Obductie

Een studente geneeskunde doet onder pseudoniem verslag van haar stage in het ziekenhuis. Vandaag over een lichaam met een naam.

,,We snijden de thoraxhuid open in een T-vorm.'' Zes paar ogen volgen zijn hand, het mes, de ingekerfde streep door de leerachtige huid. Het bloedt nauwelijks.

Ik spiek opzij naar mijn mede-co's. Alsof ik in hun blik mijn eigen gevoelsmengsel kan ontleden: afschuw, nieuwsgierigheid, en een vreemd soort opwinding.

Ik denk aan de grappen die we maakten, terwijl we de trappen afdaalden naar deze lugubere kelder. Grapjes om te verbergen hoe spannend je het vindt. Maar ondertussen is het ook een kans die je niet wil missen. Zoals je bij karten of lasergamen de kans krijgt heel even Schumacher of Sylvester Stallone te spelen. Ik glimlach onwillekeurig. Welke horrorfilm spelen wij hier dan na: childplay 3?

Dr. Haring praat onverstoorbaar door, pakt nu een tang om de ribben open te breken.

Voor hem is dit dagelijkse kost. Ik probeer het me voor te stellen: je vrouw een zoen op de wang, boterhammen mee in een zakje, groene overall aan, mondkapje op, en dan het mes in het volgende lijk. Dag in, dag uit.

Ik schrik op bij het breken van de eerste rib. Dr. Haring heeft er al zijn kracht voor nodig. Johan staat duidelijk te springen om het van hem over te nemen, het resultaat van vier jaar sportschool te showen. Haring ziet het ook, lacht, en overhandigt hem de tang.

En dan is alles plotseling normaal. Eric en Hannah ontfermen zich samen over de dunne darm, stuwen meter na meter leeg. Iedereen lacht als de eerste ontlasting uit het uiteinde druppelt. En ik denk terug aan de 'snijpractica' in ons eerste studiejaar. De gemummificeerde lichamen (sommige meer dan 20 jaar oud!) beangstigden ons het eerste uur. Maar zodra de geur van thijm gewend was, was het idee van `lijk' verdwenen. Een anatomieboek in 3-D, opereren zonder risico, een unieke kans. ,,Volgens mij loopt dáar die zenuw.'' ,,Wacht, ik maak hem vrij.'' ,,Het is de ulnaris! Als ik er aan trek beweegt zijn pink!'' Gesprekken als tijdens een lesje handvaardigheid: doodnormaal.

Ik zie dat ik moet opschieten, wil ik nog een orgaan bemachtigen. Karen buigt zich over de linkerlong, David inspecteert de rechternier. Dankbaar pak ik van Haring het hart aan. ,,We verwachten absoluut geen infarct. Maar snij hem toch maar in dunne plakjes.''

De hartspier is stevig. Al snijdend dwaal ik af: slagerij Bertels, 1995. Eindeloze kilo's runderhart gingen daar door mijn vingers. Ik sneed dobbelsteentjes van 2 bij 2 cm, woog zakjes van een half pond af. Rancho, onze airdale terrier, werd altijd helemaal dol als ik 's avonds een zakje voor hem meebracht...

,,Au!'' In een opwelling wil ik mijn bloedende vinger in mijn mond steken, maar bedenk me net op tijd. `Mensenvlees in je vinger! Dat was ``kannibalisme'' geweest!' Ik wil mijn vinger verbergen, niet de kneus van de groep zijn. Maar Haring staat al voor me. En met hem mijn vijf mede-co's. Geroutineerd ontsmet en verbindt hij mijn vinger. Hij legt de risico's en procedures uit: Hepatitis B, hiv-status, antibiotica. Hij neemt hardop de medische status van meneer Schaap door. ,,Overal op getest, allemaal negatief.'' concludeert hij tevreden en draait zijn hoofd weer om naar het lichaam op tafel. ,,Zullen we weer, jongens?''

Zes stilzwijgende blikken richting tafel. Plotseling is het lichaam geen lichaam meer. Het lichaam is nu meneer Schaap. Een man van 64, die met zijn vrouw Aukje de wereld rondzeilde, en vier jaar geleden longkanker kreeg. Twaalf handen hangen doelloos omlaag. Niemand pakt het mes van Haring aan. Niemand wil in deze meneer snijden.