De krant antwoordt

1 Tegen Hans de Geus moet ik een beetje streng zijn. Op basis van uw eisen willen en kunnen wij geen nieuwskrant maken. Althans niet déze krant. In NRC Handelsblad horen ook reportages thuis en functionele portretten van mensen wier ervaringen representatief zijn voor een nieuwsontwikkeling. (De bijlagen vormen een verhaal apart.)

Waar we natuurlijk wel voor moeten waken, is het `opleuken' van nieuwsartikelen met een sfeeralinea, een rake beschrijving van interieur of landschap, dan wel een persoonlijke typering van de hoofdpersonen. Dat leidt af en behaagt alleen de auteur. Strenge eindredacteuren houden daar de hand aan. Niet alleen irriteert het de lezer die haast heeft, het is ook geen goede journalistiek. Ik geef toe dat die neiging soms moeilijk te bedwingen valt, maar kritisch nalezen en een royaal gebruik van de `delete'-toets kan de lezer veel tijd besparen.

In dit geval ging het overigens niet om de `levensverhalen' van drie allochtone hbo-juristen, maar om hun observaties over het verschil tussen academische juristen en hun hbo-collega's. Dat was hier terzake. Daar komt bij dat de krant gebaat is bij toegankelijkheid. Het beschrijven van mensen in hun rol als belanghebbende, ervaringsdeskundige of lijdend voorwerp zorgt daarvoor. Het maakt de onderwerpen tastbaar, bespreekbaar. De lezer kan zich makkelijker met mensen identificeren – de afstand tot het eigenlijke onderwerp wordt er kleiner door. Dat nieuws wil nog wel eens een rapport betreffen, een trend, een onderzoek, een bestuurlijke of politieke controverse. Journalistiek is dan de vraag: wat betekent dit voor de mensen zelf, wie zijn het eigenlijk. Heel veel journalistiek beschrijft dit spanningsveld. En dus treft u regelmatig ook die mensen zelf in de krant aan, letterlijk als de kern van de kwesties.

2 NRC Handelsblad is inderdaad met hart en ziel van de neutrale school. Wij willen niet meedoen aan naming and shaming van veroordeelden of verdachten. Aan `preventie' van criminaliteit doen we door daarover zakelijk te berichten, niet door veroordeelden in de krant aan de schandpaal te nagelen. In het Stijlboek staat dat we van verdachten in beginsel de initialen vermelden. Met naam en toenaam in de krant is een sanctie op zich, die afbreuk doet aan de neutraliteit van de krant ten opzichte van justitie.

In deze krant noemen we namen van verdachten of veroordeelden alleen als het verzwijgen daarvan `absurd' zou zijn, bijvoorbeeld omdat ze algemeen bekend zijn. En natuurlijk als de persoon in kwestie er geen bezwaar tegen heeft. Wanneer dat `absurd' is, is steeds een afweging. Elsevier noemt inderdaad vaker namen, maar zeker niet altijd. Wat de achternaam van Samir A. is zult u ook daar niet lezen. Vrijwel alle verdachten in de Hofstad-kwestie worden ook in Elsevier met initialen en voornamen aangeduid, net als hier. Zo groot is het verschil ook weer niet niet. Maar ik ben wel tevreden dat het verschil nog steeds bestaat.

nieuwe kwesties: lezerschrijft@nrc.nl