Heimwee naar de gouden standaard

De Duitsers zijn dom en eigenwijs. In geen enkel ander Europees land, schrijft het Duitse weekblad Die Zeit in een speciale geldbijlage, hebben de beleggers in zo groten getale zo eenzijdig ingezet op staatsobligaties. Uitgerekend op het moment dat de rente op het laagste niveau staat sinds meer dan honderd jaar kopen de Duitsers als gekken staatsobligaties, constateert het blad met verbazing. En dat terwijl de aandelenkoersen op dit moment heel reëel zijn gewaardeerd en dus veel aantrekkelijker zouden moeten zijn dan staatsobligaties. De Duitsers hebben niets geleerd, verzucht het blad, want rond 2000 kochten ze binnen twee jaar voor bijna 100 miljard euro aandelen die veel te duur waren en deden de toen hooggewaardeerde staatsobligaties massaal van de hand.

Was het maar zo dat het alleen om een paar gekke speculanten ging. Dat is helaas niet het geval, aldus het blad. Uit statistische gegevens blijkt dat de Duitsers dit jaar een miljard euro hebben onttrokken aan de aandelenfondsen en dat ze voor maar liefst 22 miljard euro staatsobligaties hebben gekocht. Deze verhouding ,,spot met alle inzichten van de financiële theorie''. Een van de oorzaken, meent het blad, is dat de Duitsers elkaar te veel achternalopen. Voor een boek is dat niet erg. Als een miljoen mensen Harry Potter lezen wordt de prijs er niets hoger van. Maar op de beurs gaat de prijs omhoog als er veel vraag is.

Het volgen van de kudde, staat elders in dezelfde geldbijlage, is slechts een van de zeven hoofdzonden voor beleggers. De domste is wel de zonde tegen beursregel nummer één: Koop laag, verkoop hoog. Dat lijkt simpel, maar in werkelijkheid doen particuliere beleggers vaak het omgekeerde. Ook gouden tips kun je beter mijden als de pest. Als iemand echt een gouden tip heeft, houdt hij die wel voor zichzelf. En als hij hem toch vertelt moet je hem vragen waarom hij dat doet, adviseert het blad.

Maar hoe je je geld ook belegt of uitgeeft, het gaat er uiteindelijk om wat je ervoor kunt kopen. En dat is in de Verenigde Staten steeds minder, schrijft het Amerikaanse beursweekblad Barron's in een commentaar van de redactie over de val van de dollar. De waardevermindering van de dollar is volgens de auteur de keerzijde van de permanente inflatie sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog. Het brood dat je in 1950 kon kopen voor een dollarkwartje kost nu 2,50 dollar. De auteur houdt nog net geen pleidooi voor de herinvoering van de gouden standaard, maar het scheelt niet veel. Want het blad staat voor het ideaal van de dollar die ,,zo goed is als goud''. De laatste band tussen dollar en goud werd echter doorgesneden in 1971 en ,,sindsdien is het verlies aan koopkracht versneld. De dollar had in 2004 92 procent van zijn oorspronkelijke koopkracht verloren.''

Het blad beseft wel dat getallen niet alles zeggen. Maar toch, ,,geld is een symbool van de belofte dat de houder er iets van waarde voor kan krijgen''. Het blad meent dat de overheid en de centrale bank die waarde moeten handhaven. ,,We moeten zekerheid eisen voor ons geld.''

Het Britse weekblad The Economist betwijfelt of de Amerikanen die zekerheid wel zullen krijgen van Ben Bernanke, de opvolger van Alan Greenspan als topman van de Federale Reserve, de Amerikaanse centrale bank. Het blad herinnert eraan dat Bernanke in 1999 een artikel publiceerde waarin hij betoogde dat centrale banken zich niet druk hoeven te maken over stijgende aandelenkoersen, tenzij ze de inflatie bevorderen. Op die manier, aldus het blad, ,,leverde hij de intellectuele munitie'' voor het beleid van de Federal Reserve om niets te doen aan de beursluchtbel van de jaren negentig en aan de huidige luchtbel op de huizenmarkt. Maar, vervolgt het blad, ,,samen met de Bank van Engeland, de Europese Centrale Bank en de Reserve Bank van Australië menen wij dat hij ongelijk heeft''.

Het blad vindt het ook geen goed teken dat Bernanke meermalen publiekelijk heeft verklaard dat het grote Amerikaanse tekort op de lopende rekening te wijten is aan mondiale spaardrift en niet aan de eigen Amerikaanse spilzucht. En dat, schrijft het blad, terwijl ,,Greenspan zelf heeft betoogd'' dat de stijgende huizenprijzen en het consumeren van de overwaarde op huizen het tekort op de lopende rekening grotendeels verklaren.

,,Het zou voor de Federal Reserve goed zijn'', zo moppert het blad verder, ,,als die minder zou worden gedomineerd door de topman.'' Immers, zo citeert het blad Mervyn King, de topman van de Bank van Engeland, ,,centrale bankiers moet je niet zien als helden of schurken, maar eenvoudig als kundige scheidsrechters die het spel hun gang laten gaan.''

,,Anders dan Greenspan'', meent het Duitse zakenweekblad Wirtschaftswoche, ,,staat Bernanke bekend als voorvechter van een tevoren bekendgemaakt inflatieniveau.'' Voor de erfenis van Greenspan heeft het blad niet veel goede woorden over. Bernanke zal het nog heel moeilijk krijgen met de luchtbel op de huizenmarkt en het enorme begrotingstekort.