Kabel

De kabel is langzaam aan het opfleuren. Edgar Davids staat al met één been in Oranje. Patrick Kluivert kreeg deze week van zijn coach bij Valencia een invalbeurt. Michael Reiziger is gevleugeld bezig bij PSV. Van Winston Bogarde is er voorlopig weinig nieuws, maar met hem weet je het nooit. Winston is een atoom: hij verschijnt en verdwijnt. Alleen Clarence Seedorf lijkt afscheid te hebben genomen van het koloniale bewind uit de jaren negentig, zij het dat hij voor de vrienden nog nuttig kan zijn, als buikspreker.

Patrick Kluivert was de voorbije dagen erg aanwezig in de media. Het leek wel of hij een offensiefje had bedacht. Vreemd. Kluivert heeft jaren achter zich waarin hij niet eens goedemorgen zei tegen de media. De spits was in zijn eentje catenaccio geworden. Zijn langste zin: ,,Nou, en?''

Dit keer sprak hij normaal, met verlangen en een spectaculaire hang naar zelfbeklag. En met vertrouwen: ,,De Oranje-fans kunnen me toch niet uitfluiten? De topscorer. Alleen van het idee al word ik pisnijdig.'' Zo overmoedig heb ik Mark van Bommel niet gehoord. Terwijl hij toch de speler van het jaar is.

De gedroomde voetballer is weggezakt naar halverwege de hemel, en dat kon je horen. Het liefst had hij zich met een tirade tot het Nederlandse volk gericht, maar hij bedacht zich bijtijds, want dat zou Marco niet leuk hebben gevonden. Dus hield hij het maar op een lamento: ,,Er is in Nederland een heel verkeerd beeld van mij ontstaan. Iedereen papegaait iedereen klakkeloos na. Ik mag niet trots zijn op wat ik heb bereikt, mij wordt geen geluk gegund.''

Patrick Kluivert: de gekruisigde.

Dan begrijp je waarom deze begenadigde spits de laatste jaren geen balletje meer hoog kon houden. Niet bij Barcelona en niet bij Newcastle. De nummer 9 als schim der schimmen, met een hoofd op krukken. Het hart gebroken, want voetbal was toch zijn grote liefde. Enfin, Nederland: een volk van judassen.

Van mij hoor je geen goed woord over het Oranjeplebs, maar ingebeeld verraad is ook zo armoedig. De heer Kluivert kan bezwaarlijk beweren dat Nou Camp tweewekelijks bevolkt was met Bataven. En in Engeland waren de met oranjeklompen en -pompoenen geornamenteerde hoofden in de tribunes ook dun gezaaid. Waar was dan die vuile oranjewolk van vijandigheid?

Een kind sprak.

Verwend, verwaand, verweesd. Gehinderd door een betonlaag van euforie. Eigenlijk was het de spiegel van de ander die sprak. Bono? Dylan? Hazes? Nee, zij zijn nooit van het volk geweest, zij deden alsof. Zo was Patrick Kluivert ook. Vervreemd, verwaand, verweesd. De godenzoon die zich gepositioneerd had als een mythe, zonder wreef en schampschot. Eerder libido dan afgeweken bal, dan een afgeweken leven.

Gracieus is hij nog steeds. De optrekkende haargrens doet er niet toe. Het gezicht was altijd al ouder dan het was. Maar waar is het gebeente van de spits? Waar is de gratie van beweging? Waar de aanname die verward werd met een mirakel? Hij is een oude man. Zo spreekt hij ook, vanuit nostalgie en rancune, vanuit een zelfbeeld dat hij, tegen beter weten in, niet meer `hoog kan houden'.

Kluivert: de desperado.

Toch mooi dat hij nog naar het WK in Duitsland wil. Mooi ook dat hij zijn positie in de spits koloniaal blokkeert, zij het in infantiele retoriek. Had Mark van Bommel maar iets meer van het navelgenot van Kluivert, hij zou nooit uit de selectie van het Nederlands elftal zijn geworpen.

De kabel heeft een trots die Nederlanders niet hebben. De kabel is Grieks, Oranje is Romeins. Onverzoenbare culturen. De enige die dat weet is Marco van Basten. Althans, hij vermoedt het intuïtief. De uiterwaarden van de onderscheiden psyche worden hem in geuren en kleuren door Kees Jansma voorgehouden.

De kabel redt het niet. Mij maakt het niet uit of Marokkanen, Molukkers, halve Belgen en Hottentotten in het Nederlands elftal spelen. Het hart achter de vlag, daar gaat het om. Thuis zijn. Begin er maar aan als voetbalnatie.

Patrick Kluivert vroeg zich af of hij niet beter naar een onbewoond eiland kon verkassen. Niet doen! De onbewoonbaarheid zijn we zelf, Patrick. Vraag het aan je moeder, aan je vrouw, aan je kinderen. Zij weten exact wat een leven is zonder leven.