Westen dreigt Malawi met straf

Westerse landen die het Afrikaanse Malawi financieel steunen, hebben gisteren gedreigd hun hulp in te trekken als president Bingu wa Mutharika wordt afgezet. Ze nemen daarmee stelling in de machtsstrijd die het land al bijna een jaar lang verlamt. Dat is een ongebruikelijke inmenging in de interne aangelegenheden van een onafhankelijke staat.

In een verklaring zeggen de Westerse geldgevers dat een nieuwe regering weinig kans maakt op steun van de internationale gemeenschap. Ze zeggen dat de afzettingsprocedure die het parlement voorbereidt tegen de president niet ,,transparant en grondwettelijk genoeg is'' en het beeld van Malawi in het buitenland zou ,,bevlekken''. De verklaring is ondertekend door Groot-Brittannië, de Europese Unie, de Verenigde Staten, Noorwegen en Duitsland. Ze wordt gesteund door Zuid-Afrika dat zich in het verleden nooit heeft willen uitspreken over politieke crises in andere naburige landen zoals Zimbabwe.

Malawi zou in elkaar storten zonder buitenlandse hulp. De regering is voor bijna de helft van haar begroting afhankelijk van Westers geld. Ook het leeuwendeel van de voedselhulp die het land voor de zoveelste voedselcrisis moet behoeden, wordt door het buitenland betaald.

De vorig jaar gekozen president Bingu wa Mutharika is in een machtsstrijd verwikkeld met zijn voorganger Bakili Muluzi, de voorzitter van het UDF. Muluzi heeft Mutharika zelf als zijn opvolger naar voren geschoven als kandidaat van het UDF. Maar de relaties tussen de twee bekoelden toen Mutharika een grootscheepse campagne tegen corruptie begon. Die campagne trof vooral kopstukken van het UDF.

In februari van dit jaar was de kloof tussen Mutharika en UDF zo groot geworden, dat de president zich gedwongen zag zijn partij te verlaten. Daarmee raakte hij zijn machtsbasis kwijt. Sindsdien probeert de UDF met steun van andere partijen in het parlement om de regering het werken onmogelijk te maken. De president wordt met een afzettingsprocedure bedreigd.

Leden van het Anti-Corruptie Bureau vielen gisteren het huis van oud-president Muluzi in Blantyre binnen. Ook in zijn huis in Kapoloma en in het huis van zijn zoon in Lilongwe hebben ze belastend materiaal vergaard. Muluzi wordt verdacht van het achterover drukken van zeker 10 miljoen euro aan buitenlandse hulp.