Lokale politici zoeken bindmiddel

In andere grote steden vond in 2002 een kiezersrevolte plaats. In Amsterdam bleef de PvdA de grootste partij. Er zijn veel lokale partijtjes in delen van de stad, maar zij hebben weinig dat hen bindt.

Het is een bonte verzameling politieke partijtjes. Van Slotervaart Leefbare Tuinstad, Méérbelangen en Leefbaar Zuidoost tot Vereniging Zuideramstelbelangen. Ze zijn elk actief in een ander stadsdeel van Amsterdam, hebben verschillende `speerpunten', maar spelen met het idee om bij de komende gemeenteraadsverkiezingen de krachten te bundelen. Want gemeenteraadsleden weten niet wat er speelt in de directe omgeving van burgers, zeggen zij.

Dat kiezers wel zoeken naar een alternatief bleek vorige week na een peiling, zegt Paul Beving (Vereniging Zuideramstelbelangen). 34 procent van de Amsterdammers zegt mogelijk op ex-PvdA-wethouder Rob Oudkerk te stemmen, mocht hij meedoen. Dat betekent volgens Beving – wethouder in stadsdeel Zuideramstel – niet dat die mensen echt op Oudkerk zouden stemmen, maar maakt vooral duidelijk dat er behoefte is aan wat anders. En daar zijn zíj voor. ,,Kiezers kunnen hun ei bij ons kwijt. Dat gaat heel direct. Wij hebben niets te maken met dictaten vanuit een moederpartij.''

De kiezersrevolte van 2002 waardoor `leefbaar' partijen in veel steden massaal stemmen wisten te trekken, ging aan Amsterdam voorbij. De PvdA bleef de grootste partij en nam als vanouds zitting in het college. Maar vraag aan Amsterdamse politici of de opmars van de leefbaren de hoofdstad oversloeg omdat iedereen tevreden was en het antwoord luidt nee. Kijk maar naar de landelijke verkiezingen van 2002 die volgden op de gemeenteraadsverkiezingen, zeggen ze dan. In Amsterdam stemde 16,5 procent op de LPF, een partij die voor het eerst deelnam.

Maar waarom bleef het in Amsterdam bij de gemeenteraadsverkiezingen dan zo rustig? Volgens PvdA-lijsttrekker Lodewijk Asscher was dat voor een deel aan Geert Dales (VVD) en Rob Oudkerk (PvdA) te danken. ,,Zij slaagden erin om hun taal te vernieuwen, die te laten aansluiten bij de gevoelens van de kiezer.'' Bovendien, een echt alternatief was er niet. Of zoals het bureau Onderzoek en Statistiek het grote aantal Amsterdamse stemmen voor de landelijke LPF in 2002 verklaarde: ,,Amsterdammers konden nu op de LPF stemmen in plaats van op de weinig aansprekende vertegenwoordigers van de lokale leefbaarheidspartijen.''

De vertegenwoordigers van de lokale partijen zoeken de verklaringen liever in het feit dat zij bestaan. De macht ligt hier niet op één plek, maar verspreid over de stadsdelen, zegt Beving. En in veel stadsdelen bezetten onafhankelijke partijen een groot aantal zetels. Daardoor is de onvrede in de stad als geheel nooit zo groot geworden als bijvoorbeeld in Rotterdam, zegt Frans Romkema, fractievoorzitter van Méérbelangen uit Oost/Watergraafsmeer. Maar Rotterdam heeft toch ook deelgemeenten? Die hebben niets te zeggen, meent Frans Romkema. ,,In Amsterdam gaan de stadsdelen echt ergens over.'' Vuilnisophaal bijvoorbeeld, of hondenpoep, groen en horecabeleid.

Maar vergelijk ze niet met de LPF of Leefbaar Nederland. Luisteren naar de man in de straat? ,,Dat doen wij al zeventien jaar'', zegt Romkema. Bij de laatste stadsdeelverkiezingen, in 2002, haalde Méérbelangen zes zetels. Evenveel als de PvdA in Oost/Watergraafsmeer. Ook in andere stadsdelen zijn de afgelopen tien jaar partijen opgericht die zich specifiek op de problemen in dat stadsdeel richten. Bij de laatste verkiezingen voor de stadsdelen haalden in zeven van de vijftien stadsdelen lokale partijen een substantieel deel van de stemmen. In drie stadsdelen werden ze met de PvdA de grootste partij.

Ook Gerard Molewijk van Slotervaart Leefbare Tuinstad onderstreept dat zijn partij met de LPF niets van doen heeft. Wel is de bestaansreden van zijn partij vrijwel gelijk aan die van andere leefbaren. ,,Het gevoel dat je als kiezer weinig te zeggen had over je directe omgeving. En dat de partijen in de gemeenteraad niet wisten wat wij in Slotervaart wilden.''

Zo'n onafhankelijke, kleine partij heeft voordelen, zegt Molewijk. Neem de stedelijke vernieuwing in zijn stadsdeel. Dat ligt gevoelig. Woningen gaan tegen de vlakte, de bewoners moeten verhuizen en veel groen verdwijnt. Zijn partij kan tegengas geven, veel beter dan de lokale PvdA, meent hij. ,,Die zijn toch onderdeel van een familie. En de plannen komen uit die familie.''

Blijft de vraag waarom het die lokale partijen nooit is gelukt voet aan de grond te krijgen in de Amsterdamse gemeenteraad.

Frans Romkema denkt niet dat het onmogelijk is, maar heeft twijfels. Lokaal hebben de kleine partijen juist succes omdat ze zich slechts op de buurt hoeven te richten waar ze persoonlijk bij betrokken zijn. Maar in de gemeenteraad zou het helemaal anders moeten, zegt Romkema. ,,Bij een gemeenteraad die gaat over 600.000 inwoners raak je die lokale basis kwijt. Dan moet je een algemene visie hebben over hoe je een hoofdstad van een land zou moeten besturen.''

Wil je in de gemeenteraad meedoen, dan moet je ook een goede organisatie hebben, zegt Beving. Niet onmogelijk, maar waar haal je de tijd vandaan? In 1997 begon Beving met onder andere Romkema de lokale partij Vereniging Amsterdamse Belangen, om een jaar later mee te kunnen doen aan de verkiezingen voor de gemeenteraad. Maar door tijdgebrek is het nooit zover gekomen.

Bovendien zijn er maar weinig mensen die hun baan willen opgeven om in de gemeenteraad plaats te nemen, zonder dat je dat uitzicht kan bieden op een landelijke politieke carrière, meent Gerard Molwijk. ,,Stadsdeelpolitiek is avondwerk. Gemeenteraadspolitiek is bijna een dagtaak.''

Ondanks deze bezwaren wil Wim Mos (Leefbaar Zuidoost) het volgend jaar proberen. Hij heeft alle onafhankelijke partijen op stadsdeelniveau bijeengeroepen om eens te praten. Want stadsdelen worden nu regelmatig overruled door het gemeentebestuur door een project eenvoudig als `grootstedelijk' te bestempelen.

Politici in de gemeenteraad weten volgens hem vaak van toeten noch blazen. Vier partijen reageerden positief en hebben de eerste gesprekken gevoerd. Mos sluit niet uit dat anderen alsnog ,,aanhaken''. In november moet de nieuwe Amsterdamse partij opgericht worden. Als Mos kijkt naar het electoraat dat deze partijen samen hebben, durft hij te hopen: er kan een partij ontstaan die de derde in grootte wordt.