Kunst is niet voor ons

Johannes Staartjes was niet aardig. `Hij was een aanstellerige, egocentrische man,' schrijft zijn zoon Aart, `en de dingen die mij dierbaar waren, interesseerden hem geen klap – hij is tijdens zijn leven welgeteld één keer naar een voorstelling komen kijken en heeft mij wel vaak op de televisie gezien, maar mij nooit verteld wat hij ervan vond.' En toen Aart Staartjes op een dag 's mans nagelaten dagboeken ging lezen, ging hij niet milder over zijn vader denken. Integendeel. `Aart is te slap om behoorlijk te kunnen optreden', las hij ergens over zichzelf, en dat ging niet over zijn carrière als toneel- en tv-acteur, maar over zijn houding jegens zijn toenmalige vrouw. De vader vond dat zij een slechte invloed op zijn zoon uitoefende.

Aarts vader heet het boekje dat de vooral van kinderprogramma's als Klokhuis en Sesamstraat bekende Aart Staartjes schreef, maar natuurlijk gaat het ook over hemzelf. Hij spiegelt zijn eigen herinneringen en ervaringen aan die van zijn vader – kort en vaak wat korzelig opgetekend in de dagboeken. Het resultaat is een botsing tussen twee werelden. Of nee, eigenlijk leven er twee werelden langs elkaar heen: die van de vader die als aannemer een representant werd van de wederopbouw en zijn gezinsleven daaraan ondergeschikt maakte, en die van de zoon die een heel ander ambacht ambieerde: toneelspelen. Een ambacht dat volgens zijn vader niet eens een ambacht was.

In een eenvoudige, bijna kale stijl roept Staartjes het beeld op van een milieu waarin kunstenmakerij werd afgedaan met het argument: `Dat is niet voor ons soort mensen.' En waarin alles wat ook maar enigszins op een echt gesprek zou lijken, taboe was. `Je kon het zo gek niet bedenken, of ze wilden er niet over praten', schrijft de zoon over zijn vader en moeder. Zelfs de toch uiterst dramatische scheiding tussen zijn ouders, op latere leeftijd, bleef goeddeels onbesproken. Pas in de dagboekaantekeningen van zijn vader vond de zoon een paar zinsneden die boekdelen spreken: `Ik zal zo lang ik nog leef de jongere generatie waarschuwen dat ze nooit moeten trouwen als er geen grote liefde mee gepaard gaat. Ik weet uit ervaring dat je een heel groot verantwoordelijkheidsgevoel moet hebben als er een kind uit zo'n huwelijk zonder liefde geboren wordt.'

Mede door zulke passages wordt Aarts vader net iets meer dan een verslag overparticuliere muizenissen. De wederopbouwvader tegenover de naoorlogse zoon is het verhaal van velen. Al in het begin van zijn relaas doet Staartjes een poging toch iets van begrip voor die vader op te brengen. `Ik werd steeds minder mild,' zegt hij over het lezen van de dagboeken, `maar tegelijkertijd kwam ik erachter dat hij me op zijn eigen, onhandige wijze heeft willen voorbereiden op het harde leven, zoals zijn vader dat bij hem had gedaan. Had ik dat eerder geweten, dan was mij een hoop frustratie bespaard gebleven. Zo gaat dat in meer families. Het grote zwijgen doet nooit goed.'

Tussen de bedrijven door beschrijft hij ook zijn eerste schreden op de toneelschool en de bijbehorende introductie tot de erotiek. Dat zijn schilderachtige verhalen (waarin een paar acteursnamen helaas foutief zijn gespeld), maar ze blijven onaf, omdat ze zo ongeveer ophouden bij zijn toneeldebuut. Over zijn latere tv-carrière verscheen trouwens drie jaar geleden al de kleine biografie Meneer Aart van Sietse van der Hoek. Hier is de vader de hoofdpersoon.

Aart Staartjes:Aarts vader. Thomas Rap, 158 blz. €14,90