Vandaag even geen cricket

Wanneer Engeland zich als `een onuitroeibaar virus' in zijn hart `had genesteld', kon C. Buddingh' (1918-1985) later niet meer met zekerheid vaststellen. Wél herinnerde hij zich dat hij vanaf zijn `allerjongste jaren een hoogst curieus zwak (heeft) gehad voor alles wat met Engeland had te maken'. De Dordtse schrijver, dichter, vertaler en criticus die vooral bekend werd met zijn Gorgelrijmen, bezocht het land van zijn jongensdromen tussen 1965 en zijn dood in 1985 vrijwel jaarlijks met zijn gezin. Hij kon zich, zoals hij op 27 juli 1973 in zijn dagboek noteerde, `eenvoudig niet voorstellen dat een mens, zolang Groot-Brittannië er is, zijn vakantie ergens anders zou willen doorbrengen.'

Niet alleen uit zijn dagboeken spreekt zijn passie voor het land, hij wijdde er ook gedichten en columns aan in onder meer NRC Handelsblad. Op een gegeven moment vatte hij zelfs het plan op een Engelandboek met `een soort analyse van een halve eeuw liefdesgeschiedenis' te maken, maar dat heeft hij afgezien van een eerste aanzet nooit gerealiseerd. In zekere zin is dat boek er nu toch gekomen, dankzij de inspanningen van Buddingh'-biograaf Wim Huijser die op basis van Buddingh's teksten de bundel Het Engeland van C. Buddingh' compileerde.

Het is een boek dat er om vraagt in de sporen van de schrijver te treden en de adressen te bezoeken die voor de Buddingh'en in de loop der jaren vaste pleisterplaatsen werden. De dagboekaantekeningen bieden vaak een kant en klaar reisplan, inclusief tips waar onderweg iets genuttigd kan worden: `Vanochtend via een soort spiraaltoute: Manton, Alton Priors, Wilcott, Wootton Rivers, Collingbourne Kingston, Collingbourne Ducis, Everleigh, Fittleton, Bulford, Larkhill, Woodford, Old Sarum naar Salisbury gereden [...]. Voortreffelijk gegeten en gedronken in de City's Arms en voor een spotprijs [...].'

Buddingh' schiep duidelijk genoegen in dergelijke lijstjes met namen. Zijn dagboeken staan vol met opsommingen van de plaatsen waar hij is geweest, de pubs, guesthouses en tweedehandsboekwinkeltjes die ze hebben bezocht en alle boeken die werden aangeschaft. Ook maakte Buddingh', een groot liefhebber en kenner van cricket, uitvoerig melding van de wedstrijden die hij op tv had gezien. Voor niet-ingewijden zijn het notities in geheimtaal, vol onbekende namen en onnavolgbaar jargon. Je haalt dan ook verlicht adem bij een aantekening als deze op 22 juli 1973: `BBC2 kondigde aan: ,,Nottinghamshire v. Essex. No cricket today''.'

De neiging de sportverslagen over te slaan geldt op den duur ook voor veel andere dagboekpassages. Hoe sympathiek zijn enthousiasme voor het land ook is, het levert over het algemeen boekhoudersproza op. Al die stadjes, pubs en winkeltjes zeggen de lezer thuis niets en de reizen worden, of ze nu in Engeland, Schotland of Wales waren, geleidelijk inwisselbaar. Interessanter zijn de in Huijsers bundel opgenomen artikelen waarin Buddingh' voor een breder publiek zijn visie op Engeland geeft. Vergeleken met Nederland maakte het `een vérvooroorlogse' en `uitgesproken armoedige indruk'. Hij was dol op de taal en de mensen: onaardige Engelsen was hij `zelden' tegengekomen. Het meest typerende verhaal over Engeland dat hij kende ging over een bushalte die verplaatst werd nadat buspassagiers aanstoot hadden genomen aan de bewoners van het huis achter de halte die vaak naakt door hun kamer liepen. Aangezien iedereen vrij is in hoe hij er thuis bij loopt en de rechter niemand kan verplichten gordijnen op te hangen, was de verplaatsing van de halte, aldus Buddingh', voor alle partijen een `zeer bevredigende oplossing'.

Wim Huijser: Het Engeland van C. Buddingh'. Ingeleid door Wim Huijser. Aspekt, 232 blz. €16,95