Ze houden van hard

Iedere stad wil een eigen poppaleis. Prestigieuze architectenbureaus bouwen volop nieuwe zalen. Oude zalen worden verbouwd. Het geld is er (meestal). Het publiek ook.

Op de vloer van het nieuwe Patronaat ligt zwart rubber. Rubber? En dat terwijl iedere schoenmaker je kan vertellen dat rubber stroef is. Daar valt niet op te dansen. Patronaat-directeur Antoinette van Zalinge heeft er nog geen commentaar op gekregen. Integendeel, in de twee zalen van het Patronaat wordt in het weekend de hele nacht gedanst. In ieder van de twee ruimtes kan op 100 decibel muziek worden gedraaid, zonder dat ze last van elkaar hebben. Zo maakt het ophangsysteem waardoor de zalen los van de gebouwsconstructie blijven zich nuttig.

Popzaal Het Patronaat in Haarlem ging in september open. De drie jaar ervoor was de zaal ondergebracht in een oude fietsfabriek. Het nieuwe gebouw staat op dezelfde plek waar ooit het oude Patronaat stond, aan de Zijlsingel, vlakbij het station. Het gebouw ging van één zaal naar twee, en de capaciteit werd verdubbeld: 1.100 in plaats van 550 bezoekers. Direct na de opening trok de glazen doos met zijn rubberen vloeren veel mensen. ,,Iedereen is blij dat in het nieuwe gebouw toch nog de `oude' sfeer hangt'', zegt Van Zalinge.

In Eindhoven werd een maand geleden de nieuwe Effenaar geopend. De oude Effenaar was een voormalige linnenfabriek, de nieuwe Effenaar is een kleikleurig fort van architectenbureau MVRDV. Directeur Marijke Appelboom is er gelukkig mee. Net als Van Zalinge van het Patronaat roemt ze de ruimte om de goede zichtlijnen, de fantastische akoestiek en intieme sfeer. De Effenaar kreeg met de verbouwing twee zalen, en ging in totale capaciteit van 650 naar 1.600 mensen.

Hier blijft het niet bij. Behalve de popzalen in Haarlem en Eindhoven, heeft Breda sinds kort een koperen pinda (Mezz) en kreeg Almere een zinken olifant (Het Popmuziekgebouw). Binnenkort verschijnen er ook nieuwe zalen in onder meer Purmerend, Almelo, Alkmaar, Utrecht, Enschede, Hengelo, Helmond, Drachten, Dordrecht, Arnhem, Nijmegen en Hilversum.

En het zijn geen popzalen, het zijn poppaleizen. Zoals negentiende-eeuwse steden tegen elkaar opboden met hun operagebouwen, zo wil de stad van nu pronken met zijn onderkomen voor popmuziek. Er wordt niet op een euro gekeken. De gebouwen krijgen prominente locaties en prestigieuze architectenbureaus. De Effenaar kostte 14 miljoen euro, het Patronaat was 10 miljoen. Sommige steden hadden al een geschiedenis als popstad (Eindhoven, Haarlem, Nijmegen), maar voor veel andere is het een onbekende onderneming. Het nieuwe elan is verrassend. Je zou bijna denken dat de gemeenten hopen op economische baten van al die etende, drinkende, dansende en misschien wel overnachtende jongeren die op zo'n popzaal afkomen.

Volgens Antoinette van Zalinge, van het Patronaat, is het niet economie maar evolutie waar het om gaat. ,,De popmuziek is volwassen geworden. Die hoort niet meer thuis in rokerige holen'', zegt Van Zalinge. ,,En het publiek dat erop afkomt, wordt steeds jonger én ouder. Vroeger was popmuziek voor mensen van 16 tot 36. Nu loopt het door tot 66. De tijd dat je een popzaal kon exploiteren in een buurthuis of een oude kerk is voorbij. Popmuziek is professioneel geworden. Dus hebben we behoefte aan nieuwe zalen, met speciale, op pop toegesneden techniek en inrichting.''

Programmeurs

Het is wel de vraag wie er in al die nieuwe zalen gaat optreden. Zullen alleen al in het oosten van het land de programmeurs van Eindhoven, Nijmegen, Almelo en Hengelo moeten vechten om dat ene concert dat The Strokes of Motorpsycho nog buiten de Randstad willen geven? Of is de koek groot genoeg om al die nieuwe zalen van een programma te voorzien?

De gemeenten kregen in dit opzicht steun uit onverwachte hoek. Van internet. Want door internet en het uitwisselen van muziekbestanden, hebben popmuzikanten lagere opbrengsten uit cd-verkoop. Dat kunnen ze goedmaken met veel optreden. De frequentie waarmee bands tegenwoordig langskomen is veel hoger. Paradiso in Amsterdam heeft zo'n druk programma dat er soms vier shifts per avond zijn.

Jeroen Blijleve, programmeur van het Patronaat, ondervindt de nieuwe gretigheid `aan den lijve'. ,,We kunnen veel meer doen dan ik verwacht had. Ik heb hier zeventig bands in een maand staan. Dat is vijftig procent meer dan voorspeld. Vaak willen groepen de eerste keer dat ze komen in Amsterdam staan, voor de publiciteit. Maar dan maken ze later nog een rondje en komen ze bij ons. Dat vind ik prima. Wij hoeven niet de hipste en de vernieuwendste te zijn.'' De terugval in cd-verkoop heeft ook een ander effect, zegt Blijleve. ,,De bands willen meer geld per optreden. Anders komen ze niet.''

In de Effenaar gaat om drie uur 's middags een snerpend alarm af. Een stem uit de muur sommeert de aanwezigen het gebouw te verlaten. ,,Een kinderziekte, het brandalarm is overgevoelig'', zegt directeur Marijke Appelboom. ,,We zijn ermee bezig.'' Appelboom zit in haar kantoor op de vijfde etage, met een weids uitzicht over het centrum van de stad. Drie jaar bivakkeerden ze hier beneden in portacabins. Nu zit ze in een prachtige, lichtblauw geverfde ruimte. ,,Van de hel naar de hemel'', zegt ze.

Volgens Appelboom heeft de Effenaar een bepaalde reputatie onder popliefhebbers. ,,We bestaan al sinds begin jaren zeventig, de Sex Pistols hebben hier nog opgetreden. Eindhoven is een industriële stad. Dat merk je ook aan de smaak van de mensen. Ze houden van hard. Mooie popbandjes doen het doorgaans beter in Amsterdam.

,,Wij moeten nu twee keer zoveel bezoekers trekken. Dat betekent dat ons aanbod breder wordt. Zo hadden we hier onlangs Di-Rect, populair bij jonge meisjes. Dat hadden we vroeger niet zo snel gedaan. Maar nu weet je dat er veel mensen op af komen, die dan een volgende keer misschien makkelijker de Effenaar weten te vinden.''

Zinken bult

Boven in het riante gemeentehuis van groeikern Almere zitten wethouder Vincent van der Velde, van Leefbaar Almere, en zijn woordvoerder Jan Schenkman. Vanuit hun raam kun je net de flank zien van de zinken bult op het strand. `Muzinq' noemde de voormalige exploitanten hem. `Muzonk', zegt woordvoerder Schenkman sinds het faillissement dat de zaal-exploitanten al na drie maanden moesten aanvragen.

Het was de bedoeling de jeugd wat vertier te geven. Almere had inmiddels wel 177.000 inwoners, maar geen popzaal. Die nieuwe zaal zou een plaats krijgen in het nieuw te bouwen stadshart. Het gebouw werd ontworpen door architect William Alsop en het kreeg twee zalen, met een totale capaciteit van 1.250 bezoekers. Het kostte 12 miljoen euro. Bouw en ontwikkelingskosten werden door de gemeente betaald. Vervolgens werd er een particuliere ondernemer gezocht om het gebouw uit te baten: zowel cultureel (popconcerten) als commercieel (disco).

Anders dan bijvoorbeeld in Eindhoven of Haarlem, gaf de gemeente in Almere geen exploitatiesubsidie. De gemeente droeg één ton subsidie bij voor de programmering, verder moest de zaal zichzelf bedruipen door de winst van de disco te investeren in andere programma's. Muzinq ging open in januari 2005. De exploitanten, twee ondernemers uit de Almeerse horeca, streefden naar een status als bijvoorbeeld popzaal Nighttown (Rotterdam). Maar na een paar maanden bleek dat de verbouwing drie ton te duur was uitgevallen en dat daardoor geen geld over was voor concerten. ,,En de discotheek leverde minder op dan verwacht'', zegt Van der Velde. ,,Ook al omdat het gebied rond de zaal nog één grote zandvlakte was. Daar wilden de bezoekers niet doorheen.''

Toen de schuld in mei was opgelopen tot een miljoen euro, werd er faillissement aangevraagd. Het onderzoek naar de toedracht loopt nog. Ondertussen staat het gebouw leeg, en wordt er gezocht naar een nieuwe uitbater. De gemeente heeft de `culturele' eis van popconcerten laten vallen. Het gaat er nu in de eerste plaats om dat het gebouw gaat bruisen, zegt Van der Velde.

Wethouder Vincent van der Velde heeft sinds twee jaar financiën, recreatie, sport en welzijn in zijn portefeuille. Wat vindt hij van het verwijt dat de gemeente wel graag een mooi gebouw neerzet, maar vervolgens niet voldoende geld overheeft voor het gebruik? ,,Dat is niet geheel onterecht'', zegt Van der Velde. ,,Als gemeente wil je je misschien te graag bezighouden met het realiseren van culturele ambities. Maar je moet rekening durven houden met het `worst case scenario'. Dat er maar honderd bezoekers op zaterdagavond in je disco staan, bijvoorbeeld. Veel mensen blijven hangen in de roes van het mooie, ambitieuze en succesvolle. Dat is niet realistisch.''

Grillige markt

Het enthousiasme waarmee nieuwe popzalen worden gebouwd heeft in meer steden voor problemen gezorgd. 013, het multifunctionele popgebouw (met zalen en oefenruimtes) dat in 1998 midden in het centrum van Tilburg was neergezet, moest vorig jaar een grote reorganisatie en verbouwing uitvoeren. De zaal schreef haar problemen toe aan de `grillige markt'. Eind jaren negentig zorgden dance-avonden voor extra inkomsten, die gebruikt konden worden voor soms verliesgevende concerten. Maar dance werd minder populair en de inkomsten liepen terug. Afgelopen mei heeft de gemeente hulp toegezegd in de vorm van twee ton extra op de jaarlijkse subsidie, en 1,5 miljoen euro voor het bouwen van een foyer en een publieksvriendelijker entree.

In de grote zaal van Mezz, de koperen pinda in Breda die in 2002 werd geopend, liep vorige zomer de temperatuur soms op tot 50 graden. Tom Barman van de Belgische groep dEUS, die er een keer optrad, moest zijn concert stilleggen om even bij te komen. In het gebouw is namelijk geen airconditioning. Daarvoor is geen geld. Directeur Frank Zijlmans vertelt dat Mezz een begrotingstekort heeft van 100.000 euro, hoewel de bezoekersaantallen voldoende zijn. ,,We willen graag een deugdelijke airconditioning, en we willen een nachtvergunning'', zegt Zijlmans. ,,Er zal een structurele oplossing moeten komen, in de vorm van meer subsidie. We hebben een mooie zaal gekregen, maar niet genoeg geld om hem te exploiteren.''

De Haagse popzaal Paard van Troje bestaat sinds 1972. Het gebouw aan de Prinsessegracht ging in 2004 weer open na een ingrijpende inwendige verbouwing door Rem Koolhaas. Vroeger pasten in het totale gebouw 800 mensen, nu het dubbele. Hoewel het Paard als muziekzaal een lange traditie heeft, was de aanloop na de verbouwing moeilijk, zegt directeur Jeroen van de Wiel. ,,We waren vier jaar dicht geweest. We moesten hard werken om onze plek terug te krijgen. Om het contact met boekers en bands te herstellen, bijvoorbeeld. Ook de verwachtingen moesten worden bijgesteld. Want je capaciteit verdubbelt, maar de winst niet. Niet meteen, althans. Het is een groot duur gebouw, met hogere beheerskosten, veiligheidskosten, arbo-kosten. Dat zijn allemaal gevolgen van de professionalisering van de popmuzieksector: je moet je nu aan de regels houden. En dat kost geld.

,,Gemeenten moeten beseffen dat het niet blijft bij een mooi gebouw alleen. Een popzaal is een culturele instelling, en dat kost subsidie. Niet zoveel als allerlei andere kunstvormen, maar toch. Wij hebben nu van de gemeente tussen de twee en drie ton extra subsidie gekregen. We vonden een welwillend oor voor onze aanloopproblemen. Dus ik zie de toekomst met vertrouwen tegemoet.''

Ook Marijke Appelboom heeft vertrouwen in de Effenaar. Ze maakt zich voor zichzelf geen zorgen om de concurrentie van al die nieuw te bouwen zalen in de omgeving. Ze vraagt zich wel af hoe die nieuwe zalen het zullen redden. ,,Almelo, Hengelo, Arnhem, Nijmegen, Helmond. Ik zou het een paar jaar geleden niet gezegd hebben, maar als ik nu zie hoeveel gemeenten een popzaal uit de grond stampen, denk ik wel eens: waar beginnen jullie aan?''

`Popmuziek hoort niet meer thuis in rokerige holen'

`Mooie popbandjes doen het beter in Amsterdam'