Koeien ook in Frankrijk heilig

De metershoge tariefmuren van de Europese landbouw staan centraal in de besprekingen over de wereldhandel. Frankrijk geldt als hoofdbewaker.

Eurocommissaris Peter Mandelson (Handel) onderhandelt namens de Europese Unie op het scherp van de snede over liberalisering van de wereldhandel. Niet alleen in het pokerspel met belangrijke handelspartners als de Verenigde Staten, Brazilië, Australië en India. Ook tegenover onwillige EU-lidstaten als Frankrijk speelt de Brit het spel hard.

Volgens Mandelson heeft de EU met het jongste aanbod om de beschermende importtarieven voor landbouwproducten met gemiddeld 46 procent te verlagen en de hoogste tarieven met 60 procent ,,meer gedaan dan ooit in een multilaterale handelsronde''. Dat is feitelijk juist. Maar het zegt ook iets over de hoge beschermingsmuren die de EU rond de eigen landbouw heeft opgetrokken. Bij de eerdere Uruguayronde werd afgesproken de tarieven met gemiddeld 36 procent te verlagen. De EU liet de hoogste tarieven vrijwel ongemoeid. Zo bleef de Europese markt voor producten als rundvlees, kippenvlees, suiker en sommige soorten groenten en fruit een onneembaar fort. Onlangs veroordeelde de Wereldhandelsorganisatie (WTO) na een klacht het Europese suikerregime, dat binnenkort alsnog wordt hervormd, als strijdig met de wereldhandelsregels.

Twee jaar geleden bereikten de EU-lidstaten een akkoord over hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, waarbij inkomenssteun aan boeren werd losgekoppeld van de productie. Daarmee werd het EU-landbouwbeleid minder handelsverstorend. Ook stelde Brussel voor alle exportsubsidies af te schaffen. Voor de allerarmste landen werd de import tariefvrij. Maar met de belangrijke WTO-ministersconferentie van december in Hongkong in aantocht nam de druk op de EU weer toe, waarbij ook haar geloofwaardigheid op het spel stond. De Australische handelsminister Mark Vaile zei met enige spot dat ,,een koe in de EU met 2,20 dollar per dag aan subsidie meer krijgt dan 1,2 miljard armen''. Zonder verlaging van de EU-importbescherming voor landbouwproducten zou de huidige Doharonde vastlopen. Dat besef was er in Brussel al langer.

Mandelson onderstreepte dat de EU met het jongste bod ,,de grens'' heeft bereikt. Volgens Commissiekringen komt de Franse tegenstand hem niet geheel ongelegen, want het maakt andere handelspartners eens te meer duidelijk dat de rek er bij de EU uit is. De VS hebben een verlaging van de importtarieven met 90 procent gevraagd en andere landen met 75 procent. Maar Mandelson schetste gisteren dat zo'n verlaging in de EU een ,,verwoestend'' effect heeft op sommmige landbouwsectoren – de EU-landbouw is met haar kleinere bedrijven nu eenmaal kwetsbaarder dan die in de VS. Hij wees ook op ,,desastreuze'' gevolgen voor ACP-landen (ex-kolonies), die profiteren van voorkeurstarieven in de EU.

Frankrijk bleek vorige week vrijwel alleen te staan met het verwijt dat Mandelson z'n mandaat te buiten gaat. De Britse Commissaris zei toen enigszins provocerend dat de lidstaten ,,het mandaat konden aanpassen maar dat niet hebben gedaan.'' Met z'n jongste, nog hogere bod beweegt Mandelson zich volgens eigen zeggen ,,op de uiterste grens'' van z'n mandaat. Hij heeft twee argumenten. Het in 2003 hervormde EU-landbouwbeleid hoeft niet verder te worden aangepast. Bovendien stemden alle lidstaten er vorige zomer mee in dat de markttoegang in de EU voor landbouwproducten ,,substantieel'' zou worden vergroot.

Mandelson kan eventueel zonder Franse steun onderhandelen, omdat Frankrijk in de EU vooralsnog geen blokkerende minderheid heeft. Toch is Franse steun om politieke redenen van belang. Mandelson onderstreepte gisteren dat hij ,,zeker niet afziet van de steun van Parijs''. Het nieuwe landbouwbod lijkt vernuftig. Een verlaging van de importtarieven door de EU met gemiddeld bijna de helft kan door de handelspartners niet worden weggepoetst. Moeilijk punt zijn 'gevoelige' producten als rundvlees en kippenvlees, waar de EU minder ver gaat. Hier kan Mandelson met importquota mogelijk belanghebbenden tevredenstellen.

Mandelson heeft aan het jongste landbouwaanbod de harde voorwaarde verbonden dat de andere handelspartners hun markten voor industriegoederen (85 procent van de EU-export) en diensten openen. Het is een worst die hij ook Frankrijk voorhoudt. Ook veel ontwikkelingslanden zijn volgens Mandelson gediend met een verdere opening van de industriële en dienstenmarkt, omdat hun onderlinge handel nu nog op hoge tariefmuren stuit. De Britse handelscommissaris hield het er gisteren ondanks alles dan ook op dat de EU met haar bod ,,de brug naar consensus'' in Hongkong slaat. Er zijn nog 45 dagen te gaan. ,,We hebben geen dag te verliezen'', zo onderstreepte hij.