`Het plafond komt in zicht'

Er komen almaar meer auto's, vliegtuigen, trucks. Dus is er meer olie nodig. Maar hoe lang kan de productie ervan nog opgevoerd worden? ,,Over drie tot vijf jaar hebben we het plafond bereikt.''

Kjell Aleklett wil geen doemdenker zijn. Maar alles wijst nou eenmaal in één richting: al over drie tot vijf jaar bereikt de wereldwijde olieproductie haar maximum. Daarna gaat het alleen nog bergafwaarts. ,,We staan voor een ingrijpende verandering, maar zijn er niet op voorbereid'', zegt Aleklett, die directeur is van Aspo, een groeiende internationale organisatie die zich zorgen maakt over de energievoorziening van de wereld.

Het staat in schril contrast met de scenario's van het vooraanstaande Internationaal Energie Agentschap (IEA) en grote oliemaatschappijen zoals Shell en ExxonMobil. Volgens hen bereikt de olieproductie haar plafond pas over zo'n twintig jaar. Maar Aleklett, van huis uit kernfysicus, is overtuigd van zijn gelijk. Eerder deze week vond hij nog bevestiging. De krant International Herald Tribune onthulde een rapport van het Amerikaanse ministerie van Energie. Daarin stelt het zijn verwachtingen over de olieproductie in Saoedi-Arabië, de grootste exporteur van olie ter wereld, naar beneden bij. ,,Wij twijfelen al jaren over de reserves die landen in het Midden-Oosten zeggen te hebben'', zegt Aleklett vanuit het Zweedse Uppsala, waar Aspo zijn hoofdkantoor heeft.

Het is een vraag die vaker begint op te duiken nu de olieprijzen hoog zijn: wanneer piekt de olie? Het gaat er bij deze vraag niet om hoeveel olie nog in de grond zit, maar in hoeverre huidige dagelijkse productie kan worden opgevoerd. Nu ligt die productie op gemiddeld 84 miljoen vaten per dag. Maar er blijven auto's, vrachtwagens en vliegtuigen bij komen. Met name in China.

Dus is er meer brandstof nodig. Kunnen bedrijven als Shell, Exxon, Saudi Aramco en BP almaar meer benzine, diesel en kerosine blijven produceren? ,,De olieproductie kan niet eindeloos blijven toenemen. Daar zit een plafond aan, en dat beseft iedereen ook wel. De grote vraag is: wanneer is het plafond bereikt'', zegt Jos Bruggink, hoogleraar energietransitie en duurzame ontwikkeling aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Volgens hem is die vraag essentieel. Want hoe eerder de piek komt, hoe sneller er gezocht moet worden naar alternatieve brandstoffen. ,,Doen we dat niet, dan kan er een groot tekort ontstaan en stijgt de olieprijs misschien wel tot boven de 100 dollar.

Vraag het Aleklett, en hij zegt dat de olie in 2008, uiterlijk 2010, zal pieken. Maar gevestigde organisaties als de US Geological Survey en de IEA leggen de piek veel later, rond 2030. Elk kamp heeft zijn argumenten. Aleklett beweert dat oliemaatschappijen steeds meer moeite moeten doen om de olie in het huidige tempo uit hun velden te blijven pompen. ,,Het is als met een citroen waar je in knijpt. Eerst komt er veel sap uit. Maar na verloop van tijd moet je steeds harder knijpen om er dezelfde hoeveelheid uit te krijgen'', zegt hij. Daarnaast vinden oliemaatschappijen amper meer nieuwe, grote olievelden. En de reserves van onder meer Saoedi-Arabië, Irak en de Verenigde Arabische Emiraten zijn veel kleiner dan de landen zelf beweren – alleen de landen zelf hebben toegang tot de velden, de reserves zijn staatsgeheim.

Dan de optimisten. Zoals David O'Reilly, bestuursvoorzitter van olieconcern Chevron. Hij wees vorige maand op de gevolgen van de hoge olieprijzen. ,,Ze temperen de groeiende vraag naar olie, en leggen meer nadruk op besparing van energie'', zei hij. Oliemaatschappijen beginnen het te merken. Pompstations worden minder bezocht. Mensen nemen wat vaker de fiets, of zetten thuis de verwarming een graadje lager. Verder is er de technologische ontwikkeling. Die zorgt ervoor dat oliemaatschappijen nauwkeuriger de ondergrond in beeld kunnen brengen, zodat kleinere velden beter op te sporen zijn. Tot voor kort onontginbare gebieden, zoals diepzeeën, worden door moderne technieken toch toegankelijk. Het lukt bedrijven ook om verhoudingsgewijs meer olie uit hun velden omhoog te drukken, bijvoorbeeld door het gas CO2 erin te pompen – waarmee meteen het broeikaseffect wordt bestreden. Daarnaast verwachten ze de verwerking van aardolie tot producten als benzine efficiënter te maken, zodat er minder wordt verspild.

Pessimisten zeggen dat de olie in de toekomst vooral uit politiek instabiele landen komt, en dat die landen steeds meer van hun olie voor zichzelf zullen houden om de binnenlandse economische groei (ook in landen als Nigeria en Libië komen meer auto's en trucks) te garanderen. De optimisten weten wel dat de westerse wereld voor zijn olie afhankelijker wordt van politiek instabiele regio's, maar verwachten goede toegang te zullen houden tot de reserves. Optimisten zeggen dat het winnen van olie uit onconventionele bronnen, zoals de teerzanden in Canada, steeds beter gaat. De pessimisten zeggen dat het nooit een grote bijdrage zal leveren aan het opvoeren van de olieproductie.

Waar de oliepiek precies zal liggen, weet niemand. Hoogleraar Bruggink wil er geen uitspraak over doen. Hij zou alleen graag zien dat gevestigde organisaties zoals de US Geological Survey en de IEA zich wat flexibeler zouden opstellen. ,,Ze vertellen ons dat we ons voorlopig geen zorgen hoeven maken. Maar er zijn genoeg argumenten om daaraan te twijfelen'', zegt Bruggink, die tevens verbonden is aan het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten.

Opmerkelijk genoeg zijn alle partijen het over één ding eens. Er zal veel meer geïnvesteerd moeten worden. In de verbetering van de oliewinning bijvoorbeeld. Directeur Claude Mandil van de IEA riep daartoe vorige maand nog op. Blijven die investeringen uit dan zal de oliepiek veel eerder komen. Misschien al over zo'n acht jaar, voorspelt de IEA. Er zijn ook meer investeringen nodig in nieuwe manieren om brandstoffen te besparen – zoals hybride auto's. En in alternatieven zoals diesel uit gas of kolen. Of hernieuwbare brandstoffen uit koolzaadolie en stro. Bruggink vindt dat overheden op dit gebied veel te weinig doen. Dezelfde conclusie trekt consultantbureau Roland Berger in een deze week verschenen rapport (zie kader: `... maar alternatieven zijn er weinig'). Volgens Bruggink is het zaak nu te gaan zoeken naar alternatieven. ,,Want we moeten eerst een leerproces doorlopen dat een jaar of tien tot twintig duurt. Daarna kunnen we de beste keuze maken. Hoe later we beginnen, hoe groter de klap straks is.''