Artsen bij griep voor dilemma

Nederland heeft 1.700 intensive-carebedden. Als een grieppandemie veel slachtoffers eist, willen artsen niet zelf beslissen wie voorrang krijgt.

De voorbereiding op een mogelijk grieppandemie is in Nederland in volle gang. Veel hulpverleners weten al goed wat ze moeten doen als hier een vogelgriepcrisis uitbreekt, maar er wacht nog heel wat werk.

Inspecteurs gingen langs de 24 regio's van de Geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen (GHOR), die samen met de GGD`s en ziekenhuizen een sleutelrol vervullen bij een pandemie. De inspecteurs constateerden dat een van de moeilijkste problemen de toewijzing van ziekenhuisbedden is. Artsen willen landelijke criteria om te kunnen beslissen wie voorrang krijgt, zodat zij geen persoonlijke of willekeurige keuzes hoeven maken.

Volgens H. Fortuin, hoofd van de GHOR Flevoland, heeft zijn regio de Inspectie gemeld dat het maken van keuzes bij beperkte ziekenhuiscapaciteit artsen voor dilemma's stelt. ,,Wat moeten ziekenhuizen doen als er hordes mensen aan de deur staan?'' Het grootste knelpunt is de beademingscapaciteit: er zijn in Nederland slechts 1.700 intensive-carebedden. Fortuin: ,,Wij hebben de Inspectie gezegd dat je in het worst case scenario een selectie van mensen moet maken die voor bepaalde zorg in aanmerking komen. Ziekenhuizen willen dat Den Haag aangeeft wie voorrang krijgt. Die richtlijnen zijn er nu niet.''

Bij de cafébrand in Volendam in 2001, waarbij veertien kinderen stierven, bleek al dat Nederland over weinig ic-bedden beschikt. Tot in België en Duitsland zochten hulpverleners geschikte plekken.

Regionaal geneeskundig functionaris J. Christiaanse van de GHOR Rotterdam-Rijnmond kent het ethische probleem van artsen en hun roep om landelijke criteria. In noodsituaties moeten er prioriteiten worden gesteld. ,,Dan dringt de vraag zich op welke patiënt het meest baat heeft bij een behandeling. Als je een patiënt hebt die het niet meer gaat redden, moet je dan niet iemand anders opnemen? Landelijke criteria daarvoor zouden van het ministerie van Volksgezondheid moeten komen'', zegt Christiaanse.

Het ministerie benadrukt dat er geen reden is voor paniek. Bij een pandemie is de beschikbaarheid van een vaccin het belangrijkst, maar dat kan pas worden gemaakt als duidelijk is om welk virus het gaat. Om een vaccin te maken is ten minste een half jaar nodig. Zolang er nog geen vaccin is, kunnen zorgverleners mensen alleen maar antivirale middelen geven. Die kunnen de ziekteduur met een à twee dagen verkorten en beperken de kans op longontsteking. Belangrijker is dat zij de besmettelijkheid van zieken ook verminderen, waardoor het vogelgriepvirus zich langzamer verspreidt.

Voor de verstrekking van schaarse antivirale middelen bestaan wel landelijke richtlijnen. Afgesproken is dat alleen zorgverleners, 65-plussers, diabeten en hartpatiënten er in geval van schaarste een beroep op kunnen doen.

Minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) liet weten dat de distributie van antivirale middelen nog onvoldoende is uitgewerkt. Ook moet er nog worden gewerkt aan mogelijkheden om bij veel mensen tegelijk snel vast te stellen of zij al dan niet besmet zijn met het dodelijke virus. Verder is de medewerking met de huisartsen nog niet duidelijk verankerd. ,,Ik weet niet of huisartsen goed zijn voorbereid op een pandemie'', zegt een voormalig inspecteur. ,,De overheid kan huisartsen tot niets verplichten.''

De Nederlandse vereniging voor intensive care (NVIC) voorziet ook problemen. ,,Elk ziekenhuis kan een paar patiënten isoleren om besmetting te voorkomen, van de andere patiënten en ook van het personeel. Maar de vraag is wat je moet doen als er honderden, laat staan duizenden slachtoffers zijn'', zegt intensive care arts A. van Zanten van de NVIC. Moeten besmettelijke patiënten überhaupt wel worden opgenomen in een ziekenhuis in de buurt van andere zeer kwetsbare patiënten, vragen de academische ziekenhuizen, verenigd in de NFU zich af.

Volgens intensive care-specialist Van Zanten zijn er twee systemen van de zogeheten triage (schifting van patiënten, red.). ,,Over het algemeen heeft de meest zieke patiënt recht op een bed. Maar bij rampen wordt dat wel omgedraaid, dan krijg je de zogeheten oorlogstriage: degenen die het meeste kans hebben op overleven, worden opgenomen. De rest laat je op het slagveld liggen.'' Daar hebben artsen grote moeite mee. Zij zijn er immers voor opgeleid om iedereen te helpen.