Koffietafeltijdschriften vol oogsnoep

In de nieuwe afleveringen van de jaarbladen Dif en Snoecks valt veel vorm te bewonderen. Vooral in Dif is ook de inhoud de moeite waard.

Natuurlijk, er staan blote dames in de onlangs verschenen nieuwe afleveringen van de jaarboeken Dif en Snoecks. Beide bladen hechten veel waarde aan fraaie fotografie, en de voluptueuze vrouw is van oudsher een graag geziene gast op de pagina's. Dif doet het dit jaar rustiger aan, maar in Snoecks is de borstendichtheid weer onverminderd groot.

Gelukkig is dit niet het enige oogsnoep dat te bewonderen valt in deze honderden pagina's dikke koffietafeltijdschriften. Zo besteedt Snoecks veel aandacht aan architectuur- en designfotografie. Inhoudelijk is vooral het eerste deel van het blad interessant. Daarin staat de literatuur centraal. Naast jaaroverzichten van ontwikkelingen in de Nederlands/Vlaamse, Engelse, Franse en Duitse literatuur, staan er korte verhalen afgedrukt van onder andere Paul Theroux en Hafid Bouazza. De laatste schreef zijn `Marfisa' speciaal voor Snoecks.

Dif kiest voor een meer journalistieke benadering van het fenomeen jaarblad. Er zijn interviews met Noam Chomsky en Joep van den Nieuwenhuyzen, die weer eens zijn gram wil halen. Interessanter dan deze toch wel bekende figuren zijn de reportages en onderzoeksverhalen. Zo peilde journalist Alexander Nijenboer hoeveel Nederlandse tijdschriften bereid waren redactionele aandacht te geven aan een product als een potentiële adverteerder daar om vroeg. Na een redelijk volledige rondgang komt hij op een percentage van 40 procent dat wel aan koppelverkoop wil doen. `Schuldig' zijn onder meer Viva, VT Wonen, Libelle en Ouders van Nu. Bladen als Carp, HP/De Tijd, Nieuwe Revu en Vrij Nederland houden de rug recht.

Het centrale thema van Dif nummer 3, `echt en nep', wordt verder uitgewerkt met artikelen over malafide goede doelen en het Jamaïcaanse erotische vakantieressort Hedonism III, waar verslaggeefster Carien Neelman eerst vol schaamte rondloopt, maar uiteindelijk toch naakt in het bubbelbad belandt, mét haar fotograaf.

Al met al maakt dit soort verhalen Dif meer een leesboek dan Snoecks. De fotografie in Snoecks is wat rustiger en minder experimenteel dan die in Dif; daarom is het een beter bladerblad. De inhoud van Dif nodigt, afgezien van de weinig urgente interviews, uit tot nadenken. Misschien niet een heel jaar lang, maar toch zeker een paar dagen. Dat is in de door waan van de dag gekenmerkte tijdschriftenbranche al een ongekende luxe.

Dif. ca. 400 pgs. € 24,50

Snoecks. 559 pgs. € 12,50