Volkskunde

Cor van der Heijden bespreekt (in Boeken 21.10.05) het boek van Barbara Henkes over een viertal Nederlandse volkskundigen in het interbellum en de bezettingstijd, onder wie ook P.J. Meertens. Als zij door Van der Heijden worden getypeerd als deelnemers aan een `met verve gevoerd debat, waarbij volk, stam, ras, etniciteit en religie sleutelbegrippen waren', een debat dat echter volgens hem niet `op een finalistische wijze [...] moest resulteren in de Blut und Boden-theorie', rijst de vraag of wij hetzelfde boek hebben gelezen. Als uitsmijter wordt geponeerd dat hiermee de discussie over de `besmette volkskunde' gesloten kan worden verklaard, zodat een nieuwe generatie volkskundigen op basis van dezelfde sleutelbegrippen als `volk, ras, etniciteit en religie' onderzoek kan gaan doen.

Gelukkig weet ik dat de moderne volkskunde al sinds jaar en dag afstand heeft genomen van het etnische fundament (lees: onze `Germaanse' wortels). Het `volk' was in de volkskunde steeds `stamverwant' volk en had dus een etnisch-exclusief karakter. De `liefde voor het volk' in Henkes' titel kan ik dan ook niet anders dan bitter-ironisch lezen. Haar boek maakt nu juist duidelijk dat de wetenschappelijke inhoud van de volkskunde heel gemakkelijk en heel logisch leidde tot een uit wetenschappelijke overtuiging gemaakte keuze voor het nationaal-socialisme, of in het geval van Meertens leidde tot een hulpeloze en soms regelrecht opportunistische houding. Zijn antifascisme was zonder twijfel oprecht, maar uitsluitend moreel van aard; wetenschappelijk was hij volkomen weerloos. Daarover na te blijven denken en te discussiëren lijkt mij een morele en wetenschappelijke plicht, ook van een nieuwe generatie volkskundigen.