Virtuele politiek

Is Rusland inmiddels een `normale' halfontwikkelde democratie geworden, of is het een uniek laboratorium voor virtuele politiek? Westerse deskundigen vliegen elkaar in de haren.

Vladimir Vladimirovitsj Poetin komt volgende week op staatsbezoek in Nederland. Dat roept de nodige vragen op. Is Poetin een bevriend staatshoofd, de redder van Rusland? Of een dictator, de man die de Russische democratie in hoog tempo afbreekt, de slachter van het Tsjetsjeense volk?

En wat is Rusland? Een dictatuur, een democratie; een bondgenoot, een tegenstander? Waarom laat het land zich zo lastig onderbrengen in overzichtelijke politieke categorieën? Het gaat misschien wat ver om Churchills bekende aforisme over de Sovjet-Unie, een `riddle wrapped in a mystery inside an enigma', weer van stal te halen, maar het is opmerkelijk hoe diep de onzekerheid en verdeeldheid over Rusland nog steeds zijn. Rusland is een `normaal' land, schrijft de econoom Andrei Shleifer (Harvard), een land met een redelijke democratie en een dynamische economie. Onzin, stelt de Britse politicoloog Andrew Wilson, Rusland is juist een heel bijzonder land. Het is een nieuwe, vreemde, virtuele politieke wereld, een nepdemocratie van `klonen' en `dubbelgangers', van duistere `manipulatie' en `kompromat'. Twee benaderingen die haaks op elkaar staan, maar die uiteindelijk toch een redelijk idee geven van Ruslands paradoxale politieke werkelijkheid.

Ruim tien jaar na de ondergang van de Sovjet-Unie is Rusland inderdaad een normaal land geworden, meent Shleifer. Zou het land niet van uitzonderlijke geopolitieke betekenis zijn en beschikte het niet over een groot arsenaal aan massavernietigingswapens, dan was het net als Mexico, Brazilië, Kroatië of Maleisië, een typisch `middeninkomen' land, met een onvoltooide democratie en een gebrekkige markteconomie. De crisis in Rusland is altijd sterk overdreven geweest, meent hij. De statistieken gaven een vertekend beeld van de werkelijkheid. De economische situatie was aanzienlijk minder dramatisch, het afgelopen decennium, dan altijd is voorgesteld. Voor zover er al sprake was van een industriële depressie in Rusland, concludeert Shleifer, dan was die niet het gevolg van een misplaatst hervormingsbeleid, maar van de onvermijdelijke ineenstorting van het militair-industriële complex en van overige obsolete onderdelen van de staatseconomie. De big business wordt inderdaad gedomineerd door een klein aantal oligarchen, maar dat is in meer landen op een vergelijkbaar niveau van ontwikkeling het geval. De Russische politiek is niet uitzonderlijk corrupt of repressief en wijkt niet wezenlijk af van de presidentiële democratieën in Brazilië of Argentinië.

A normal country is een overtuigde apologie van de hervormingen die in het eerste decennium na de val van het communisme in Rusland zijn doorgevoerd. In Rusland en zeker daarbuiten wordt de periode Jeltsin vrij algemeen geassocieerd met diepe sociale ellende, ongebreidelde corruptie, zelfverrijking en publieke dronkenschap. Ten onrechte, meent Shleifer, destijds één van de adviseurs van de Russische regering. Jeltsin had geen andere keus dan radicale, ingrijpende veranderingen. De depolitisering van de Russische economie en de ontmanteling van de communistische superstaat, hadden absolute prioriteit, stelt Shleifer. De prijs die Rusland betaalde voor de economische schoktherapie van de jaren negentig was hoog, geeft hij toe, maar de rekening van geleidelijke, van staatswege gecontroleerde hervormingen zou vele malen hoger zijn geweest.

Communistische wraak

Shleifer heeft een strategisch en een ideologisch motief voor zijn enthousiaste steunverklaring aan het radicale hervormingsbeleid van Jeltsin. Met Ruslands eerste generatie postcommunistische leiders deelt hij de angst voor de wraak van het communistische apparaat. Alleen de volledige afbraak van de partijstaat sloot de mogelijkheid van een terugkeer van het ancien régime uit. Hoe groot was de kans op een rode, of nog gevaarlijker, een roodbruine reactie? Dat viel wel mee. De Sovjet-Unie werd verraden door haar eigen klerken. Niemand bleek uiteindelijk bereid in het krijt te treden voor de overleving of wederopstanding van de communistische orde.

Voor Shleifer doet dat er eigenlijk niet zo veel toe. Hij lijkt genoeg te hebben aan zijn ideologische overtuigingen. Shleifer blijkt sowieso tegen iedere vorm van staatsbemoeienis met de economie – van de communistische commando-economie tot en met de West-Europese welvaartsstaat. Liever geen staat dan de partijstaat, concludeert Shleifer. Liever ongebreidelde privatisering dan voortgaande overheidsbemoeienis. Ons Ruslandbeeld is de spiegel waarin we naar onszelf kijken, schreef de Amerikaanse historicus Martin Malia in Russia through Western eyes. Het zegt vaak meer over de kijk op onze eigen samenleving dan over de werkelijkheid in Rusland. Shleifer is het sprekende bewijs van deze stelling.

Malia's metafoor van de spiegel geeft het antwoord op de belangrijkste politieke vraag in Shleifers boek: waarom beweegt ons denken over Rusland zich voortdurend tussen uitersten, van grote bewondering tot diepe afkeer, van existentiële vrees tot bijna onverantwoorde onverschilligheid? Waarom accepteren we Rusland niet zoals het is: een gewoon land? Volgens Shleifer is onze visie op postcommunistisch Rusland van het begin af aan onjuist geweest. We beschouwden de Sovjet-Unie, met haar intercontinentale raketten, haar prima ballerina's en schaakkampioenen, als een hoogontwikkeld, zelfs als een rijk land. Ten onrechte. Rusland was een gemankeerd ontwikkelingsland. `Een Opper-Volta met kruisraketten', zoals de Duitse bondskanselier Helmut Schmidt het ooit uitdrukte. Jeltsin heeft het land `genormaliseerd', concludeert Shleifer.

Het uitgangspunt van Andrew Wilsons Virtual Politics staat haaks op Shleifers analyse: Rusland is geen `normaal', maar juist een land met een unieke, `virtuele' politieke orde, een typisch product van het postcommunisme. Virtuele politiek is de manier waarop de elite in Rusland probeert de democratie te sturen en in het gareel te houden. Niets is daarom wat het lijkt in Rusland. Informatie wordt gecontroleerd en gemanipuleerd. Verkiezingen worden georkestreerd. Vermeende politieke tegenstanders worden gekoesterd; werkelijke opponenten worden tegengewerkt. Politieke partijen worden door de machthebbers naar believen opgericht, opgekocht, gefrustreerd of onderdrukt. Virtual politics is een fraaie analyse van de zwarte kunst van de politieke manipulatie in Rusland.

De opvattingen van Shleifer en Wilson sluiten elkaar niet uit. Dat lijkt merkwaardig, maar het is misschien juist wel typerend voor het paradoxale karakter van de politieke orde in Rusland. Shleifer bekritiseert terecht de dikwijls overspannen en vooringenomen manier waarop we naar Rusland kijken. Wordt het land geen modeldemocratie, dan is het al gauw een autoritaire kleptocratie. Zijn de Russen niet voor ons, dan zullen ze wel tegen ons zijn. Toch is Rusland geen `normaal' land – geen Kroatië of Argentinië. Shleifers ziet het land door een economische bril en dat vertekent zijn blik op de politieke werkelijkheid. Wilsons analyse van Ruslands `gestuurde democratie' is herkenbaar. `Politieke technologie' is tot een hogere vorm van kunst verheven in Rusland; daarbij vergeleken zijn onze spindoctors kleine jongens. Virtual politics is één van de beste analyses van het politieke bedrijf in Rusland maar is, net als Shleifers A normal country, nogal eenzijdig. Het boek roept veel vragen op. Waar houdt `virtuele' politiek op en begint `echte' politiek?

Schijnvertoning

Wilson wekt de indruk dat het politieke spel in Rusland (en in een aantal andere voormalige sovjetstaten) een complete schijnvertoning is, geheel kunstmatig en gemanipuleerd. Poetin is zelf een product van de virtuele politiek in Rusland, meent Wilson niet zonder reden, een konijn uit de hoge hoed van de Jeltsin-`familie'. Maar ergens, op enig moment, moet de virtuele politicus Poetin toch een `echte' politicus zijn geworden. Waar, wanneer en hoe? En waarom gaat het soms zo dramatisch verkeerd in de postcommunistische schijnwereld? De Oranje revolutie in Oekraïne, de Rozenrevolutie in Georgië – bij beide trok het autoritaire regime aan het kortste eind. Wilsons verklaring van politieke veranderingen in de postcommunistische wereld is tautologisch: virtuele politiek werkt, totdat ze faalt. De machthebbers blijven overeind, totdat ze vallen.

De essentie van Ruslands politieke orde is het ongemakkelijke evenwicht tussen een goeddeels vrije samenleving (en economie) en een autoritaire staat. Rusland heeft een hybride politieke orde. Het combineert democratie en dictatuur. Rusland is `normaal', in de zin van Shleifer en `virtueel' zoals begrepen door Wilson. Rusland is wel vrij, maar het is niet democratisch. Er zijn tientallen politiek partijen, maar echte politiek is voorbehouden aan de machthebbers. Verkiezingen zijn goeddeels vrij, maar ze doen er niet zoveel toe. Er zijn kritische kranten, maar iedereen zit voor de staatstelevisie.

De lakmoesproef volgt in 2008. In dat jaar zijn er presidentsverkiezingen. Poetin mag niet meedoen. Zijn twee termijnen zitten er dan op. Wat te doen? Het Kremlin en de presidentsgezinde pers breekt zich al maandenlang het hoofd hoe deze constitutionele val te ontlopen. Schuift Poetin de democratische façade aan de kant en gaat hij op voor een derde termijn? Het zou me niet verbazen als hij met een forse meerderheid van stemmen wordt herkozen.

Andrei Shleifer: A normal country. Russia after communism. Harvard University Press, 208 blz. €40,49

Andrew Wilson: Virtual politics. Faking democracy in the post-Soviet world. Yale University Press, 332 blz. €33,49