Hoe bang moet en we zijn?

Het H5N1-virus is aangekomen in Europa. De kans is groot dat het zich via trekvogelpoep verder verspreidt. Maar de kippen hebben meer te vrezen dan de mensen.

Het H5N1-virus is misschien wel een loser. Pas als het muteert maakt het miljoenen mensen ziek, maar ondanks ongekend ruime mogelijkheden om te muteren, is het daar nog niet in geslaagd. `Het directe risico voor de gezondheid van mensen in Europa is erg laag, maar niet nul', schreef de nieuwe Europese volksgezondheidswaakhond ECDC (European Centre for Disease Prevention and Control) vorige week. Geruststellend schrijft de ECDC dat het H5N1-vogelgriepvirus `tot nu toe slecht is aangepast aan mensen. H5N1 besmet niet makkelijk mensen, springt nog veel moeilijker over van mens naar mens, maar áls het iemand ziek maakt, wordt die ook ernstig ziek'.

Twee jaar woedt H5N1 al in Zuid-Oost-Azië, maar de definitieve sprong naar de mens heeft het nog niet gemaakt. Onder vogels loopt het aantal slachtoffers in de tientallen miljoenen. Begin december 2003 stierven op een fokkerij in Zuid-Korea 19.000 van de 24.000 kippen door H5N1. De overblijvende 5.000 dieren werden afgemaakt. Een maand later heerste het virus al in heel Zuid-Oost-Azië: Japan, Vietnam, Cambodja, Hong Kong en Thailand. En het is er niet meer weg geweest.

Vanaf het begin sloegen influenzadeskundigen alarm: het virus moest uitgeroeid. Zij wisten dat H5N1 in 1997 in Hong Kong voor het eerst mensen ziek had gemaakt. Toen zijn alle kippen, eenden en ganzen in Hong Kong afgemaakt in een poging het virus uit te roeien. Dat mislukte. Van de zestien zieken overleden er acht. De patiënten maakten hun verplegers niet ziek, op één uitzondering na. Het virus was slecht van mens op mens overdraagbaar.

Afweergeheugen

De vrees is dat het vogelgriepvirus in de mens muteert of met reeds aan de mens aangepaste influenzavirussen vermengt tot een virus dat makkelijk andere mensen besmet. Geen mens bezit een `afweergeheugen' tegen H5N1-influenzavirussen. Binnen één of twee jaar na het ontstaan van een voor mensen besmettelijk virus raken alle wereldbewoners besmet. Bijna iedereen wordt minstens sniffig of verkouden, zeker een derde van de wereldbevolking krijgt echte griep en een onbekend aantal mensen sterft. 5, 50, 150, 500 miljoen. Het kan allemaal nog. Maar zo'n pandemie ontstaat alleen als het virus behalve ziekmakend ook overdraagbaar is.

Virologen zijn er zeker van dat er ooit een nieuwe grieppandemie komt. In de vorige eeuw waren er drie. Ze weten alleen niet wanneer de pandemie uitbreekt. En de vraag is of het H5N1 dat nu onder vogels huishoudt de nieuwe pandemie zal veroorzaken.

Voorzover bekend heerste er nooit eerder zo'n grote en zo'n langdurige vogelgriepuitbraak. In Vietnam, Thailand, Indonesië en waarschijnlijk ook in China, Cambodja en Myanmar – landen waar we weinig van weten – faalde de overheid bij het uitbannen van het virus.

De pluimvee-industrie was de afgelopen decennia booming business in Azië. Door de toenemende welvaart eten steeds meer mensen vlees, liefst goedkoop kippenvlees. De kippenschuren schoten als paddenstoelen uit de grond. Ze staan gedeeltelijk in dichtbevolkte gebieden, vaak in buitenwijken en dorpen waar veel mensen ook nog hun eigen kippen houden. Niet meteen als hobbydier, maar voor eigen gebruik en om de dieren en eieren op plaatselijke markten te verhandelen. In Nederland klinkt de roep om gesloten veeteeltsystemen, om infecties buiten te houden. Maar vergeleken met Azië zijn de Nederlandse kippenschuren al gesloten bolwerken. In Vietnam drijven de eendenfokkers grote groepen dieren na de rijstoogst over de natte velden, of laten de dieren fourageren op de irrigatiekanalen, waar ook waterwild zwemt. De dorpsbewoners zwemmen in die kanalen en sommigen werden ziek. De boeren slachten zieke kippen nog snel en worden soms zelf ziek. Ondanks de waarschuwingen aten de Vietnamezen en Thailanders hun traditionele kipgerechten, soms met rauw bloed bereid. En een enkele vechthaanhouder werd ziek omdat hij de bloedende wonden van zijn vechthaan uitzoog.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bepleit nog steeds voor bestrijding aan de bron. Daarbij hoort ruimen van vogels als er een uitbraak is. Maar het virus heeft zich inmiddels blijvend in Zuid-Oost-Azië gevestigd. Zo'n endemisch virus is zelfs met grootschalige ruimingsoperaties niet meer weg te krijgen. Het is op grote schaal in populaties wilde watervogels aanwezig en kan dus op ieder moment weer op industrieel gehouden pluimvee overslaan.

Het virus heeft Europa bereikt. Maar de tot nu toe geregistreerde uitbraken verschillen van alle eerdere Europese vogelgriepuitbraken. De beelden van shovels bij pluimveebedrijven die bakkenvol vergaste besmette kippen in containers scheppen ontbreken. Het virus heerst niet in de pluimvee-industrie, maar in natuurgebieden waar trekvogels ziek worden en sterven. Oké, in Kroatië ruimden de gezondheidsautoriteiten 27.000 kippen en ander pluimvee in een ruime cirkel rond twee visvijvers, waar zwanen stierven aan H5N1. En in Turkije is ook een pluimveebedrijf besmet geraakt. Maar het stond geïsoleerd.

Wetlands

Over de schuld van de verspreiding vanuit Zuid-Oost-Azië, via natuurgebieden in China en Mongolië, naar Kazachstan, Siberië en later door naar de gebieden rond de Kaspische en Zwarte Zee, lopen de meningen uiteen. Wat er in China gebeurt weet niemand. Gespeculeerd wordt dat in Kazachstan vogeltransport door mensen de epidemie verder heeft uitgebreid. Maar alle deskundigen zijn het erover eens dat het virus door trekvogels van Siberië en Kazachstan naar de wetlands rond de Kaspische en de Zwarte Zee is gebracht.

`Dode vogels vliegen niet', was de oneliner van de weinige vogelbeschermers die niet geloofden dat trekvogelpoep de vogelgriep kon brengen. Maar besmette vogels vliegen wel. Virologen hebben de verklaring. Een vogel die besmet is met een laagpathogeen H5-virus bouwt weerstand op, wordt niet meer ziek van een besmetting met hoogpathogeen H5-virus, maar scheidt het virus wel uit in zijn poep. Daarmee raakt het water van meertjes en poelen besmet waarin andere, niet door een laagpathogeen virus beschermde vogels hun eten zoeken.

Miljoenen watervogels trekken in deze en de komende weken verder vanuit de nu getroffen gebieden, langs de oostkant van de Middellandse Zee, naar het Nabije Oosten en Afrika. Het Britse medisch-wetenschappelijke tijdschrift Nature schrijft deze week in een nieuwsbericht dat de beschermingsorganisatie Wetlands International en de Wereldvoedselorganisatie (FAO) vrezen voor H5N1-uitbraken in de Riftvallei, die zich met een moeras- en merengebied uitstrekt van Noord-Kenia tot in Ethiopië. Dat gebied is voor veel Euraziatische watervogels hun winterverblijf. En daar is de laatste decennia ook een lokale pluimvee-industrie tot ontwikkeling gekomen. Een vogelpestuitbraak zou het gebied in een economische crisis storten, zegt Lea Borkhagen van de hulporganisatie Oxfam in Nature.

Didier Houssin, de hoogste Franse ambtenaar die over vogelgriep gaat, zei tegen Le Monde: ,,Je kunt je indenken dat het virus zich net als in Azië ook in Afrika blijvend vestigt.'' Zeker is dat de trekvogels die komend voorjaar via de West-Europese trekroute ook de Nederlandse wetlands aandoen, deze winter deels in dezelfde Afrikaanse wateren poepen en fourageren als de vogels die de Euraziatische route nemen. Als er deze winter in Afrika vogelgriep uitbreekt, dan moet de Nederlandse kip het voorjaar vrezen.