Hoe `Désanne' haar verjaardag vierde

Joost Zwagerman luistert naar `Perfect Day' en hoopt dat de verjaardag van Désanne van Brederode, 2 november, niet wéér verpest wordt

`Perfect Day' van Lou Reed was jarenlang een liedje dat, als het even tegenzat, mijn dag kon afbuigen richting monterheid en gedroomde perfectie. Sinds het nummer november vorig jaar tijdens de crematie van Theo van Gogh was te horen, associeer ik het nummer uitsluitend nog met doem, dreiging, rouw en gemis. Een vader en moeder herdachten zoon van zevenveertig die was vermoord. Een jongen liep met een stuursheid waar dertienjarigen het patent op hebben naar de kist waar zijn vader in lag en raakte de kist even aan. `Perfect Day' weerklonk.

Daags na de crematie werd hier en daar geschreven dat `Perfect Day' detoneerde met de rouw waar we via de televisie getuige van waren geweest. De ambiguïteit in de tekst van `Perfect Day' correspondeerde naar mijn idee juist met Van Goghs soms macabere gevoel voor humor. In `Perfect Day' bepeinst de ikfiguur een dag van klein geluk: wandelen in het park, een glas sangria drinken, en daarna een film bekijken. Het zijn genietingen die halverwege het nummer de wacht worden aangezegd doordat de ikfiguur zich niet tot die genietingen in staat acht. Hij kan zich pas voegen in het kleine geluk als hij een ander wordt, someone else/someone good. Maar zijn wérkelijke `ik' staat hem dit niet toe. Het geluk ligt voor het oprapen, maar de ikfiguur is niet bij machte ernaar te reiken.

En dan ineens klinkt daar die onheilspellende slotregel, door Lou Reed keer op keer herhaald: You're going to reap just what you sow... Men zal oogsten wat men heeft gezaaid – het is, vind ik, bijna ondraaglijk om naar te luisteren, sinds die dag van de crematie van Van Gogh. Want was dat het niet wat je in interviews uit kranten en ook gewoon zelf op straat kon horen, uit de mond van sommige moslims en moslima's? Best erg, hoor, die moord, maar ja, had die Van Gogh er met zijn blasfemie niet zelf om gevráágd? Het werd gezegd, en met een onrustbarende hardnekkigheid. Met die gedachtengang onder kennelijke halve sympathisanten van de moordenaar in het achterhoofd tranformeert Lou Reeds `Perfect Day' onverhoeds tot de soundtrack waar moslim-extremisten juichend de duim omhoog voor zouden hebben gestoken: het slachtoffer heeft geoogst wat 'ie heeft gezaaid.

Schrijfster Désanne van Brederode had zich op 2 november 2004 al helemaal ingesteld op haar eigen `Perfect Day', zo blijkt uit haar recent gepubliceerde dagboek Barsten. Ze is namelijk jarig op 2 november, blijkt uit dat dagboek. 's Ochtends vroeg genoten zij en haar man van een pistoletje, een eitje en een glaasje jus d'orange op bed toen ineens de telefoon ging. Iets over moord, en een Bekende Nederlander. Dat nieuws vaagde het klein geluk van het fijne ontbijt in één keer weg. Opmerkelijk is vervolgens Van Brederode's beleving van de moord op Van Gogh. Ze heeft het in haar dagboek over `het dikke lijk van de filmmaker en columnist' dat op de Linnaeusstraat ligt. Waarna zij verzucht: `Ik hoopte op een stille verjaardag, maar van alle kanten dringen ongenode gasten binnen. Het stoffelijk overschot ligt nu al uren in een blauw tentje hemelsbreed misschien zo'n vijf kilometer van ons huis vandaan, maar ik zie het tentje op televisie.' Potjandorie, het zal je maar gebeuren! Had Van Gogh niet een andere dag kunnen uitkiezen om vermoord te worden?

De getergde schrijfster vervolgt: `In plaats van verdriet om `Theo', ben ik bang voor nog meer racisme.' Merk op dat Van Brederode hier Van Goghs voornaam tussen aanhalingstekens plaatst. Voor haar ligt daar blijkbaar een gestalte wiens voornaam die aanhalingstekens verdient, alsof het een vignet is en geen mens, een omhulsel dat slechts het voertuig was van een imago en een publieke figuur. Met twee aanhalingstekentjes reduceert Van Brederode het slachtoffer tot `iets wat niet bloeden kan', zoals Connie Palmen het omschreef in haar essay over de moord op Pim Fortuyn.

`Nee, ik heb geen sympathie voor de dader', schrijft ze een alinea verder. Fijn dat ze het er even bij zegt. Maar in één moeite door stelt ze dat ze evenmin sympathie koestert voor de mensen die diezelfde avond op de Dam die luidruchtig getuigen van hun ontzetting. Rapalje vindt ze dat, want: `hier steken papoea's geciviliseerd bij af.' En dan vraagt ze zich af: `Hoe voelt de dader zich?' Ja, hoe zou het toch met Mohammed zijn? Van Brederode vraagt zich af of hij in het ziekenhuis ook naar dat carnaval op de Dam kijkt en er zo zijn cultuurfilosofische bespiegelingen over heeft: `Als ik hem was zou ik dit kinderachtige gerommelebom beschouwen als olie op het vuur.' Precies: slaan met een pannetje op de Dam, dat is niks dan provocatie die om een twééde executie smeekt.

Van Brederode's ergernis over het 'dikke lijk' is extra pikant omdat ze in haar dagboek meer dan eens terugkomt op haar grootste angst: dat haar man Arjan of haar zoontje Jesse iets overkomt waardoor zij doodgaan. Ze maakt die angst voor ons lezer heel concreet: `Jesse die onder de Londense metro komt. (...) Even niet opgelet, dood. (...) Angst, angst, altijd angst.' Je zou toch denken dat Van Brederode, moeder van één zoon, in de dode Van Gogh, vader van één zoon, haar grootste angst ziet geconcretiseerd. Maar nee. Op De Linnaeusstraat ligt niet de verzinnebeelding van haar angst, maar een omhulsel van een soort engagement dat haar niet beviel.

Nu, bijna een jaar later, worden alle fractievoorzitters van de Tweede Kamer beveiligd omdat er opnieuw een dreiging van een moordaanslag bestaat. Het is te hopen dat de beveiliging voor de bedreigde politici accuraat zal zijn, want het zou toch wel heel bitter voor Van Brederode zijn als haar verjaardag voor de tweede achtereenvolgende keer wordt verpest door wéér een lijk, dik, dun, kaalhoofdig of bebrild. Wij gunnen haar het eitje en het pistoletje, en op de cd-speler Lou Reeds `Perfect Day' op repeat, even helemaal lekker nergens aan denken, wegzwijmelend op dat heerlijke nummer, just a perfect day, problems all left alone... Van harte, Désanne! Of nee, het moet natuurlijk zijn: van harte, `Désanne'!