Lege gelaagdheid

Er waait een frisse wind op de schilderijen van Carla Klein. Of zeg maar gerust: een fikse storm. Tot begin dit jaar was Klein vooral bekend van doeken van lege ruimtes, vliegvelden, trappenhuizen, geschilderd in een kaal palet van groen-grijs-blauw. Daar is verandering in gekomen: ze schildert nu overweldigende landschappen. De doeken zijn groter dan ooit en tonen weidse panorama's met apocalyptisch wolkenluchten. Klein schilderde ze naar foto's die ze maakte tijdens een reis door Amerika. Die kennis voegt meteen een dimensie aan de doeken toe. Aanvankelijk denk je namelijk water te zien, maar hoe langer je kijkt, hoe meer je twijfelt. De uitgestrekte vlaktes en kale kleuren zouden evengoed op woestijn kunnen duiden of op de zoutvlaktes van Utah.

Tijdens dat kijken gebeurt er ook iets anders. Je gaat je afvragen wát Klein precies heeft willen schilderen. Op het eerste gezicht lijkt dat duidelijk: het landschap en de leegte. Maar hoe langer je kijkt hoe meer je beseft dat Klein nadrukkelijk naar foto's heeft gewerkt. Die foto's lijken zelfs mede het onderwerp van deze doeken: op sommige is de vertekening die de groothoeklens oplevert gewoon meegenomen in de weergave, op andere zie je de rand van de autoruit en de achteruitkijkspiegel. Dat plaatst de schilderijen in een ander licht: die gaan niet langer louter over het landschap, maar ook, op een Gerhard Richter-achtige manier, over de wijze waarop wij naar het landschap kijken, en over de wijze waarop zo'n werkelijkheid in een schilderij kan worden omgezet. En daar begint het te knagen. Want over die dubbelwerkelijkheid, die gelaagdheid heeft Klein opvallend weinig te melden. Natuurlijk, ze toont dat ze de macht heeft om de kleuren van de werkelijkheid te vervagen. En ook met haar techniek is niks mis: de manier waarop ze de wolken laat verlopen van vaag-grijs naar bijna zwart is mooi, net als de subtiele manier waarop ze de identiteit van de vlaktes in het midden laat. Maar dat is uiteindelijk niet genoeg. Hoe langer je kijkt, hoe meer het gaat storen hoe weinig Klein aan de fotografie heeft toe te voegen. Dat is symptomatisch voor dit werk: Klein kan goed schilderen, maar denkt net te weinig na over wat en hoe, en voegt zich daardoor al te makkelijk bij die hordes generatiegenoten die denken dat het schilderen naar een foto hetzelfde is als het schilderen van de werkelijkheid zelf. Door de overweldigende kaalheid en de dreigende luchten op deze doeken ben je als toeschouwer al snel geneigd dat te vergeten – en dat is ongetwijfeld wat Carla Klein zelf ook overkwam.

Carla Klein: Scape. T/m 19 november in de Annet Gelink Gallery, Laurierstraat 187-189, Amsterdam. Di t/m vr 10-18u, za. 13-18u.