Gillian Carnegie ongewone schilderes

Op 5 december wordt bekend wie de prestigieuze Turner Prize wint. Tot die tijd is het werk van de vier genomineerden alvast te zien in Tate Britain. ,,Ecologisch verantwoord, maar is het kunst?''

Voor het eerst in jaren is er weer een `gewone' schilderes genomineerd voor de Britse Turner Prize. Dat baart opzien, want de prijs leek langzamerhand exclusief voorbehouden aan kunstenaars die werken met attributen als video's, dierlijke uitwerpselen en de meest uiteenlopende kunststoffen.

De nominatie van Gillian Carnegie doorbreekt deze traditie. Op de tentoonstelling, die sinds vorige week loopt in Tate Britain met werken van de vier genomineerden, blijkt echter dat Carnegie's werk bepaald niet alledaags is. Weliswaar is haar thematiek – landschappen, vrouwelijke naakten en stillevens – op het eerste gezicht conventioneel, maar ze weet steeds een intrigerende wending te geven aan haar werk.

Zo hangen er twee schilderijen met een zwart vierkant, een verwijzing naar het beroemde vierkant van Kasimir Malevitsj uit het begin van de vorige eeuw dat het einde van de figuratieve kunst moest inluiden. Bij nadere inspectie blijkt de dikke laag teerachtige zwarte verf geen ode aan Malevitsj, maar schemert er een volkomen figuratief inktzwart bomenlandschap doorheen. Neemt Carnegie daarmee de abstracte kunst op de hak? Of is de boodschap dat beide vormen eigenlijk twee zijden zijn van dezelfde medaille?

Naast een van de vierkanten hangt, in schril contrast, een van haar vrouwelijke naakten. Geen traditioneel naakt, maar een opmerkelijk detail: een achterwerk. Haar eigen achterwerk om precies te zijn, waarvan ze aan de hand van foto's inmiddels een hele serie schilderijen heeft gemaakt. Opnieuw brengt ze de toeschouwer in verwarring. Waarom de achterkant van het vrouwelijke lichaam, hoe welgevormd en erotisch op zichzelf ook? Of is dit een stilleven? We weten het niet. Als enige van de vier genomineerden van dit jaar weigerde Carnegie een mondelinge toelichting op haar werk.

De werken van twee andere gegadigden voor de prijs zijn zonder hun bijbehorende verhaal niet goed te begrijpen. Darren Almond heeft een viertal video's opgesteld in een zaal. In het midden is het gezicht van een oude vrouw te zien. Af en toe glimlacht ze melancholiek. Ze kijkt beurtelings in de richting van andere schermen. Eén met een molen met ronddraaiende wieken vol gekleurde lichtjes, een ander met een sprankelende fontein en een derde met de schuifelende voeten van een dansende man en een vrouw. Dit alles met op de achtergrond enigszins klagelijke pianomuziek.

Pas door de uitleg van Almond krijgt de instellatie If I had you plotseling een ontroerende lading. De vrouw is zijn grootmoeder, die kort daarvoor een lichte beroerte heeft gehad. Haar man is al overleden. Almond nam haar na haar herstel nog één keer mee naar de roemruchte Britse badplaats Blackpool met al zijn kitscherige lichtjes, waar ze indertijd op huwelijksreis was geweest en met haar man had gedanst. ,,Het is het portret van een weduwe'', zegt Almond zelf, een weduwe, die zelf ook bezig is afscheid te nemen van het leven.

Een heel ander verhaal is dat van Simon Starlings Shedboatshed. Hij ontdekte langs de Rijn in Duitsland een schuurtje van verweerde houten planken, dat hij afbrak en deels transformeerde tot een bootje, waarop hij de resterende planken laadde. Daarna peddelde hij de rivier af tot hij de stad Bazel bereikte. Daar brak hij de boot weer af en herbouwde het geheel ten behoeve van een tentoonstelling. Hetzelfde schuurtje is nu in de Tate te zien, zonder dat er nieuwe boottochten aan te pas kwamen.

De kunstenaar wil er naar eigen zeggen mee onderstrepen dat de moderne mens erg afstandelijk staat tegenover de materialen en voorwerpen om hem heen, die veelal door anonieme bedrijven worden gemaakt. Kate Bush van de Barbican Art Galleries, dit jaar jurylid, ziet in Starlings curieuze kringloopexperiment een poëtisch statement met politieke, ecologische en economische elementen. Dat mag zo zijn, maar is het kunst?

De laatste van het viertal is Jim Lambie, die voor het werk The Kinks de vloer heeft bedekt met schots en scheve stukken zwarte, witte en zilverkleurige vinyl-tape. Toch maakt het geheel een harmonische indruk. Op de muur hangen de donkere gedaantes van de popgroep The Kinks. Op de vloer is voorts een drietal meer dan levensgrote kunststoffen vogels opgesteld. Een ervan is geheel zwart en lijkt met de dood te kunnen worden geassocieerd. Uit een ander, die met glinsterende damestassen is uitgerust, vloeit een plas rode verf op de grond, bloed naar het lijkt.

Het geheel heeft daardoor ondanks alle vrolijke kleuren iets onheilspellends. Een specifieke boodschap lijkt het pop-artachtige werk niet te hebben, maar visueel gezien is het zonder meer spectaculair.