VAN DE LEZER

Tijdens het lezen van Terug tot Ina Damman vroeg ik mij steeds af: welke hedendaagse (semi-volwassen) puberjongen beleeft zijn eerste drie jaren in v.o. nog zo als Anton? Die `stomme' en klunzige houding, dat onzekere gedrag (`,,Ik heb geen kin'', bracht hij met moeite uit, terwijl hij opstond, ,,'t is een rotportret.''') en die eindeloze `stream of consciousness' met gedachtespinsels (die vaak tot niets leiden) over liefde, verliefdheid, seksualiteit/erotiek. Wat heb ik genoten tijdens het herlezen van deze `A la recherche du temps perdu' in een puberroman. Als puberjongen, adolescent/man en docent las ik veel herkenbare situaties die realistisch en soms geestig beschreven zijn. Knap, die afstandelijke wijze van terugkijken naar een voorbije herinneringswereld als actuele bewustzijnstoestand gerealiseerd door als je als auteur te vereenzelvigen met je romanpersonages, in een soms licht ironische stijl. Nog steeds vind ik het proces van de moeizame zelfbewustwording van een `stomme' puberjongen zeer indringend, geestig en knap beschreven.

W.M. van der Veur

Na het lezen van Terug tot Ina Damman kijk ik uit naar de andere romans uit de Anton Wachter-cylus. Ooit had ik wel iets van Vestdijk gelezen maar dat maakte toen niet veel indruk. Nu wel, en ik ben blij dat ik dankzij jullie leesclub boeken lees die ik anders niet zo snel (meer) ter hand zou nemen. Terug tot Ina Damman vind ik een prachtige, ontroerende roman over een jeugdliefde. Ik ben het met Elsbeth Etty eens dat het boek niet de liefde (en zeker niet erotiek) als hoofdthema heeft, maar de liefde is wel zeer belangrijk. Het lijkt echter liefde op een hoger plan, los van seksualiteit, `van een grotere bekoring dan verliefd' (p.96). Als lezer vraag je je af wat Anton zo aantrekt in Ina. Misschien is het juist de angst voor de liefde die hem onbewust doet trekken naar een koel en onbewogen meisje. Misschien heeft hij Ina Damman nodig om zich van het `aardse te onttrekken en de kunstenaar in zichzelf te ontdekken'. Dit zou hij nooit kunnen bij een `gewoon meisje' als Marie van den Bogaard.

Het is jammer dat Elsbeth Etty niet ingaat op het hoe en waarom van de bijna mystieke verschijning waarmee Ina Damman tot Anton Wachter terugkeert. Wat me intrigeert in het laatste hoofdstuk (De Overwinning) is de paradox tussen schim en werkelijkheid. Waarom voelt Anton aan de ene kant dat Ina een idee moet blijven omdat ze `er alleen maar op verminderen kon, als hij haar weer in werkelijkheid zou benaderen' (p. 256) en wil hij aan de andere kant indringen `tot in het hart van haar werkelijkheid?'

Edith Frieling