Bid je?

De Amsterdamse Najat Rabbae (25), net afgestudeerd psychologe, probeert in te burgeren in Marokko. Haar eerste verslag.

Ben ik een moslim? In Nederland beantwoordde ik deze vraag altijd met nee. In mijn ogen ben ik netzomin moslim als christen, omdat ik niet religieus ben. Nu ik sinds kort in Casablanca woon om mijn vaders taal te leren spreken, blijkt het antwoord toch ingewikkelder. Mijn familie hier gaat er zonder meer vanuit dat ik moslim ben. Het volgt volgens hen uit het feit dat mijn vader moslim is. Om dit te verifiëren, belde ik hem. Hij vertelde me dat moslim zijn vergelijkbaar is met jood zijn. Als kind van een moslimvader ben je moslim, ook al ben je niet gelovig of geboren in een islamitisch land. ,,Bovendien bevat de islam naast de religieuze kant ook de Arabische cultuur en tradities.'' Ben ik dan, geboren en getogen in Nederland uit een Nederlandse moeder en een Marokkaanse vader, een moslim?

Het leidt soms tot gevoelige situaties. ,,Bid je?'', vraagt mijn nicht. Op mijn ontkenning volgt wat verwijtend: ,,Waarom niet? Het is goed om te bidden!'' Een deel van mij wil de discussie aangaan en vragen waarom zij eigenlijk gelooft en bidt. Ik wil echter mijn vader, die me vrijheid van geloof heeft meegegeven, niet in een lastig parket brengen. Zijn familie zal het op z'n minst vreemd vinden dat hij als moslim zijn kinderen niet gelovig heeft opgevoed.

Ik wil me ook niet vervreemden van mijn familie door vraagtekens te zetten bij het geloof, dat hier zozeer verweven is met het dagelijks leven. De Ramadan is een maatschappelijke gebeurtenis waaraan werkelijk iedereen meedoet. Mobieltjes rinkelen met `Allah Akbar'. Ook ik bedien me, gelovig of niet, dagelijks van Zijn naam. In plaats van `eet smakelijk' zeg ik `in naam van Allah' oftewel `Bismillah'. En elke keer dat ik iemand bedank, zeg ik letterlijk: de zegen van Allah voor jou.

Tegenover mijn nicht laat ik dus maar in het midden of ik later wel zal gaan bidden, wanneer zij dat hoopvol vraagt. Toch voel ik me ook opstandig: moet ik me nu gaan schamen voor mijn manier van leven? Als ik respect opbreng voor de islamitische levenswijze door mee te vasten tijdens de Ramadan, mag ik dan niet ook verwachten dat mijn familie met open blik naar mijn levensfilosofie kijkt?

Degene die uitblinkt in haar tolerantie jegens mij is mijn oma, toch de meest traditionele van de familie met haar blauwe tatoeages op de enkels en kin. Zij bezweert me te stoppen met vasten als ik te erge honger krijg, neemt me gerust mee een moskee in zonder dat ik een hoofddoek draag en zegt niets van mijn blote armen als ik eens van de zon wil genieten en mijn blouse met lange mouwen thuis laat. Het geluk van mij, de gast, gaat haar voor alles. Het oordelen laat zij aan iemand anders over.

Aan Allah waarschijnlijk.