte stap kan zetten om een hogere groei te bereiken in de upstream, zullen wij onze waardering van `houden' laten staan en adviseren wij beleggers om voorzichtig te zijn'', schreven de analisten deze week in een rapport.

Andere analisten hebben Shell overigens juist op een `koop' staan omdat het aandeel zo is achtergebleven bij concurrenten.

Voorzichtig zijn veel beleggers wel ten aanzien van de energieconcerns. De olieprijs kan nu wel erg hoog staan, er is geen garantie dat dit zo blijft. De vraag naar olie is hard gestegen, en de verwachting is dat deze hoog zal blijven. Maar er blijft het risico dat de dure olie de economische groei afremt waardoor de vraag naar olie afneemt.

Daarbij komt dat de concerns wel olie moeten kunnen verkopen om te profiteren van de olieprijs. Opnieuw is het Shell dat van de drie reuzen een probleem heeft omdat het moeilijk nieuwe bronnen vindt en in productie brengt. Als het bedrijf dit weer op de rails krijgt, zelf, dan wel via een – niet te dure – overname, is er wellicht ruimte voor het aandeel om de concurrentie weer eens langdurig in de schaduw te zetten.