Museum Tervuren Rood Klooster

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in België, in het Zoniënbos

Rond de open plek tussen de beuken tel ik acht paden. Man komt tot negen. Maar dat kan niet. Het moeten er zeven zijn. Want: ,,Iedereen noemt dit De Zevenster'', zegt Lucas-de-zoon. Overal ligt, dwarrelt en hangt blad in zeven kleuren goud. Het groen komt van de varens.

Lucas-de-zoon heeft ons het bos in gevoerd achter de immense kononiale schatkamer Museum Tervuren, waar hij enige decennia geleden opgroeide als het rosse kind van de conciërge. Het bijbehorende park was zijn achtertuin, met de trappen, de bosjes en de bomen, de gazons en met alle mysterieuze vijvers, ook die ene die wordt bewaakt door de twee opgeschrikte reuzengazelles van wit marmer. Hij glundert terwijl hij ons voorgaat, telkens dieper de donkerte tussen de bomen in die hij als jongen onafgebroken verkende. Nog altijd is het hier een beetje van hem.

Nijlganzen, make-up à la Cleopatra, splotsjen platpotig rond onder lage bladerdaken die weer steken onder hoge en nog hogere bladerdaken, en nog weer hogere. Aan de andere kant van een verzakte rode muur begint het Zoniënbos. ,,Julius Caesar omschreef het hier als oerwoud'', vertelt Lucas-de-zoon. Je kunt het je voorstellen. Het bos weert niet af maar doorlaten is de stijl niet van dit verdichte groen. In opdracht van Koning Leopold II werd het opengewerkt met rijtuigbrede lanen.

Sputterende zandsporen kiest Lucas-de-zoon, en een wegje onderlangs een regiment bamboestruiken. Het spitse blad glimt van de motregen. Ze steken donkergroene duimen naar ons op. We dalen, we dalen.

,,Blijft dat zo?''

,,Nee, dat blijft niet zo, daar gaan we straks voor boeten.''

Lucas-de-zoon weet redwoods te staan, niet één maar minstens tien, hier lang geleden gepoot in het kader van de overmoedige verzameling `alle bomen van de wereld'. Sequoias, zo heten deze bomen ook: ze zijn olifanten, hemelreikend groot, op een omvangrijke stam. De zachte schors veert onder je handen. ,,Dat hout blijft altijd lauw. Bij kou warmde ik mijn wang eraan.''

We steken een veld over, een open hart, en betreden `de kathedraal'. Zo heet de brede laan tussen twee zuilengalerijen van beukenbomen. Ertussen wandelen is zegenrijk. ,,En zoiets op 15 kilometer van Brussel'', zegt Lucas-de-zoon.

Nat gutst langs de stammen. Clusters van parasolzwammen glanzen als poffertjes met veel stroop. De regen jaagt ons de kerk van Jezus-Eik in. We moeten verder, naar Rood Klooster, door dunner bos.

De zon duwt de wolken bijeen. Het licht kan erdoor. Bling-bling wordt al het blad.

± 17 km. M.b.v. topografische kaart nr. 31/7-8 (Ukkel-Uccle-Hoeilaart),

uitg. Nationaal Geografisch Instituut Brussel, kan eenvoudig een route

worden uitgestippeld. Tussen Rood Klooster en Museum Tervuren rijdt elk kwartier een tram. Adres museum:

Leuvensestraatweg 13, Tervuren,

di-vrij 10-17u, za en zo tot 18u.

Ma gesloten. www.africamuseum.be