De waterscheiding

Twee landen, één grensstreek. Zijn de Duitse Dollardpolders inwisselbaar voor de Nederlandse of zijn er nog wezenlijke verschillen? Een voetganger in het waddengebied. `Geen dijk, geen land, geen leven.'

Een ophaalbrug voor fietsers en wandelaars verbindt de oevers van de grenssloot. De rietkraag links is Reiderlands, die aan de rechterzijde Rheiderlands. Daartussenin zwemt een statenloze woerd.

,,U ervaart geen grens'', belooft de folder R(h)eiderland, de twee-landenregio aan de Dollard/Dollart. ,,De vroegere scheidslijn is teruggebracht tot een formaliteit. Twee landen, één regio.''

Proef op de som genomen: grensoverschrijdende voetganger staande gehouden en naar zijn pas gevraagd.

,,Ha, ha, die heb ik niet bij me.'' De man loopt op rubberlaarzen en hangt licht voorover in een opbollend jack even uitwaaien onder de windmolens. Hij is een ambtenaar-in-ruste uit Nieuweschans, Enno geheten.

,,Aangenaam.''

Er komt geen hand tevoorschijn, daarvoor is het te koud en het zonlicht te waterig.

,,Dit is Duitsland hè, maar zo voelt het niet.''

Aan beide zijden van de sloot dezelfde klei, dezelfde bulten suikerbieten, dezelfde wintertarwe even hoog opgeschoten ook. Guldens en marken zijn omgesmolten tot euro's, en sinds een jaar of tien is de ophaalbrug als smokkelpaadje in onbruik geraakt. Weg grensromantiek. Op de plaats van de slagboom met ZOLL/DOUANE staat een tweetalig welkomstbord: EUROPEES KUSTPAD E9 - VAN BILBAO TOT GDANSK met daaronder een mislukt rijm: WANDELEN OVERWINT GRENZEN - VERBINDT MENSEN.

Is er hier in de Dollardklei dan helemaal geen grens meer over, of op z'n minst een grensgevoel?

,,Jawel'', zegt de wandelaar. ,,Er loopt hier een taalgrens die steeds dieper wordt. Vroeger kon je overal met Gronings terecht, want dat is praktisch plat-Rheiderlands. Kijk, ik loop op Stiefels. In het Gronings is dat: steefels, maar dat laatste hoor je tegenwoordig nauwelijks nog.''

Hollands Glorie

Al op de grote kaart van Beckering uit 1783 stond hij met vaste hand ingetekend: de liniaalrechte lijn die een taartpunt afsneed van de Dollart, en de rest van dit getijdenlandschap als Dollard, met een d dus, aan Nederland overliet. De staatsgrens liep parallel aan de Westerwoldsche Aa en was (in cartografentaal) `roijende op de kerk van Nesserland' een solide baken aan de overkant van het water, in de huidige haven van Emden. Ook nadat dit godshuis in 1830 met toren en al was neergehaald bleef de imaginaire lijn over het Wad voortbestaan.

Wat mij boeide was dit: kon je de Nederlands-Duitse grens hier zien als de nerf van een en hetzelfde blad? Anders gezegd: vormden Reiderland en Rheiderland twee gespiegelde helften van één cultuurhistorisch gebied?

Jaren geleden had ik al eens een eigen rooilijn uitgezet in de Nederlandse Dollardpolders; minder recht maar even denkbeeldig als de staatsgrens. Met de blik van een nieuwsgierige buitenstaander nam ik een doorsnee uit het platteland van Scheemda tot aan de Waddendijk, deels over oud land, deels over de op de zee herwonnen Dollardbodem. Het leverde een tijdreis op door vijf eeuwen bedijken en bemalen van telkens nieuwe repen zoute kwelder, die een voor een als vruchtbaar akkerland aan de kust waren toegevoegd. Op de kaart heeft elke nieuwe schil z'n eigen jaartal. Zo dateert de Oosterwolderpolder van 1769, de Reiderwolderpolder van 1862 en de Carel-Coenraadpolder van 1924. Het zijn de jaarringen van Noord-Nederland.

Het nemen van zo'n landschapsmonster is een curieuze bezigheid. Onderweg naar de Dollarddijk passeer je om de zoveel kilometer een dijkgat, een nauwe doorgang in de zeewering die bij springtij werd gebarricadeerd. Tegenwoordig zijn het openstaande deuren in het landschap, die je doorgang verlenen van de ene naar de andere landaanwinning. Komende van Scheemda raak je eerst vertrouwd met rommelige boerderijtjes voorzien van voedersilo's en mestbassins, het landschap is kleinschalig. Maar dan, achter het eerste dijkgat, beland je in een ander tijdperk. Je hebt de achttiende eeuw verruild voor de negentiende. De geploegde akkers zijn hier doorsneden met linten van herenboerderijen (de een nog voornamer dan de ander) en her en der wat nederige landarbeidershuisjes.

Op een gemaal lees je in letters van gietijzer: `Verlaging van den waterstand brengt meerder koren in het land.'

Dan doemt de volgende slaperdijk met het volgende dijkgat al weer op, en daarachter is de geometrie van het polderland nog strakker en rechtlijniger: welkom in de twintigste eeuw. Beklim tot slot de zeedijk die in 1991 op `Deltahoogte' is gebracht en er strekt zich een panorama voor je uit van groene slikken, opvliegende ganzen en in de verte tussen de modderplaten een fonkeling van `wadprielen'.

Terwijl ik daar stond, vroeg ik me af: is dit het beeld van het ongerepte verleden (`hoe het was'), of sta ik oog in oog met het landschap van de toekomst? Die vraag is concreter en actueler dan zij lijkt. Want had het aan de boeren gelegen, dan was hier tussen 1970 en 1980 een volgende strook van duizend hectare kweldergrond ingepolderd. Maar voor het eerst sinds mensenheugenis lag het niet aan de boeren, wier macht was gebroken door de biologen en de natuurlobby. En dus was niet alleen de geplande, al ingetekende polder (voorzien van een scheepvaartkanaal langs de dijk) er nooit gekomen, maar waren de al gebouwde sluizen op de Punt van Reide weer als een rotte kies uit het land getrokken.

Daar was het niet bij gebleven. Het tij was gaan keren en sinds de jaren negentig van de vorige eeuw wonnen de biologen terrein op de boeren. Als eerste was de Breebaartpolder, die eerder nog geel zag van het koolzaad, teruggewonnen op de landbouw. De bedding van de afgebroken sluizen is hergraven tot een meanderende wadpriel en bij vloed vult de polder zich weer met het zoute water van de Dollard. Voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis hebben de ingenieurs van Rijkswaterstaat hier moedwillig een dijk doorstoken. In het dijklichaam is een duiker geplaatst die via een vlotter de getijden op een beheerste manier laat terugkeren in het polderland (met een schommeling van maximaal 60 centimeter om de broedvogels niet te verrassen).

Deze `kunstmatige natuur' in de Breebaartpolder is de voorlopige uitkomst van de strijd tussen de boeren (als traditionele landaanwinners) en de biologen (als onderwaterzetters). Het verdere verloop van die strijd zal de contouren van de kaart van Nederland bepalen. Want hoe zullen cartografen de Breebaartpolder voortaan inkleuren? Als land of als zee? Als buiten- of binnendijks gebied?

En wat als straks de volgende dijk wordt doorstoken? Wordt dan niet de langzaam gegroeide kaart van Nederland polder voor polder opgerold? Uitgestrekte wetlands met verspreide restanten van verdronken boerderijen – wordt dat de nieuwe `Hollands Glorie'?

Op de Deltahoge dijk staat een wrokkig monumentje van baksteen, daar neergezet door de in hun voortbestaan bedreigde soort: de boeren. De tekst: GAIN DAIK, GAIN LAAND, GAIN LEEV'N.

Kiekkaste

Als de gelaarsde wandelaar bij Nieuweschans met een `moi' afscheid heeft genomen, en zijn capuchon plat tegen zijn achterhoofd waait, steek ik de ophaalbrug over naar de Charlottenpolder. Een tractor van het merk `New Holland' is aan het ploegen; een vlucht meeuwen duikt neer op de vette kluiten. Ik wil hier in het Rheiderland eenzelfde doorsnede maken als ginds, en heb mijn route uitgepeild van de rand van het plaatsje Bunde op een `Beobachtungskaste' bij de monding van de Westerwoldsche Aa. Die `waarnemingskast' is een vogelkijkhut op de rand van water en land, en staat pal op de staatsgrens.

Nu komt het erop aan: zijn de Duitse Dollardpolders inwisselbaar voor de Nederlandse, of zijn er ook wezenlijke verschillen? Anders gezegd: ben ik in het buitenland?

De inrichting van het landschap biedt in ieder geval het vertrouwde patroon van forse percelen en dijkgaten aan het eind van iedere polder. De bodem is identiek: zware klei op veen landinwaarts, lichtere klei in steeds hoger aangeslibde bedden naarmate je de Dollart nadert.

Misschien aardig om te weten: in de Franse tijd, vanaf 1808, was dit hele gebied tot aan de rivier de Eems kortstondig bij Nederland gevoegd, en van 1811 tot 1814 had er één bestuurlijk `Departement van de Wester-Eems' bestaan dat zowel het Reiderland als het Rheiderland omvatte.

De herenboerderijen in de Landschaftspolder (ingedijkt in 1752) doen in omvang niet onder voor die van pal over de grens. Ik heb gelezen dat de boerenelite aan weerszijden van de Westerwoldsche Aa een hechte gemeenschap vormde. Duitse en Nederlandse herenboeren waren lid van dezelfde, grensoverschrijdende landbouwcoöperaties, en nog tot aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog plachten de jonge boeren en boerinnen uit Beerta op zaterdagavonden te dansen in Bunde in Hotel zur Blinke om precies te zijn.

Eigenlijk alleen wanneer Duitsland in oorlog was en Nederland buiten schot bleef (tijdens de Frans-Pruissische oorlog van 1870-1871 bijvoorbeeld, en later tijdens de Eerste Wereldoorlog) ging de grens dicht en bleek de Westerwoldsche Aa ineens een serieus te nemen barrière.

Ik betreed de Heinitz-polder (1796), waar Derk Roelfs Mansholt, grootvader van de latere eurocommissaris en landbouwhervormer Sicco Mansholt, zijn jeugd heeft gesleten. Als boerenzoon uit Ditzumer Hammrich was hij in 1866, op zijn 24ste, naar Nederland gekomen. In zijn herinneringenboekje `Vor einem halben Jahrhundert' verhaalt hij over het Rheiderlandse polderleven, over de dominee die steevast in het Gronings preekte, over een boer met de bijnaam Baas Knellje die woest de kerk uitliep als er ook maar een woord Duits weerklonk. Maar ook over de gemoedelijkheid tussen knechten en de boeren, die je anders dan in het Reiderland aan dezelfde eettafel kon zien zitten. En dat is een opmerkelijk verschil: de meeste Duitse landarbeiders bleven godvrezend, hoe arm ze ook waren, terwijl veel van hun Nederlandse lotgenoten zich tot het communisme of het anarchisme bekeerden. Juist als ik bedenk dat ook de Reiderlandse boeren in de negentiende eeuw van hun geloof vielen, in tegenstelling tot hun evangelisch gereformeerde collega's in het Rheiderland, word ik met een ploing! van mijn mobiele telefoon in het heden geslingerd. `WELKOM IN DUITSLAND', staat er op de display. Als dat geen grenservaring is: ik lees dat ik mij buiten het bereik van KPN bevind, maar veilig ben opgevangen door het netwerk van O2 DE.

Bij het maken van mijn doorsnede blijf ik de borden `Beobachtungskaste' aanhouden, en tot mijn verbazing merk ik hoe het Rheiderland hier neigt naar het Nederlandse buurgebied: in de Kanalpolder (daterend van 1878) wordt de vogelkijkhut plotseling aangeduid als `Kiekkaste' dat wil zeggen: op z'n Gronings/plat-Rheiderlands.

In het uiterste hoekje Duitsland beklim ik opnieuw de Dollarddijk, die zich hier zes meter boven het maaiveld verheft. Ineens schiet het door me heen dat ik onderweg geen enkele seksboerderij ben tegengekomen, en dat terwijl een gehucht als Nieuw-Beerta vlak over de grens er alleen al drie telt. Ze hebben namen als Huize Rianda (met naakte Griekse beelden in de tuin) of Casa Blanca (met drie rode hartjes op de gevel) en op de opritten staan steevast auto's met Duitse nummerplaten.

Nederlandse bordelen, Duitse klandizie het komt me voor als een veelzeggend verschil.

Natuur versus cultuur

Boven op de dijk bij de sluizen van Nieuwe Statenzijl klapperen de touwen tegen de vlaggenmasten, de wind tovert witte koppen op de Dollard. Het is mijn bedoeling om naar de vogelhut-op-palen te lopen, voor het buitendijkse overzicht, maar dan bedenk ik me. De deur van de controlekamer van de sluizen is los, de sluiswachter wenkt me binnen.

Huib Moret heeft twee paar steefels bij de verwarming staan. Vanachter zijn bedieningspanelen heeft hij een groots uitzicht over zowel de Westerwoldsche Aa, de kransen van polderland aan weerszijden, als over de Dollard zelf. Ik prijs zijn persoonlijke `kiekkaste', die me beter geïsoleerd lijkt dan het houten gevaarte ginds.

De sluiswachter laat een gouden tand blinken en voelt aan de stoppels op zijn kin. Nu al een kwart eeuw staat hij hier uit te kijken over het land en de zee als een gestrande schipper in een muurvaste, in beton verankerde stuurhut. Huib Moret vraagt of ik van de kant van de Kanalpolder kom, om er zonder mijn antwoord af te wachten aan toe te voegen: ,,Vroeger had je er niet zomaar langs gekund. Beneden aan de dijk stonden grenspalen en er was een prikkeldraadversperring.''

Reken maar dat hij 't een ander heeft zien passeren! ,,Soms stopten er in het holst van de nacht auto's met gedoofde lichten. Of je zag schimmen met jutezakken op hun rug.'' Zijn collega-sluiswachter is tegelijk ook beëdigd douanier, en die placht de verdachte bewegingen door te bellen aan de marechaussee. ,,Maar sinds 1991, toen hier de nieuwe sluizen verrezen en de grens openging, is het gedaan met dat stiekeme gedoe. Alhoewel als hier een vrouw met een kinderwagen voorbij komt, vraag ik me af of d'r werkelijk een kleine in ligt.''

De sluiswachter leent me zijn veldkijker en leert me het landschap `lezen'. Was het me opgevallen dat de boerderijen in de Kanalpolder helemaal niet zo groot zijn? ,,Er wonen daar pachters, van wie de meesten er onder Hitler zijn neergezet, halverwege de jaren dertig, compleet met huisraad en tafelzilver. Het verhaal gaat dat de lepels en de vorken toen al van de joden in Leer waren gestolen.''

Als het eb begint te worden en de tijd daar is om te spuien, drukt Huib Moret een paar knoppen in. Het water in de Westerwoldsche Aa begint te kolken en verdwijnt onder ons door naar zee. Vijf miljoen kuub per etmaal dat is wat hij gemiddeld lozen kan. Op die manier ontwatert hij een gebied van honderdduizend hectare, helemaal vanaf Klazienaveen in het zuidoosten van Drenthe tot hier.

,,En de Duitse polders? Hoeveel Duits water komt hier voorbij?''

,,Geen druppel!'' De sluiswachter trekt een bedenkelijke frons. De Westerwoldsche Aa ligt weliswaar pal aan de grens, maar helemaal op Nederlands grondgebied en wordt exclusief gebruikt voor het afvoeren van Nederlands water. In het verleden waren er wel eens onderhandelingen geweest om in droge zomers Duits water uit de Eems naar de Nederlandse polders te sluizen, maar de Duitsers koppelden daaraan de voorwaarde om dan ook in de winter ook hun overtollige water via de Westerwoldsche Aa te mogen lozen. En daar was de deal op stukgelopen.

,,Wat je hier voor je ziet is letterlijk een waterscheiding'', zegt Moret op vaststellende toon.

Hij neemt me mee naar buiten, naar de spuisluis links en de schutsluis voor de scheepvaart rechts. Die laatste ligt er vrijwel werkloos bij sinds de laatste graanhandelaar in Nieuweschans een paar jaar geleden is opgedoekt. Op een enkel plezierbootje na, komt hier geen vaartuig meer voorbij. Er gebeurt hier sowieso niet veel meer, nee. De dijk is op veilige hoogte gebracht, het sluizencomplex is gloednieuw en zal de eerstkomende vijftig jaar niet aan vervanging toe zijn.

Terwijl Huib Moret een demonstratie geeft van het mechaniek, vraag ik hem of de strijd tussen de boeren en de biologen nog voor nodige deining zorgt. En warempel, de vogelaars met hun Kiekkaste in het kwelderriet verderop zijn de enigen die ophef veroorzaken. Met veel fanfare weren ze de landbouw uit het buitendijkse gebied, waar geen boer nog zijn vee mag weiden.

,,Zie je daarginds die tractor?'' In de verte achter de Kiekkaste, op de Duitse Dollart-slikken, beweegt een tractor-op-rupsbanden. ,,Die is aan het greppelen. In de Nederlandse kwelders is dat verboden, maar de Duitse boeren mogen het buitendijkse gebied gewoon gebruiken. Kennelijk kijken ze in Duitsland toch anders tegen natuurontwikkeling aan.''

Dan valt ook de scherpe lijn op die haaks op de dijk door de kwelder loopt: ten westen staat het riet manshoog te wuiven, terwijl aan de oostkant de begroeiing keurig is gemaaid. Nederlands natuurgebied schuurt er aan Duits cultuurland; het blijkt de enige plaats waar de grens zich zichtbaar in het landschap aftekent.

Dit artikel is een bewerkt gedeelte uit het boek `De Wadden, Verhalend Landschap' (door achttien auteurs), dat volgende week tegelijk in het Deens, Duits en Nederlands verschijnt. Prijs: 49,95

Kennelijk kijken ze in Duitsland toch anders tegen natuurontwikkeling aan

Nederlandse bordelen, Duitse klandizie het komt me voor als een veelzeggend verschil