Onze Ibi

Elke dag reist hij met de trein van Utrecht naar Eindhoven, om precies te zijn van zijn ouderlijk huis in Overvecht naar De Herdgang, het trainingscomplex van PSV. Zo ontwijkt hij de files. Wat hij zo niet kan ontwijken, is het dagelijks aanzwellende peloton handtekeningenjagers, want wie wil er geen handtekening van Ibrahim Afellay? Drie seconden Afellay-in-actie zijn genoeg om te weten dat we hier te maken hebben met een toptalent. Zijn mooie drafje, zijn spelinzicht, de vanzelfsprekendheid waarmee hij tegen een bal trapt: alles verraadt spelplezier en klasse. Wie hem spontaan aanspreekt in de trein loopt grote kans geen antwoord te krijgen: de bewondering maakt hem sprakeloos. Liever bewondert hij anderen, oudere ploeggenoten bijvoorbeeld die hij tot voor kort met `u' aansprak.

Maar er is meer aan de hand. Met zijn gelijkmatige tronie en met de eerlijke en bescheiden teksten die langs sneeuwwitte tanden naar buiten komen, belichaamt de achttienjarige profvoetballer het tegendeel van het beeld dat de gemiddelde krantenlezer zich de laatste jaren heeft gevormd van jonge Marokkanen. Ben je mogelijk eerst nog geneigd die Noord-Afrikaanse g-klanken van 'm te associëren met het verschijnsel kutmarokkaantjes, met irritant gedoe in winkelportieken, zelfs met dreigende woorden aangaande onze rechtsstaat: die associaties verdampen op slag als je luistert en kijkt naar de jongen die vorige week zo heerlijk liep te ballen in San Siro. Naar de jongen ook die vier dagen later de smerigste Ajax-overtredingen onbeantwoord liet. Kijken naar Afellay vestigt hoop op een mooie toekomst.

Als hij terugkeert van een training in Eindhoven brengt hij de middag door op een Utrechts pleintje, lekker ballen met de jongens uit de buurt. Maar nu even niet. De ramadan maakt zijn lichaam zwak. Bij PSV raden ze `Ibi' aan overdag te eten en te drinken, maar hij weigert, hij is een vrome jongen die goed wil doen. De honger tijdens wedstrijden, de kramp en duizeligheid na afloop neemt hij voor lief.

In tijden van narcisme en verwend gedrag lijkt de middenvelder van Jong Oranje de enige die niet voor zichzelf speelt. Hij speelt vooral voor zijn hard werkende moeder die vijf kinderen alleen opvoedde sinds zijn vader overleed. (Zijn moeder zegt: doe maar gewoon Ibi, dan doe je al gek genoeg.) En hij speelt voor het spel, dat zie je zo. Zaterdag tegen FC Twente en dinsdag thuis tegen AC Milan: daarna het suikerfeest en mag hij weer aansterken. Mede namens zijn bezorgde moeder zeggen wij: spaar zijn benen! Juist nu de gemoederen een jaar na de moord op Theo van Gogh weer verhit raken, gun je hem het beste. Handen af van onze Ibi.