`Enquête Kamer bestrijding terreur'

Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali (VVD) pleit voor een parlementaire enquête naar de bestrijding van terrorisme in Nederland. Volgens haar voert de Nederlandse overheid een ad hoc-beleid waarin alle samenhang ontbreekt. ,,Ik wil dat er een bestuurlijke reconstructie wordt gemaakt van elke handeling van de betrokken ministeries, politie, justitie en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst voor en na de moord op Theo van Gogh'', zegt Hirsi Ali.

Het Kamerlid heeft zich het afgelopen jaar geërgerd aan een reeks van ,,onzorgvuldigheden en fouten'', gemaakt door bestuurders en opsporingsautoriteiten. Het feitenrelaas dat de ministers Donner (Justitie, CDA) en Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) na de moord op Van Gogh naar de Tweede Kamer stuurden, gaf volgens haar onvoldoende inzicht in de werkwijze van de autoriteiten. Hirsi Ali stoorde zich aan het gesteggel tussen de gemeente Amsterdam en `Den Haag' over de uitwisseling van AIVD-informatie. De AIVD maakte een taxatiefout over de positie van Mohammed B. in de Hofstadgroep en was niet alert bij de arrestatie van Jason W. en Ismaïl A in het Haagse Laakkwartier. Geluidsbanden van hun gesprekken werden gewist.

De aanstelling van de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) in april 2004 heeft volgens Hirsi Ali geen eind gemaakt aan de ,,bestuurlijke impasse''. Volgens haar wordt vooral opgetreden na incidenten en publicaties. ,,Verdachten worden opgepakt en weer vrijgelaten. Halsoverkop worden er wetten gemaakt om enige greep te krijgen.''